Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


ash_hamervuist

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

ash_hamervuist [2012/05/21 12:00] (huidige)
Regel 1: Regel 1:
 +====== Ash Hamervuist; Human Fighter ======
 +{{:​ash.jpg|}}
 +==== Charactersheet ====
 +{{:​ash.pdf}}
  
 +==== Speler ====
 +[[bjorn|Bjorn]]
 +==== Party ====
 +Ash is een van de leden in de [[Freiheit_party|Freiheit Strijders]]
 +
 +====== Verhalen van Ash Hamervuist ======
 +==== Van de regen in de drup: 8e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, June 16, 2009 23:28 ==
 +Als Mirkov eindelijk ook weer bijkomt barst ineens de deur open. Ik schrik achteruit voor ik kan handelen. Dat is maar goed ook want het is Wibi die naar binnenstormt. Op de voet gevolgd door Jasmijn. Gelukkig iedereen is weer even vellig en we zijn weer bij elkaar. Snel pakken we wat we denken nodig te hebben. Ikzelf pak de Zware jas van de dode stroper. Het is tenslotte hondenweer buiten. En niet veel later rennen we naar buiten. Weg van hier. Het kan immers niet lang duren voor de eerste man terugkomt. Wie weet in gezelschap van wat "​vrienden"​.
 +
 +Al rennend en glibberend gaan we over het pad verder. Maar we zijn nog geen halfuur onderweg als Ralf weer terug komt rennen. "Snel de struiken in." Fluisterd hij. "Ze komen eraan."​ Niet veel later zien vanuit de struiken hoe een groep van 8 mannen en kar over het pad naar de hut gaan. Als ze weer uit zicht zijn. Springen wij weer uit de struiken en verder gaan we. Niet veel later gaan we het bos in om het poortje te zoeken. En hoewel het in dit weer een kansloze onderneming lijkt. Temeer omdat we zeer waarschijnlijk op de hielen worden gezeten door ervaren spoorzoekers,​ beseffen we ook allemaal dat dit onze enige kans is.
 +
 +Met meer geluk dan wijsheid vind Ralf een rune op een rotswand. We sjorren aan de struiken ervoor maar vinden niets. Ikprobeer de achterhoede in de gaten te houden. Zo nu en dan hoor ik stemmen in het bos. Alsjeblieft jongens opschieten. Dan vind Wibi een deksteen op de grond. Maar hij krijgt hem niet van plek. Ik zet mijn spieren aan het werk en krijg het ternauwernood iets opzij. Dan maar met vereende krachten. En dat werkt. De steen schuit opzij en biedt doorgang naar een houten trap de diepte in. Jasmijn en Wibi gaan als eerst. Dan Ralf en Mirkov en ik ga als laatste. Zo goed als het gaat probeer ik de steen weer terug te schuiven en dat lukt redelijk maar niet helemaal. Als we allemaal beneden zijn trekken we de ladder nog weg en zetten het op een rennen. Jasmijn en Wibi iets te snel naar mijn smaak ik kan ze volgen. Da's goed genoeg voor mij op dit moment.
 +
 +Als we, ik weet niet hoever, halt houden om even op adem te komen zien we dat Ralf en Mirkov er niet zijn. Wachten dan maar even. Als ze er uiteindelijk aankomen is het met luid geschreeuw. Ren. Ren voor je leven. Even kijken we vreemd op, maar bedenken ons geen moment en beginnen weer te rennen.
 +
 +Niet veel later moeten we halt houden. We staan voor een diepe afgrond. Voor ons, in de diepte trekt traag een lava rivier voorbij. De weg is ingestort. En naar ik hoor van Mirkov en Ralf stort de weg achterons ook in.
 +Iedereen maakt zich zo nuttig mogelijk door de zoeken naar een weg naar de overkant maar, eerlijk is eerlijk. Ralf overtroeft ons allemaal door een gesprek aan te gaan met de tekeningen op de rotswand. Het duurt een hele tijd maar uiteindelijk weet hij de magische portretten zover te krijgen dat ze ons een doorgang naar de verkant bieden. Daarvoor hoeven we alleen maar door een gat in portret te stappen. Klinkt allemaal vrij ongeloofwaardig maar als Ralf ons van de overkant toe staat te zwaaien zijn wij ook zo om.
 +
 +
 +==== Wie een val zet voor een ander: 8e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, June 16, 2009 23:00 ==
 +De volgende ochtend zit Jasmijn klaar met thee voor ons allen. Ik bedenk me nogmaals dat we veel aan haar te danken hebben en neem met een lach de thee aan. "Dank je wel" Zeg ik tegen haar "Voor alles"​.
 +Er volgt een tirade van haar over hoe we stom konen zijn om als een stel kleine kinderen op een groep orken af te stormen. Ja dat hebben we wel verdiend en ik onderga het dan ook lijdzaam. Als ze klaar is en wij onze excuses hebben gemaakt vervolgen we onze weg. Het duurt niet lang of twee mannen komen ons tegemoet. Aan hun uiterlijk te zien zijn het stropers. Jassen en laarzen van huiden en bevers op hun hoofd. Jasmijn stelt voor om ze om te leggen. En hoewel me dat erg tegenstaat is haar redenatie wel solide. "We worden gezocht. Er staat geld op ons hoofd. Dit is het soort mannen dat dat geld ten koste van alles zou willen hebben."​ Ik wil instemmen maar Mirkov besluit dat we dat niet kunnen doen. En natuurlijk heeft hij ook gelijk, maar toch... Iets knaagt.
 +
 +Het blijft knagen terwijl we het pad blijven volgen en de mannen al weer ver achter ons hebben gelaten. Mirkov montert me echter weer op dat we nu dicht bij een van die poortjes zijn en dat het niet lang zal duren voor we bij de Wolf zijn. We hoeven alleen maar even door het bos. Jasmijn merkt op dat niet verstandig zou zijn. Het pad is vele malen makkelijker lopen en veiliger. En dar is Mirkov het dan weer mee eens. We volgen het pad en Ralf scout weer vooruit.
 +
 +Tegen het einde van de dag komt Ralf terug bij ons. Hij heeft een verlaten huisje gevonden. Daar kunnen we misschien overnachten. Met z'n allen lopen we er naar toe en Ralf inspecteert de hut. We zien hem achter de hut verdwijnen en wij wachten gehurkt achter de struiken af.
 +
 +Dan hoor ik opeens Mirkov gillen. Ik kijk op en zie hoe een van die stropers hem aan zijn haren omhoogtrekt een een groot jachtmes op zijn keel zet. "Geen fratsen"​ sist hij "Ook dood ben je geld waard."​ Zie wel. Ik wist het. De nadere stroper komt op mij af en gebied me mijn wapens neer te gooien. Ik twijfel maar als ik zie dat de man die Mirkov vast heeft grijnst en met het mes bloed begint te trekken kan ik niet anders. Ik gooi mijn hamer en zwaard voor me neer. "Wat is de bedoeling?"​ vraag ik "​Waarom zo vijandig?"​ Twee vragen die blijkbaar stuk voor stuk te veel waren want ik word hardhandig tegen de grond geduwd. Mijn handen worden achter mijn rug gebonden terwijl ik lijdzaam toekijk hoe Mirkov zich zinloos blijft verzetten. Hij wordt buitenwesten geschopt door de eerste stroper. Jasmijn is er echter vandoor gegaan. Goed voor haar! Ik wordt Naar de hut gebracht met een dolkpunt in mijn zij. Als Ralf ook maar weg is.
 +
 +Binnen in de hut is er geen spoor van Ralf. Da's al weer goed. Ik wordt op een stoel gedrukt en gesommerd te vertellen waar de anderen zijn. "Welke anderen bedoelt u?" Weer een vraag die me een klap oplevert. En niet zo zachtjes. Ik voel een tand loskomen en warm bloed stroomt in mijn mond. Het is helaas niet de eerste klap en het blijft ook niet bij mijn gezicht maar ik weet ondanks de pijn de anderen niet te verraden. Al is het alleen maar om niet met schaamte te sterven. Ik zeg ze niks. Niet veel later zie ik ook niets meer. en niet veel later daarna ben ik helemaal weg.
 +
 +
 +==== Een makkelijke prooi: 7e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, June 16, 2009 22:31 ==
 +Terwijl de anderen heel stoer staan de doen bij een kaart van Mirkov over waar we heen moeten. Kijk ik wat om me heen, en geniet van een echte zon op mijn gezicht. Als eindelijk het besluit is gevallen over de route gaan we dan eindelijk weer op pad naar het kasteel van de wolf. we volgen een uur of 4 het pad en duiken daarna het bos in. Op zoek naar poortjes zegt Mirkov, geheime doorgangen naar het kasteel, zo heeft de heks hem bezworen.
 +
 +Ralf scout ons de hele weg vooruit. En aangezien ik hem niet hoor of zie, ga ik er van uit dat hij dat goed doet. Als hij ik hem even later toch zie, Vind ik dat eigenlijk wel jammer maar ik zeg er niets van. Maar goed ook want hij is terug gekomen om ons te waarschuwen. Hj heeft een groep orken gezien een stuk of 6. We verschuilen ons in de bosrand op de orken op te wachten. En als ze dicht bij zijn springen we uit de struiken en chargeren er op af. Ahaa, orken een makkie voor ons. Wat er verder volg is mij een raadsel maar als ik mijn ogen open doen kijk ik in het bezorgde gezicht van Jasmijn. Pijn trekt in golven door mijn lichaam. Ze kijkt me aan met een blijk van "Was dat nu allemaal nodig?"​ Ik kruip overeind en zie een aantal dode orken liggen. Dat klopt dus wel maar volgens mij komt dat niet allemaal door mij. Ook Ralf en Mirkov blijken door Jasmijn voor een gewisse dood gered. We zijn haar veel dank verschuldigd besef ik me. Nadat we de orken ontdaan hebben van hun armor, zonde om te laten liggen tenslotte, vervolgen we in stilte onze weg. Een goed kwartier verder maken we kamp. en dodelijk vermoeid van mijn wonden val ik in slaap.
 +
 +
 +==== Partypoopers. : 6e/7e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, June 16, 2009 22:11 ==
 +Een van ons klopt op de deur maar komt geen reactie. Dat is vreemd want door de ramen heen zien we duidelijk dat er mensen binnen zijn. Het lijkt wel of er een soort feest gaande is binnen. Of het is zo'n herrie binnen dat ze ons niet horen. Kan natuurlijk ook denk ik. Ik trek de stoute schoenen aan, doe deur open en ga naar binnen. Ik hoor de deur weer achter mij dicht slaan en begeef me in het donker. Het is hier heel stil. Ik roep "​Hallo,​ iemand daar?"
 +
 +Dan gaat het licht vol aan en schuiven de muren allemaal opzij. Een grote meute rare wezens springt overal vandaan en roept "​VERRASSING!"​ En dan zeggen we allemaal tegelijk "​HUH?"​ Ik begin te stamelen maar een man -die verdacht veel op Sid lijkt - neemt me mee en zegt: "wat doe jij hier zo verpest je de verrassing."​ Ja, ik weet het ook niet mijn vrienden en ik zijn her uitgekomen en zoeken een uitgang naar boven die veiliger is dan die aan het einde van de gang." "Oh, vrienden ook nog. Zeer ongemakkelijk. Weet je wat haal ze maar op dan breng ik jullie wel even naar de wachtruimte."​
 +
 +Ik haal de anderen op en leg mompelend een beetje uit wat er is gebeurt en dat de broer van Sid hier is dus het zal wel goed zijn. We worden door de man, die zich onderweg voorstelt als Dsi, door een groot aantal lange gangen geleid en komen uit in een onderaardse tuin. Daar worden we voorzien van eten en drinken en worden we gevraagd om te wachten tot hij ons weer komt halen. "Als u in de tussentijd iets nodig heeft, U hoeft maar te roepen."​ en hij vertrekt.
 +
 +We geven de kinderen te eten en te drinken en als zij voldaan maar moe in slaap zijn gevallen beginnen wij wat om ons heen te kijken. Na een zelf ook wat gerust te hebben beginnen we ons toch zoetjes aan wel zorgen te maken over of we inderdaad wel opgehaald gaan worden. Het duurt wel erg lang. Een aantal van ons gaan opzoek of er in de koepel nog een uitgang is maar die vinden we niet. We eten nog wat en vullen een knapzak die we gekregen hebben van Dsi en de zijnen. Jasmijn verteld me dat het een knapzak is die nooit leeg raakt, maar dat moet ik nog maar met eigen vingers voelen denk ik zo.
 +
 +Ik leg me neer op het mos en val in slaap. Als ik wakker wordt blijkt het dat we net vertrekken. We lopen door heel wat gangen heen met heel veel gesloten deuren. ook een paar die open zijn en daar zien we slapende wezens. We blijven lopen op zoek naar uitgang. Ik weet niet hoelang maar uiteindelijk komen we in een grote ronde bibliotheek. De wand is hoog en vol met boeken. "Wat moet een mens met zoveel boeken. Als je er een hebt gelezen weet je het toch wel lijkt me." Mirkov blijkt aanspraak gevonden te hebben van een vrouw achter een hoge stapel papier die op een bureau in het midden van de kamer ligt.
 +
 +De vrouw houdt ongeveer hetzelfde verhaal als de tovenaar Ptarias. Het blijkt zijn zus of zo. Het verhaal krijg ik niet mee, maar het komt er weer op neer dat we haast moeten maken. Goed plan lijkt me. Het duurt dan ook niet lang of we staan buiten. Vraag mij niet hoe dat allemaal werkt.
 +
 +
 +==== Op de tast in het duister op zoek naar het licht: 6e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, May 05, 2009 15:20 ==
 +De volgende ochtend worden we ruw gewekt door Jasmijn en Ralf. (Hebben ze nu zitten huilen?) In de verte horen we geschreeuw. "Wat is er aan de hand?" vraag ik. Jasmijn verteld dat er een grote groep mensen op de vlucht is. vluchtend richting ons en achterna gezeten door ruiters in rood. iedereen die voor de paarden komt wordt afgeslacht. boeren, vrouwen zelfs kinderen. Het is een slachting. "​Hoeveel ruiters?"​ vragen we. Jasmijn telt er een stuk of 20. "20. Veel te veel om tegen te vechten, wat moeten we nu? Dit kunnen wij ook niet verhelpen. sterker we moeten maken dat we weg komen voordat ze ons vinden. Mirkov loopt verschrikt achteruit en struikelt over iets. Ralf en ik kijken om, zien Mirkov liggen en zien ook het luik waar hij over gestruikeld is. "Wat een toeval."​ Samen tillen we het luik op en inderdaad een tunnel verschuilt zich onder het luik. Kom op roep ik en spring er in. Beneden is het aarde donker. maar ik kan voelen dat er een tunnel is. Kom op roep ik nar boven. "Waar blijven ze nu?" Voorzichtig klim weer omhoog om te zien waar z e blijven. Jasmijn snauwt me toe beneden te blijven er komen zo kinderen aan. Ik laat me weer vallen en vang de kinderen op. Ook Wibi komt beneden. en samen met de twee kinderen, die zich door hun tranen heen voorstellen als Wensday en Pugsley, lopen wij alvast vooruit de tunnel in. Als we het idee hebben dat we veilig kunnen wachten doen we dat. Na een klein kwartier sluiten Jasmijn, Ralf en Mirkov zich bij ons aan. Waar bleven jullie nu? Dan volgt een te fantastisch verhaal over Ralf die het in zijn eentje tegen de cavalerie opgenomen heeft. "​Gewonnen ook nog." straalt hij. "Kijk maar naar mijn nieuwe soepele laarzen!"​
 +Ik ben onder de indruk. Maar we moeten verder.
 +
 +Ik loop met hulp van een licht spreuk voorop in de tunnel. Het duurt niet lang voor ik de eerste tekenen van leven in de tunnel ontdek. rode oogjes en hoornige hoofden. Demonen. Ik waarschuw de anderen. en van achter komt de waarschuwing terug. "Ren voor je leven!"​ Een grote partij stenen rolt van achteren naar ons toe. Ik grijp een kind onder mijn arm maar ben nog geen 20 meter verder als ik struikel en boven op mijn schild val. Ik wacht op de stenen die komen gaan maar het blijft rustig. Niet stil. Maar rustig. Voor me hoor ik gegniffel en gegrinnik. Ik kijk op in de gezichten van een stuk of 10 kleine duivels. Ik hijs me overeind en duw het kind naar achteren. De duivels vechten met speren en kruisbogen maar met mijn machige armen zijn zij geen partij. Niet dat de hulp van Jasmijn niet welkom is maar ik denk dat ik het, ondanks dat ik goed geraakt wordt door het kleine tuig, rustig zelf afkan. Mijn nieuwe hamer zwaait machtig door de rijen duivels. Het duurt niet lang voor de gang leeg is. Ook achter ons is danig gevochten door Mirkov en Ralf. Maar ook zij hebben nauwelijks problemen gehad.
 +
 +Even later lopen we verder door de gang en niet veel later staan we voor een deur.
 +
 +
 +==== Al die met ons mee wil gaan...: 5e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, May 05, 2009 15:19 ==
 +Het heerlijk om weer buiten te zijn, de zon schijnt prettig op onze gelaten en me maken goede voortgang. Alleen heb ik wel steeds het idee dat we achtervolgt worden. Ik kan alleen niets zien. Maar ik hoor het wel steeds. Ik stuur Wibi vooruit om de anderen te waarschuwen terwijl ik mijzelf verstop in de struiken.
 +Het duurt dan ook niet lang voordat we bij de rand van het bos aankomen. Niet veel later zie ik een eenzaam figuur aan komen struikelen. Ik spring het pad op en roep "Halt! Wie gaat daar."
 +Het blijkt Sid, de bediende van de tovenaar te zijn. Buiten adem geeft hij mij een briefje in handen en hijgt er bij, Hier... de... instructies... voor... de... hamer...he he. Hij slaat zijn staf op de grond en is weer verdwenen met een klap en rookpluim. Hmm, typisch. Ik vouw het blad open en zie wat plaatjes staan over hoe de hamer te gebruiken. terwijl ik langzaam naar de anderen loop, bestudeer ik de plaatjes aandachtig.
 +1) sla de hamer op de grond.
 +2) sla de hamer op 1 of meerdere monsters
 +x) sla niet op jezelf of op vrienden
 +x) niet inslikken
 +en zo gaat het even door. Wat een onzinnige regels denk ik nog. Ik geef het blaadje aan Wibi of hij er nog iets bijzonders uit kan halen en vertel de anderen wat er is voorgevallen. Ze kijken wat ongeloofwaardig maar als ze het papier zien kunnen ze ook niet echt iets tegen brengen. Wibi begint iets over baardhaar te murmelen, maar ik zie alleen de rode ogen van Jasmijn die met een bosje fluitenkruid uit de bosrand komt lopen. Wat is er toch met haar?
 +We vervolgen ons pad en het duurt niet lang voor we tegen Ralf, onze scout, aanlopen. Hij wijst ons op de bosrand een eindje verderop. Er staat een wegwijzer op het pad en Ralf en Mirkov gaan onderzoeken wat daarop staat. Jasmijn, Diederik en ik blijven achter.
 +Als Ralf en Mirkov de bosrand uitstappen horen we opeens ook een stem. "Laat me eruit, laat me eruit"​. Nu word ik toch ook wel nieuwsgierig en ik besluit ook naar de weg te gaan.Als ik op de weg stap zie ik nog net hoe een magere man onderzakt ik een roestige metalen kooi die aan de wegwijzer hangt. Mirkov en Ralf halen hun schouders op en mompelen iets van "​dood"​.
 +De man blijkt inderdaad dood. Maar ook interessant is dat aan een houten plank een papier is genageld met daarop onze hoofden getekend. Nou ja in elk geval die van Mij, Mirkov, Ralf en Jasmijn. Wibi, die zo graag beroemd wil zijn, staat er niet op. Ik roep Mirkov erbij en hij weet mij te vertellen dat dit geen beroemdheidposter is maar een beruchtheids poster. We worden gezocht. Dood of Levend voor 10GP per persoon. Ik wrijf met mijn hand over mijn kin. Hmm, zouden die boeren daarom zo schichtig weggelopen zijn? En hoe kom ik nu snel aan een baard?
 +Waarschijnlijk kunnen we beter gaan. Ik roep Wibi en Jasmijn uit het bos en even later zijn we op pad. Als we even verderop een Ossenkar aan zien komen duiken we snel de bosrand in om niet herkend te worden. tegen het vallen van de avond zijn we bijna bij een dorp. We houden halt en eten wat. Er wordt besloten dat Wibi polshoogte gaat nemen. Aangezien hij niet op posters staat lijkt dat het meest veilige. 2 uur later komt hij stomdronken terug en meldt ons dat alles veilig is. Juist. Ik denk dat ik liever buiten het dorp slaap. Aan de andere kant wel te verstaan. Gelukkig denkt Mirkov er ook zo over. Niet veel later zijn we weer op pad en een paar uur later liggen we te slapen in een kleine kom aan de andere kant van het dorp.
 +
 +
 +==== Een hamer in de morgen: 5e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Wed, April 08, 2009 10:32 ==
 +Als ik halverwege het water ben van de plek waar Ralf is, duiken er opeens twee gedaantes uit het water omhoog. half vis half mens, meerminnen? Nee vast niet met zulke puntige tanden. Mirkov probeert zijn dolk in een van de twee te steken en ik haal uit met mijn hamer. Ik glijdt uit en val in de rivier. Boven op mijn hamer. Ik hoor boven het geraas van de rivier uit hoe de steel van hamer breekt. "Nee! Ook dat nog." woedend haal ik uit met wat rest van mijn hamer en raak de duivel er mee vol onderzijn kaak. Het zakt weer terug in het water. Vermoedelijk alleen vloeibaar eten voor dat gedrocht. Ook mirkov is zijn tegenstander kwijtgeraakt. en snel gaan we door naar de plek waar we Ralf voor het laatst zagen. Waar is hij? Waar is hij gebleven? Schreeuwend en duikend zoeken we naar Ralf maar we kunnen hem niet vinden.
 +
 +Dan horen we opeens geschreeuw verderop op de rivier. Een klein bootje met een dwerg komt onze kant op. "​scheer hier weg wezens van het water ... scheer hier weg!!" Roept de dwerg. Verbaast staan Mirkov en ik even te kijken. Tot we weer beseffen dat we Ralf aan zoeken zijn. "​Daar!"​ roep ik. "Daar drijft hij." We snellen ons er naar toe. Als Mirkov hem onder zijn schouders pakt en zijn hoofd boven water hijst is het bootje ook bij ons. "Snel in de boot." snauwt de man ons toe. Te verbouwereerd om tegen te spreken hijsen we Ralf en onszelf aan boord. Dan roeit hij ons naar de oever waar Jasmijn en Wibi ons staan op te wachten. Ondertussen weten we Ralf weer bij te brengen. "Heb ik je gered?"​ vraagt hij aan mij. "Jij mij? Nee Ralf wij jou." Hij laat zich al water spugend weer terug zakken.
 +
 +Eenmaal aan de oever begint de dwerg snel te spreken. "Kom snel aan boord allemaal ik moet jullie bij mij meester Ptarias brengen. Kom. Snel, snel." Wij staan elkaar een beetje aan te staren. Waar heeft hij het over? "Nou meneer, wie bent u eigenlijk en wie is die meester waarover u spreekt en nee zonder onze spullen gaan wij nergens naar toe." Tierend en jammerend herhaalt de dwerg zijn relaas zonder dat er echt veel meer duidelijk wordt. Ja dat hij Sid de messenger is dat wordt duidelijk. En, oja, dat we haast hebben en in groot gevaar zijn. Nou ja. Dat laatste was eigenlijk ook al geen nieuws. "​Inderdaad zegt Mirkov we hebben haast dus als u het niet erg vindt. "​bedankt voor uw hulp maar we hebben haast."​ Dan brengt de Sid ter bere dat de rivier ons sneller op weg helpt naar ons doel. Hoe weet hij dat denk ik nog. Maar hij heeft wel gelijk. De rest denkt er ook zo over en als al onze spullen ondertussen arriveren stappen we toch maar in zijn bootje. We zullen zien.
 +
 +De tocht met het bootje begint rustig maar als ik het geraas van de rivier steeds harder wordt en het bootje steeds sneller gaat begin ik het ergste te vermoeden. Een waterval! AAAAAAAAAAH! de val lijkt eindeloos naar beneden te gaan. Dan komt het botje rustig in het water onderaan de waterval terecht en varen we verder. Ik maak mijn maag leeg. En niet als enige. De tocht gaat door naar het midden van dit meertje waar een enorme draaikolk ons opwacht. "​Nee!"​ roep ik nog maar het is te laat. We worden meegezogen naar beneden. Maar wonderwel blijft het bootje kalmpjes tegen de rand van de kolk en gaan we langzaam maar zonder problemen naar benden. Als ik verbaasd over de rand van het bootje kijk zie ik onderin de kolk een groot gebouw staan. "​Huh?"​
 +
 +Eenmaal benden zien we allemaal een enorme toren met een klein haventje in een oase van rust en kalmte. Dit moet wel magie zijn bedenk ik me. Die Ptarias moet een machtige tovenaar zijn. Als het bootje is aangemeerd lopen we de toren in en na een aantal trappen komen we in een rijk aangeklede kamer met allemaal vreemde en naar uitziende snuisterijen. maar ook met comfortabele stoelen en verfrissingen. Ik schenk voor eenieder wat drinken in terwijl we wachten.
 +In het midden van de kamer is een grote van metaal gemaakt kooi. Deze reikt van het plafond tot aan de vloer. Terwijl ik daar zo naar sta te kijken zie ik er opeens beweging in. Een tweede kooi beweegt zich naar beneden in de constructie. En in de kooi staat een mens.
 +
 +Even later stapt de mens de kooi uit en stelt zich met veel bombarie voor al Ptarias de magier. Hij heet ons welkom en zegt dat hij belangrijk nieuws voor ons heeft. Willen wij hem niet volgen? "We volgen hem naar een ander vertrek, een grote zaal met een lange gedekte tafel. Hoewel mijn hoofd zegt dat deze kamer niet in deze toren kan passen, zegt mijn maag, "Oooh, eten!" waardoor ik mijn hoofd weer vergeet. We gaan zitten en onze gastheer gebaart ons dat we toe mogen tasten. Ik val aan.
 +
 +Onder het eten vertelt de magier dat het weet van onze queeste en de brief en de Noordmannen en dat we op weg zijn nar de Wolf. "Zo die is goed ingelicht."​ denk ik met mijn mond vol lamsvlees. "​Maar"​ zegt hij "de Noordmannen,​ hoewel een dreiging, zijn niet het grootste gevaar. De priester van 'de duistere gang' ook wel bekend als de 'orde van de zwarte ster' vormen een veel groter gevaar. Zij zijn het brein achter de inval van de Noordmannen. Zij bereiden een veel grotere invasie voor en zij mogen onder geen beding aan land komen. Jullie moeten deze informatie ook doorgeven aan de Wolf. Als de priesters voet aan land weten te krijgen is alles verloren. Ook voor mij."
 +
 +Jasmijn twijfelt als enige aan de oprechtheid van de man en vraagt hoe hij aan als deze zeer vertrouwelijke informatie komt. Als de magier uitlegt dat hij overal spionnen heeft neemt ze daar nog geen genoegen mee. "Ik denk dat u beter even mee kunt lopen."​ gebiedt hij haar. Na een klein half uur komen ze weer terug in de feestzaal. Jasmijn kijkt erg bezorgd. Wat zou ze gezien hebben? Ze zal het wel zeggen als de tijd daar is. Het is slimme meid. Maar ze lijkt wel overtuigd van de motieven van de man.
 +
 +De magier overlaadt ons ook nog met cadeautjes. Ik krijg een nieuwe hamer. Hoera! en omdat hij het kan weet hij ook nog mijn uithoudingsvermogen beter te maken. Een grootse tovenaar, gevangen in zijn eigen torentje. Best zielig.
 +
 +Een paar uur later doet hij ons uitgeleide een brug van water die naar de rand van het bos loopt. Of lijkt dat nu maar zo? Beter om er niet te hard over nat denken.
 +En als we weer in bos staan is iedereen weer monter en vol goede zin. Iedereen, behalve Jasmijn. Haar gezicht staat nog steeds bezorgt. Of is het bedroefd?
 +
 +
 +==== Koude Thee, Wie verzint het!: 4e /5e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Tue, March 24, 2009 16:16 ==
 +Uiteindelijk komen we aan bij het elvendorp in het bos. we moeten wachten op een openplek dat vol ligt met zacht mos. En He wat een verrassing daar zit Jasmijn ook. Wat doet die hier nu? Ze staat te kletsen met een Elf die ons hier gebracht heeft.
 +
 +Wij krijgen te eten en 's avonds is er nog een heel feest voor ons omdat wij de elven gered hebben van een gewisse dood. Een paar elven staan te janken bij het troosteloze gepingel op een harp van een andere kluns. Didi zit gebiologeerd te staren en ook Jasmijn vindt het prachtig. De normalen onder ons zien het echter voor wat het is. Elvengejank. Qua eten zit het wel goed. Ze hebben lekker mals vlees in dunne plakjes, een soort half gekookt gras maar dan best lekker en een drankje dat "Thee - K'illa Sûnrais"​ maar dat helemaal niet op thee lijkt. Het is koud en komt in grote kroezen met een parapluutje en een gesuikerd randje. Het smaakt een beetje naar fruit. Best lekker. Ik bestel er nog één, een dubbele ja...
 +
 +De volgende morgen twijfel ik ernstig aan de goede bedoelingen van de elven. Ik heb sterk de indruk dat men mij heeft willen vergiftigen. Gelukkig heb ik een sterk gestel en weet ik het gif er redelijk resoluut uit te werken. Ik blijf wel een enorme hoofdpijn houden. We krijgen nog ontbijt (Blueeaah!),​ cadeautjes (een saaie cape voor elk), en een uitgeleide (met weer zo'n vreselijke hymne).
 +
 +Als de zon halverwege de ochtend is nemen de elven afscheid van ons en moeten we het weer zelf redden. Dat gaat prima. Zeker met de instructies die we gekregen hebben en de wortel die ik van Ralf krijg om mijn kater te verwerken. s Avonds zijn we goed opgeschoten en maken we kamp op een heuvel met overhang. Een rivier meandert onder ons langs. het is prachtig. We sprokkelen wat hout en roosteren het zwijnenvlees dat we nog hebben. Ik houd de eerste wacht en staar wat in het vuur en naar de sterrenhemel. Dan hoor ik help geroep vanuit de rivier. Ik tuur eens goed, Huh? Dat lijkt Jasmijn wel maar die ligt hier onder de deken, toch? Nee ze is weg. Hoe kan dat nu? Ik probeer Mirkov wakker te maken, maar dat lukt niet. Hij valt als stof in mijn handen uiteen. Ha, Dat kan helemaal niet. Ik moet aan het dromen zijn. Of iemand maakt grapjes met mij. Ik schud mijn haar uit en kijk nog eens naar Mirkov. Zie je wel hij ligt er gewoon. En Jasmijn ook. Gelukkig niks aan de hand. Ik maak Ralf wakker en draag de wacht aan hem over. Ik waarschuw hem nog over dat rare voorval.
 +
 +Even later wordt ik wakker door geplons in de rivier. De slaapplek van Ralf is leeg. Mikro staat al met een fakkel in zijn handen en rent naar de rivier. Ik maak eerst Jasmijn wakker, "Snel, Ralf is in gevaar."​ Alvorens ik ook naar de oever ren. IK hoor Jasmijn achter me aankomen. In het donker zie ik echter niet veel en struikel over een boomwortel. Ik kom pijnlijk in de kiezeloever tot stilstand. Vloeken hijs ik me overeind. Mirkov gooit me touw toe met de opdracht die aan een boom vast te binden. Als ik dat gedaan heb probeer ik Ralf te spotten. Daar bijna in het midden van de rivier. Het lijkt wel of hij naar beneden getrokken wordt. Snel stap ik het water in met mijn hamer in mijn handen. "Houd vol Ralf" roep ik. "Ik kom er aan. Houdt vol."
 +
 +==== Denk erom, het bos is niet pluis: 4e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Wed, March 11, 2009 10:31 ==
 +De volgende ochtend wordt ik, na te weinig slaap, wakker. Jasmijn heeft thee gezet en samen met wat brood is het een karig maar welkom ontbijt. Als het op is giet ik de overgebleven thee uit de pot over het kleine kampvuur. Tijd om te gaan. We hebben tenslotte haast.
 +
 +Als Mirkov bij zijn paard staat merkt hij dat het mank loopt. Hij vraagt aan Jasmijn en mij of we daar iets aan kunnen doen. Jasmijn geeft aan dat haar kennis op dat terrein tekort schiet. Ik vraag of ze dan het paard even wil vasthouden terwijl ik de hoef van het dier bekijk. "​Jeetje wat een prutswerk."​ Breng ik uit. Het arme dier is zeer slecht beslagen. Het gevolg is hoefrot. Ik zeg Mirkov dat dit dier niet verder kan zonder dat het eerst geheeld wordt. Dat het vreselijk moet lijden op dit moment. Aangezien ik niet in een smidse ben kan ik ook weinig voor het dier doen. En dan nog. Het heeft dan alsnog rust en genezing nodig. Hier in het bos en zonder heling kunnen we het eigenlijk alleen uit zijn lijden verlossen. Mirkov blijft aandringen op een oplossing zodat hij er toch op verder kan rijden maar dat kan naar mijn mening echt niet.
 +
 +Ik sommeer de anderen alvast naar de rand van het bos te gaan. Ze gaan niet, ze blijven staan dralen en kletsen. Ik zeg het ze nog tweemaal want het is niet handig om hier te blijven staan bij een dier dat afgemaakt moet worden. Maar ze gaan niet. Ze kiezen er voor om bij elkaar te blijven. "​Best",​ denk ik, dan zie je maar hoe naar het leven kan zijn. Ik zwaai mijn hamer tussen de ogen van het paard. Het stort jammerend te aarde en sterft redelijk snel en bijna pijnloos. Helaas niet pijnloos genoeg want de andere paarden raken in paniek. Trekken zich los van de bomen en rennen er in galop van door. "Oh, sorry."​ Stamel ik. De anderen kijken mij woedend aan. "Wat? Ik zei toch dat je niet moest blijven."​ Mirkov rent achter de paarden aan. "​Eindelijk",​ denk ik we gaan. Ik pak mijn spullen en loop achter hem aan.
 +
 +Even later rent Mirkov met paniek in zijn ogen terug langs mij heen, "​Noordmannen,​ ren voor je leven!"​ Schreeuwt hij. Ik hoor geritsel door de struiken, bedenk me geen moment en zet het op een lopen. Als ik bij een ben een greppel kom duik ik er in en verstop me onder de aanwezige takken en bladeren. Na zo'n 15 of 25 minuten sta ik weer op. Het geluid van zoekende mensen is weg. Voorzichtig zoek ik mijn weg terug naar het kamp. De anderen zijn daar gelukkig ook allemaal.
 +
 +Mirkov verteld dat er een marcherend leger van Noordmannen over het pad liep. We moeten dus voorzichtiger zijn. Mirkov besluit dat we nu beter door het bos kunnen gaan, tegen de wil van zijn vader in. "hmm, Mirkov die tegen zijn vader in gaat. Het zal wel ernstig zijn." Ik vind het goed. Ik geloofde toch al niet in die onzin over het bos en hoe eerder we terug zijn in het dorp hoe liever. Alleen Jasmijn ziet het bos niet zitten. Zozeer zelfs niet dat, als we het pad door het bos gevonden hebben, zij weigert verder mee te gaan. Iedereen probeert haar over te halen maar het lukt niet. Echt goede argumenten om niet gaan geeft ze ook niet dus wij besluiten dan maar zonder haar verder te gaan "ze zal zo wel achter ons aan komen" is de heersende gedachte.
 +
 +Na een uur of twee lopen heeft Jasmijn ons nog steeds iet ingehaald. Typisch. Wel wordt het pad voor ons steeds smaller. Ik maak me er geen zorgen over. Didi echter wel en daardoor Mirkov ook. Op een gegeven moment is het pad niet veel meer dan een wildpad. Ze willen ze terug. "Ja hoor! zonde van de tijd." Denk ik. Mirkov is echter de expeditie leider. Hij wil terug. Dus we gaan terug. Maar, gek is dat. Ook het pad terug wordt steeds smaller en verwordt tot een wildpad.
 +"​Hebben we een afslag gemist?"​
 +
 +Ik besluit terug te lopen om te zien waar we de afslag gemist hebben. Uiteindelijk kom ik aan bij het punt waar we de vorige keer gedraaid zijn. "Geen afslag gemist."​ Ik draai me weer om om terug te lopen en het de anderen te melden. Maar hé, daar staan ze al. "Wat doen jullie nu hier?" "​Ja..,"​ stamelt Mirkov "We wilden je niet alleen laten."​ Oh, '​tuurlijk. Jullie wilden mij niet alleen laten. Ik denk dat ze niet graag zonder mijn bescherming zijn. Dat was vanochtend bij de paarden ook al zo. Mij best.
 +
 +Ik vertel ze mijn bevinding over de afslagen en, inderdaad, dat was hun ook opgevallen. Maar terwijl ik ze dat vertel zie ik toch een afslag. Gek, heb ik die dan helemaal over het hoofd gezien? Ik wijs de anderen het pad en en opgelucht gaan we met zijn allen op pad naar Jasmijn.
 +
 +Ondertussen begint het donker te worden en zijn we nog steeds het bos niet uit. "We hadden er al uren gelden moeten zijn" zegt Ralf. En dat denk ik ook. Ook Mirkov en Didi beamen het. Mirkov zegt dat we nog even doorlopen en als het echt te donker wordt een klein kamp zullen maken. We lopen echter nog maar heel even verder voordat de eerste pijl voor Mirkov in de grond slaat. Ik zie hem de bosrand induiken, Ralf en Didi ook. Dus ik duik ook de bosrand in. Wat nu. We horen hoog gelach en melodische stemmen. "As en Water! Elven!"​ Boven mij hoor ik een gekraak van jewelste en twee lichtgebouwde wezens vallen ter aarde uit een boom. Elven? Ja het zijn elven. Ik spring overeind en wil ze buiten westen slaan, maar ik verzwik mijn enkel en val krijsend op de grond. Mirkov komt op ons afrennen en houd zijn zwaard op de keel van een van de elven, De ander zie ik niet meer bewegen sinds zijn dramatische entree. Vloekend sta ik op om de kleine bosduivel een schop in zijn harige hamsters te geven. Helaas ligt de Elf precies zo dat er een stronk of wortel tussen zijn benen ligt en ik schop loeihard tegen het stuk onbeweeglijke hout aan. Een rode waas trekt voor mijn ogen. Om het geheel af te toppen doorboort een elvenpijl mijn onderrug. Ik zak op mijn knieën. Als ik weer een beetje bijkom zijn we omsingeld door het bosvolk en worden onze wapens afgenomen. We worden als gevangenen meegnomen het bos in kermend van de pijn laat ik mij meevoeren. Een van de elven sommeert mij mijn mond te houden of hier door te bloeden. Ik houd mijn mond maar. (Gelukkig heeft Ralf wel de pijl mogen verwijderen.)
 +
 +Weer niet veel later beginnen de elven te krijsen en gillen "​Orken!"​ Ze springen met getrokken zwaarden naar voren. Ralf en Mirkov grijpen een tak van de grond en gaan ook (NOTA BENE) tegen de orken vechten. Ik kijg mijn hamer terug van een elf die zegt "Hier, verdedig jezelf."​ En dat doe ik zo goed dat de Orken al gauw weg vluchten. Natuurlijk zullen de rake klappen van Mirkov en Ralf ook geholpen hebben hoor, En het Strijdlied van Didi natuurlijk ook. Maar ik kan ook behoorlijk vals kijken hoor.
 +
 +De elven bedanken ons voor onze hulp. Maar we moeten nog steeds mee naar hun dorp. Maar nu is het '​geheel vrijwillig',​ niet meer als gevangenen.
 +
 +
 +==== Het moet niet gekker worden: 3e Zonmaand 1414 OT (het jaar van de kale egel) ====
 +== Freiheit Strijders Posted by Bjorn Fri, February 27, 2009 23:12 ==
 +Eerst hoor ik geruchten over de Noordmannen en dat er een inval op komst is. Slecht nieuws geloof ik. Alle ouderen beginnen zenuwachtig te worden. Vader laat mij de Smidse in beheer en rent naar de schout. Dat betekent dus dat ik niet weg kan. Bovendien moet er een boel schoongemaakt worden en moet het vuur op temperatuur blijven. Aan de slag dan maar.
 +
 +Als ik bijna klaar ben met het aanvegen van de Smidse komt Ralf binnenlopen. "Ah, het hulpje van de Smid" zeg ik. Ralf begint zijn gebruikelijke excuus tirade af te lopen. en mij te beschimpen. Ik haal mijn schouders op en ga verder met vegen. Even later komt Mirkov ook binnen lopen. "​Waarom duurt het zo lang?" vraagt hij. Het blijkt dat Ralf was gekomen om mij op te halen voor een geheime missie van Mirkov van de schout. Ik moet ook mee. "Nou het treft dat ik de werkplaats net schoon heb." zeg ik "Wat moet ik meenemen?"​ "Al je spullen, en wapens"​ zegt Mirkov.
 +
 +Nadat ik mams gedag heb gezegd vertrek ik met mijn vrienden op de '​geheime missie'​ wat dat dan ook is. We zijn met zijn vijven. Mirkov, Jasmijn, Didi, Ralf en ik. Na de hele dag gelopen te hebben komen we aan bij het '​Ranzige Zwijn'​. Een herberg waar ik verder nooit geweest ben. Hier gaan we eten en slapen. Als het eten op is en het druk wordt in de herberg besluit ik naar bed te gaan. De rest blijft zitten drinken. Maar ik ben echt moe van het lopen. Bovendien zei Mirkov dat we morgen weer vroeg op pad zullen gaan.
 +
 +Op weg naar buiten struikel ik over een dronken man. Hij begint te schreeuwen tegen mij en wil blijkbaar ruzie met me hebben. Niet verstandig om dronken mannen te slaan denk ik. Ik bied mijn excuses aan en loop door naar buiten. De man komt schreeuwend achter mij aan. Ik zucht en sla de deur achter mij dicht. Zo opgelost. Buiten loop ik de trap op naar de slaapvertrekken,​ zoek mijn bed op en ga slapen. Althans dat probeer ik. Het is een herrie beneden. Het lijkt wel of er gevochten wordt. Ik denk dat ik mijn kleren maar aanhoud. Voor het geval dat.
 +
 +En inderdaad niet veel later hoor ik gegil en geschreeuw van buiten. Ik hoor ook "​Brand,​ brand" roepen. Toch maar even gaan kijken. Ik trek de deur open en wordt verrast door een vlammenzee op de overloop. Snel ren ik terug. Pak mijn spullen en half rennend, half springend, door de vlammen bereik ik de trap. Ik spring naar beneden. Daar staat Ralf al klaar met paarden. "Neem de grijze"​ roept hij naar me. Bij Ralf kun je beter maar niet vragen waar spullen vandaan komen heb ik geleerd. Dus ik spring op het grijze paard en met zijn vijven galopperen we weg van de herberg.
 +
 +Na een half uur houden we halt. Ik vraag wat er in naam van Tempus gebeurt is in de herberg maar veel meer dan "​vechtpartij"​ haal ik er niet uit. We besluiten een stukje (een klein stukje maar) het bos in te gaan om daar een kamp voor de rest van de nacht te maken. Als ik een tijdje slaap word ik wakker geschreeuwd door Mirkov (hij had de wacht). Een wild zwijn stormt op ons af maar voor ik kan reageren is het beest al het kamp in gerend. Het werpt Jasmijn in lucht, die een paar meter verder met een smak tegen een boom aan komt en levenloos neerzakt.
 +
 +Terwijl ik opsta pak ik mijn hamer op en storm op het beest af. Ik weet het hard op de flanken te raken en hoor zijn botten splinteren. Het zakt door zijn achterpoten en sleept zichzelf naar de veiligheid van de struiken. Ik zie nu ook dat er ook al een speer uit het beest steekt en ik zie Mirkov achter het dier aan rennen. Dat komt wel goed. Ik draai me weer om naar Jasmijn. Daar is Ralf al naar toe gerend. Hij giet iets in haar mond. en even later zit Jasmijn alweer overeind. Potions? Hoe komt hij daar nu weer aan? 
ash_hamervuist.txt · Laatst gewijzigd: 2012/05/21 12:00 (Externe bewerking)