[Dwergs: Dagnar, Elfs: Danarï]
Klein, gedrongen Menschen ras. Gecreërd door de Spàjn Karnuk uit aardgeesten in de Eerste Era om de wezens van het duister van Aéhe het hoofd te bieden. Deze Danars waren de voorlopers van de Dwergen. Danar leefde boven de grond op eilanden en duinen rond de binnenzee van Grundle. Na het afsluiten van de zee en de stijging van de temperatuur gingen de Danar zich vestigen in steden en grotten rond het grote meer van Grundle. Deze Danar werden Dolvàr genoemd.
In de grote tussenliggende periode (begin Tweede Era tot midden Derde Era) ontwikkelde de Dolvàr metaalbewerking, runenmagie, mineraaldelving en steen -en stedenbouw. Deze Dolvàr noemden zich Zhwàrgh of Dwerg.
Na de rampzalige Laatste Oorlog der Magiërs verlieten alle Zhwàrgh (Dwergen) de open, hete vlaktes en vestigden zich in de steden en mijn ondergonds of verlieten de landen van Grundle.