Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


hundra

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
hundra [2013/02/17 23:47]
epg [24e t/m 29e oogstmaand 1165, het jaar van de Knakkende Tulp (2): Schipper mag ik ook eens varen.]
hundra [2013/07/31 00:04] (huidige)
epg [Charactersheet]
Regel 4: Regel 4:
   * level 5 » {{:​hundra5.pdf|}}   * level 5 » {{:​hundra5.pdf|}}
   * level 6 » {{:​hundra6.pdf|}}   * level 6 » {{:​hundra6.pdf|}}
 +  * level 7 » {{:​hundra7.pdf|}}
  
  
Regel 369: Regel 370:
 We hebben eigenlijk geen idee. Uiteindelijk besluiten we dus maar alles bijeen te rapen en de stad te verlaten. Opzoek naar de zeven heuvelen. We hebben eigenlijk geen idee. Uiteindelijk besluiten we dus maar alles bijeen te rapen en de stad te verlaten. Opzoek naar de zeven heuvelen.
  
-We zitten nog niet lang op onze rijdieren als ik een verschrikkelijke stekende hoofdpijn krijg. Veelkleurige beelden flitsen door mijn hoofd om het silhouet van de zeven heuvelen over mijn eigen gezichtveld te leggen. Handig om de weg te weten maar het blijft kamer dat je niemand kunt terug slaan als je pijn hebt. We moeten naar het oosten, de Errions in. Dat lijkt gezellig maar blijkt een zeer dicht begroeid bos te zijn. Onze rijdieren moeten we al snel achter laten en tegen het vallen van de avond moeten besluiten kamp te maken in het bos. Samen met Victoria ga ik hout sprokkelen in het bos. We zijn nog niet ver weg als Victoria begint te krijsen. Een lelijk soort pad valt haar aan maar, en dat moet gezegd, Victoria weet het zeer behendig van haar af te gooien. Helaas wel recht in mijn gezicht. Met twee handen grijp ik het wezen beet en knijp er met alle macht in terwijl ik het van me af trek. De lelijkerd blijkt taaier dan ik dacht en bijt venijnig van zich af. Maar ik weet het wel van me af te werpen. Daarop vliegt het direct weer naar Victoria en nestelt ​zich in haar nek. Het wezen begint te murmelen in een onverstaanbare taal, Ik kijk Victoria vragend aan. Zij zegt mij dat dit wezen ons komt waarschuwen. Iemand heeft de honden los gelaten. "Wat bedoel je daarmee?"​ vraag ik. Dat weet Victoria ook niet maar we besluiten snel naar het kamp terug te rennen. +We zitten nog niet lang op onze rijdieren als ik een verschrikkelijke stekende hoofdpijn krijg. Veelkleurige beelden flitsen door mijn hoofd om het silhouet van de zeven heuvelen over mijn eigen gezichtveld te leggen. Handig om de weg te weten maar het blijft kamer dat je niemand kunt terug slaan als je pijn hebt. We moeten naar het oosten, de Errions in. Dat lijkt gezellig maar blijkt een zeer dicht begroeid bos te zijn. Onze rijdieren moeten we al snel achter laten en tegen het vallen van de avond moeten besluiten kamp te maken in het bos. Samen met Victoria ga ik hout sprokkelen in het bos. We zijn nog niet ver weg als Victoria begint te krijsen. Een lelijk soort pad valt haar aan maar, en dat moet gezegd, Victoria weet het zeer behendig van haar af te gooien. Helaas wel recht in mijn gezicht. Met twee handen grijp ik het wezen beet en knijp er met alle macht in terwijl ik het van me af trek. De lelijkerd blijkt taaier dan ik dacht en bijt venijnig van zich af. Maar ik weet het wel van me af te werpen. Daarop vliegt het direct weer naar Victoria en nestelt ​
-Daar vinden we de anderen in gevecht met een aantal grote honden. Mijn zwaard weet er snel een eind aan te maken maar er zijn toch weer een aantal mensen in het lappenmandje belandt. En wie is het die deze creaturen los heeft gelaten? +
- +
-==== 18e bloeimaand 1165, het jaar van de Knakkende Tulp: It's a Gazebo ... ==== +
-"De Meester"​ vraagt ons of we klaar zijn om het bedoelde op te halen. Wij beamen twijfelend dat dat zo is. Nou ja, de meester laat vragen of dat zo is door een van de elfen die on begeleid en wel Common spreekt. De meester spreekt dat namelijk niet blijkt even later als ik hem iets probeer te vragen. Jammer ik had graag meer geweten over de bibliotheek.  +
- +
-We volgen de de oude elf door een groot aantal gangen in de bibliotheek en ik raak aan de praat met de elf naast mij. +
-Die elf spreekt wel Common. Ze verteld mij dat zij al 3 omwentelingen oud is. Een tijdspanne die mij niets zegt maar zij blijkt geen verduidelijking te kunnen geven aan mij over hoeveel tijd dat ongeveer is. Ik vraag haar waarom er in de bibliotheek naast boeken en rollen ook veel voorwerpen en wapens zijn. "Ik dacht dat bibliotheken altijd vol lagen met nutteloze boeken."​ Zeg ik haar. Ze moet bijna lachen, "Heeft u al uw wijsheid uit boeken?"​ Vraagt ze. Ik antwoord: "Nee, sterker nog; lezen gaat mij helemaal niet goed af." De elf vervolgt met: "​Evenzo,​ hier vind u ook de wijsheid niet alleen in geschrift maar in alle voorwerpen die hier aanwezig zijn, In onze taal heet het een collectarium,​ In uw taal zou u het woord filosotheek kunnen gebruiken. Een bewaarplaats van kennis."​ Ach ja, dat verklaart het wel denk ik. En terwijl ik dat op me in laat werken sta ik opeens in een bos. Een bos, compleet met bomen, mos, dieren (wel groter dan ik ze ken) en frisse bries. De dauw stijgt op van de grond en de frisse ochtendgeur verwarmt mijn hart. We zijn buiten! +
- +
-Hoe het is gebeurt kan niemand mij vertellen, maar het zal een truuk van de oude elf zijn geweest. Ik kijk om me heen en zie alleen een klein wildspoor recht voor ons uit. verder geen wegen. "​Kom"​ zeg ik tegen de anderen "eens kijken waar dat uit komt." Victoria moet natuurlijk iets tegen te sputteren hebben. Ik hoor achter mij nog iets van "Maar dit altaar dan? heb je murmul, murmel..."​ Maar even later volgt zij ook. Ondertussen ben ik aan het eind van het bos gekomen en kijk neer op een dal. Een weide glooit naar beneden en onder in staat een soort huisje. Een huisje met een kleine ronde koepel als dak. Dat zal de bestemming wel zijn. En omdat het hier zo'n mooie ochtend is, denk ik dat we hier best naar beneden kunnen rollen. Net als vroeger door het hoge gras. +
- +
-Als anderen er ook zijn wijs ik hen op het soort van tempeltje. We gaan er op af en ik begin te rollen. De wereld tolt om mij heen. De zonnestralen verwarmen mijn gezicht en mijn hart. De dauw verfrist mijn gelaat en mijn ziel. Ik voel me intens gelukkig en onbezorgd. +
- +
-Het lijkt een eeuwigheid later als ik bij het huisje opsta. Ik verwacht duizelig te zijn maar ben dat verrast genoeg niet. Ik zie dat de anderen nog zo goed als boven aan de heuvel zijn en het lijkt zelfs of er nog iemand is, maar dat kan ook verbeelding zijn. Ik besluit binnen in het gebouw te wachten op de rest. Het is tenslotte een open gebouw dus in geval van nood ben ik zo weer buiten. +
- +
-Als ik binnen stap lijkt er weer een truuk in werking te gaan. Het buiten vervaagt en muren worden meer zichtbaar maar dan wel zo dat het licht van buiten er niet door gehinderd wordt. Heel vreemd. Een hele, hele, hele oude elf zit op een zetel in het midden van de ruimte. Of misschien moet ik zeggen het idee van een hele, hele, hele oude elf. Ik stamel: "Eh, goede-morgen mevrouw."​ "Goede morgen Hundra van de vlakte."​ begroet de elf mij. Een schok gaat door mij heen, ze kent mijn naam? Ze weet ze wie ik ben. En ik merk dat dat goed is. Het voelt vertrouwd. Het voelt of ik na een lange reis weer thuis kom. Het is goed. +
- +
-"​Waarom ben je hier?" vraagt ze. "Voor jezelf of voor iets anders?"​ Ik antwoord dat ik voor de locatie van het masker van Yeah ben gekomen. Het ding dat ik voor de stadhouder, mijn meester, moet halen.  +
- +
-De elf staat op en neemt me mee naar een grot. De grot is gelegen onder de heuvelen. Door een opening in het plafond schijnt de vroege middag zon een enkele straal op een lege sokkel. "Zie zegt de elf hier ligt het, maar je bent te vroeg."​ "Te vroeg? Hoe bedoelt u te vroeg. Moet ik later terug komen? met mijn reisgezellen?​ Die zijn hier ook zo." Nee, Hundra. Je bent twaalf omwentelingen te vroeg. 12.000 van jouw jaren."​ Ik begin te lachen. U begrijpt het niet mevrouw. Mijn stadhouder heeft de bruidschat nu nodig niet over 12.000 jaar. Afgezien dat ik dan zelf niet eens meer leef. Ik denk niet dat het huwelijk dan nog plaats zal vinden."​ Maar de oude elf antwoord: "Jawel Hundra, jij begrijpt het nog niet. Kom hier over 12 omwentelingen terug. Het masker zal hier dan zijn. Kijk goed en onthoud."​ En als ik kijk staan we weer buiten. Ik zie de heuvelen in al hun pracht en schittering. Het laat zich niet meer wissen... +
- +
-Begrip daalt over me neer. We zijn niet alleen vanuit de filosotheek naar buiten gegaan. We zijn onmetelijk ver terug in de tijd gegaan. Nu ja, 12 omwentelingen om precies te zijn. De elf heeft me laten zien waar het masker in onze tijd ligt. Wat een goede truuk zeg. +
- +
-Als ik om kijk zie ik dat de anderen nog steeds op de heuvel zijn. In plaats van dat ze naar beneden komen lijkt het wel of ze in gevecht zijn met een groep dwergen. Ik draai me weer om naar de elf om haar te bedanken maar op de plek waar het prieel met de elf stond is nu alleen gras. Alsof ze er nooit heeft gestaan. En erger dan dat. Ik zie beweging van troepen in mijn ooghoeken. Als ze boven aan het vechten zijn, dan zijn dat vast niet onze hulptroepen. +
- +
-Ik trek mijn zwaard en ren de heuvel op. Zwaaiend en schreeuwend kom ik boven: "Volg mij!" Roep ik. En hakkend ren ik door de linie dwergen het bos weer in. Ik hoop maar de anderen volgen. Een aantal dwergen valt voor mijn voeten. Sommigen weten mij ook te raken maar ik ga door. In de verte zie ik , aan het einde van het wild pad, een soort van altaar staan. Daar zullen we onze positie moeten innemen. Daar moeten we onze opwachting opmaken en ons verdedigen. De horde dwergen is behoorlijk gegroeid als ik me omdraai. Gelukkig zijn de anderen er ook allemaal. Maar hoe komen we hier uit? +
- +
-Ik sluit mijn ogen en haal diep adem. Rust. De aftekening van de heuvels, waar het masker in de grot ligt, komt weer helder voor de geest. Het komt goed. Over 12 omwentelingen. Het gestamp en geschreeuw van de dwergen zwelt aan. Als ik mijn ogen weer open kijk ik in het gezicht van "de meester"​. Zijn dienaar vraagt: "Heb je gevonden wat je zocht?"​ Ik knik. +
- +
- +
-==== 18e bloeimaand 1165, het jaar van de Knakkende Tulp: De Filosotheek ... ==== +
-De volgende dag wordt ons verteld dat alles in gereedheid is gebracht voor ons om het object voor de stadhouder te halen. We lopen ontspannen en uitgerust mee door de stad. Uiteindelijk komen we uit bij een groot rond gebouw waarvan het binnen werk volledig is opgetrokken uit hout. Dus daar zijn alle bomen gebleven! we worden een aantal verdiepingen naar beneden begeleid en staan dan voor een oude, oude, heel oude elf. De elf lijkt zelf wel van hout gemaakt. Zo droog en donker ziet zijn / haar huid er uit. Om ons heen zien we hoe groot en onbegrensd de bibliotheek van [[myrinant | Myrinant]] is. Het valt me ook op dat er naast waardeloze boeken en rollen papier de kasten ook behoorlijk gevuld zijn met beelden, vazen, kelken, helmen, wapens en andere objecten. Dan klinkt het geluid van ritselend papier. Het gekuch van de oude elf, zo blijkt ... +
- +
- +
-==== 12e bloeimaand 1165, het jaar van de Knakkende Tulp: Een nieuwe vriend ... ==== +
-De volgende ochtend heeft de Victoria het een en ander te zeggen over hoe gevaarlijk het gisteravond wel niet geweest en dat iedereen we l dood had kunnen zijn doordat Ann en Tharilith zo avontuurlijk waren. Het lijkt haast wel of ze wil dat ze sorry zou moeten zeggen. Wat raar. Alsof ze het express zouden hebben gedaan. Zou ze ook denken dat ik de geesten buiten heb opgeroepen? Ik haal mijn schouders op en zeg: "Ja, misschien wel, misschien ook niet. Wie zal het zeggen. Gebeurt is gebeurt."​ En dan gaan we allemaal samen weer op pad. +
- +
-Na een lange rit, van meerdere dagen, komen we bij een klein omheind gehucht, Het is een samenraapsel van bouwvallen onder de naam [[Haag]]. De groep besluit hier te eten en wat inkopen te doen en dat gebeurt dus ook. Tijden het eten komt Victoria met het plan voor een groepskas. Daaruit kunnen we dan de gezamenlijke spullen betalen. Iedereen (ik ook) moet er 5Gp in stoppen (of in mijn geval een i.o.u van 5Gp). Het is geen slecht idee en dus stem ik ook in. Na het eten blijf ik in de herberg wachten, ik bezit tenslotte geen munten om uit geven. +
- +
-Terwijl ik wacht komt er een man verhuld in een robe met kap op me af. Hij bied me kroes bier aan en stelt zo voor als Hufrof (zoiets in elk geval). Hij wil graag mijn vriend worden en, los daarvan is hij bereid om voor het artefact wat wij als groep uit Kloff voor de Stadhouder gaan halen best bereid is een klein kapitaal aan mij te geven. Ik wijs dat vriendelijk maar resoluut af. En als nieuwe vriend heeft hij daar begrip voor. Hij verontschuldigt zich en verlaat snel de herberg. Vreemd hoor. +
- +
-Nog een aardig weetje van de Herbergier: vanavond is hier weer spektakel in de vecht arena (ja hier in de herberg aanwezig) en dat wordt gaaf want de Baron (van de zwarte raaf) komt hier met zijn gelag. Het gehucht heeft zich onlangs onder zijn bescherming laten plaatsen. De baron houdt namelijk de wegen vrij van bandieten. Zo zegt de herbergier. +
- +
-Als de anderen terug zijn van de inkopen vertel ik hen mijn korte ontmoeting met Hufrof en de benoeming van het artefact. Ook het optreden van de Baron benoem ik. Niemand schijnt echt geïnteresseerd dus ik houd er maar over op. +
- +
-We vertrekken weer uit Huf. Of de weg nog noet saai genoeg is vinden Victoria en Ann vinden het beter om over die ketting te blijven praten. Ik ga maar voor me uit zitten staren op mijn emoe. Dat blijkt me erg goed te lukken en op dag 17 van de dag van de bloeimaand bereiken we [[myrinant | Myrinant]]. Een wonder van Architectuur. Zo zegt men. En natuurlijk zie ik ook wel dat het heel veel werk heeft gekost om dat allemaal uit marmer het hakken. Maar het haalt het toch echt niet bij een tentenkamp. Het begint met een 30 meter hoge marmeren trap. Je vraagt je af waar alle bomen hier uit de buurt zijn gebleven. Langs de trap omhoog staan wachter in vol ornaat. Ik vraag een van hen of en hoe we met de rijdieren en de door Victoria aangeschafte kar omhoog kunnen komen. Ik wordt benantwoord in een onbegrijpelijke taal. Ik probeer het nogmaals in Common maar nu iets harder en met arm en voetbewegingen. Iets wat universeel is, is mij verteld. Wederom een onverstaanbaar geraaskal van de wachter. Ik kijk de anderen hulpbehoevend aan. Victoria, biedt haar hulp. Ze zegt dat het elfen zijn en dat ze geen Common spreken. Zij spreekt naast nog veel meer talen ook Elfs. Kijk, dat is handig. Het blikt dat de Kar en dieren op een naast gelegen veld achtergelaten kunnen worden. Wij kunnen lopend naar binnen.  +
- +
-Binnen zien we pas goed wat de Elven het landschap aangedaan hebben met hun marmer, poelen, fonteinen, bruggen, pleinen en weet ik veel. Alle ruimte is ingevuld door handen werk. Toch geeft het nog een vage illusie van openheid en weidsheid. Knap gedaan. Maar wat een nodeloze ontsiering van Aurum. Warm worden we onthaald door 2 afgezanten van het elvenvolk. We worden naar een kamer begeleid waar we ons kunnen laven en opfrissen. Nou dat laat ik mij geen twee keer zeggen. En terwijl de rest zich tegoed doet aan oogsnoep van de stad. Doet ik mij tegoed aan buiksnoep want er staan schalen met heerlijk zoet fruit en karaffen met heerlijk zoete mede. Met een volle buik en een glimlach op mijn gezicht val ik in slaap op de heerlijk zachte banken. +
- +
- +
-==== 8e bloeimaand 1165, het jaar van de Knakkende Tulp: Een bruidsschat halen ... ==== +
- +
-Van de Luit moet ik samen met Tharilith, Victoria, Seebo en nog een heks op pad gestuurd. Van [[kloff|Kloff]] zijn we naar [[vatohs|Vatohs]] gereisd. Daar hebben we de informatie gekregen om naar de mijnen van [[myrinant|Myrinant]] te gaan om een bruidsschat voor de stadsheer te halen zodat hij zijn vrouw kan betalen. rijdieren en de kosten voor dit oord zijn betaald. voor de rest moeten we het schijnbaar zelf zien te rooien. Ik heb nog wat proviand maar begrijp dat we meestens buiten zullen zijn. We zullen dus wel jagen.  +
- +
-De herberg waar we zitten huist ook een aantal Moordenaars [[(Kroliaanse Ridders)]] dus ik besluit maar naar een ander vetrek te gaan voor er ellende van komt.  Het laatste geld wat ik bezit verlies ik jammerlijk in een wedstrijd vechten maar zoals gezegd de kosten waren al voorruit betaald. +
- +
-De volgende ochtend besluit ik bij onze rijdieren te gaan kijken. Werkelijk prachtige dieren en ik verheug me er nu al op om ze te berijden. Als ik weer naar binnen ga zijn Tharilith en Victoria ook beneden. En als de rest er ook is en we zijn vol gegeten vertrekken we op onze loopvogels via de oostelijke poort Vatohs. We rijden een goede halve dag over de steiger naar het einde van de wereld. Daar ligt een stinkende zwarte poel met een huis er naast. Ik geloof dat het Victoria is die aan de bel trekt bij het huisje. Een oud besje komt naar buiten en praat met victoria. Even later zegt Victoria tegen ons dat ze een overtocht heeft geregeld met het veer. Als we eenmaal op het pond zitten begin ik pas te merken hoe moe ik ben. Het duurt niet lang voor ik slaap val. +
- +
-De volgende ochtend wordt ik uitgerust wakker. Iedereen ziet er overigens behoorlijk monter uit. Behalve Seebo, die heeft slechte dromen gehad. We reizen weer een dag als we tegen het vallen van de avond een stenen toren zien naast de steiger. Iemand heeft bij bouw vergeten er een deur in te maken maar op de tweede verdeling zit wel een ingang. Ik klim omhoog en laat de anderen door een uitgeworpen touw volgen. Als de ruimte veilig is bevonden laat ik de anderen achter en ga zelf mijn nacht beneden bij de rijdieren doorbrengen.  +
- +
-Het duurt niet lang voor de vogels onrustig beginnen te worden. Ik pak mijn zwaard en sta op. Dan zie ik een meerdere paren ogen gloeiend als kooltjes op ons af komen. Ik neem een afwachtende houding aan, maar als het eerste creatuur zich met uitgestrekte klauwen op mij wil storten weet ik genoeg. Mijn Zwaard klieft er door alsof het rook is en het wezen valt uiteen. Goed dat was 1! Hoeveel waren het er nu precies? +
- +
-Meer dan twee zijn het er niet meer en ook deze twee zijn slecht opgewassen tegen de kracht van Hundra en de macht van haar zwaard. Dan hoor ik lawaai in de toren. Zijn daar mijn metgezellen dan wel in gevaar? Snel begeef ik mijn aar boven en ren naar het geluid van het gevecht. Onderaan een trap zie ik mijn reisgezellen in gevecht met een ridder! Ik bedenk mij geen moment en strom de trap af en plant mijn zwaard in de Kraukotische ridder. Deze deinst even achteruit maar komt snel weer op mij af om mij, met zijn geklauwde handschoenen,​ het vlees van mijn armen te scheuren. Ah, een echt gevecht! +
- +
-Ik begin af te weren, aanvallen schijnaanvallen te maken. Dans om de ridder heen. De arme drommel heeft geen idee wie er voor hem staat. Hundra en haar zwaard hebben slechts 3 rake slagen nodig om de laffaard in harnas neer te halen. Ik kijk de groep rond zie dat iedereen min of meer ongedeerd is. Gelukkig. De heks Ann geneest mijn opghelopen wonden en ik dank haar daarvoor. +
- +
-De groep besluit dat de dieren wel alleen kunnen blijven, Ik deel die mening niet en maak dus maar weer alleen bij hen de wacht op.+
hundra.txt · Laatst gewijzigd: 2013/07/31 00:04 door epg