Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


jasmijn

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
jasmijn [2012/05/22 22:14]
bart [Jasmijn]
jasmijn [2012/05/23 11:27] (huidige)
Regel 1: Regel 1:
  
-====== !UNDER CONSTRUCTION! ======+====== ​Jasmijn ====== 
 +{{:​jasmijn.jpg|Jasmijn}} 
 + 
 +==== Charactersheet ==== 
 +{{:​jasmijn.pdf|Jasmijn}} 
 + 
 +==== Speler ==== 
 +[[bart|Bart]] 
 + 
 +===== Dagboek van Jasmijn ===== 
 + 
 +==== Oorlog: Mannen met houten zwaarden. Kortom een kinder(achtig)spel ==== 
 + 
 +Ralf en ik zitten op ons gebruikelijke stekkie in de stad ... bovenop het dak van de hooimijt achter de smidse. Turend over de daken en kijkend naar de werkzaamheden van Ash, de smidszoon. "Er is een oorlog op komst" zegt Ralf, "de Noordmannen trekken onze landen in". Ik kijk Ralf aan. Op één of andere manier heb ik het idee dat hij het prachtig vindt en dat hij graag zijn bijdrage aan die oorlog zou leveren. 
 + 
 +"​Ja"​ zeg ik "voor de zoveelste keer wordt er gestreden om stukken land en er zal weer een hoop onnodig bloed vergoten worden over de akkers van moeder Natuur"​. Ralf kijkt me vragend aan. Ik beantwoord zijn vragende blik met een blik van onbegrip. Hij moet toch ondertussen wel weten dat ik als heksendochter weinig, eigenlijk helemaal niets, met oorlogen heb. "​Nou"​ zo luidt het antwoord van Ralf "ik zou best onder de wapenen willen"​. "Ach Ralf, je moet toch weten dat jij met dat houten zwaard van je weinig tegen de Noordmannen uithaalt"​ zeg ik als ik maar weer eens voor me uit staar. 
 + 
 +Dit is het punt waar ik van repliek krijg. "En wat denk jij dan wel uit te kunnen halen tegen die Noordmannen. Jij bent een vrouw en kan nog niet eens een houten zwaard hanteren"​. Alsof ik die behoefte überhaupt heb. Oorlogen zijn kinderachtig. Het gaat om helemaal niets. Daar waar monden niet meer spreken kletteren de wapens zei mijn grootmoeder zaliger ooit eens. En daar heeft ze gelijk aan. Bij het overlijden van mijn grootmoeder is er veel wijsheid verloren gegaan. Ik besluit de strekking van de woorden van mijn grootmoeder zaliger met Ralf te delen in mijn eigen woorden "zij die het met de mond niet meer kunnen redden Ralf, zullen de wapens oppakken"​ zeg ik tegen mijn goede vriend. En daar laat ik het maar bij. ... "Wat dacht je van een middagje bij de vennen"​ vraagt Ralf. Ik stem in en samen wandelen we naar de vennen. 
 + 
 +Ralf is de zoon van de kuiper, hij maakt tonnen. Nee wacht, Ralf is de zoon van de kuiper die het niets doen heeft verheven tot een ware kunstvorm. Op de meest geniale wijze weet Ralf zich voor elke vorm van werken te drukken. ... Ralf is de persoon die het woord "​zwaffelen"​ had kunnen bedenken, het vervolgens 6 werkdagen zou kunnen doen én volhouden om aan het einde van de week iedereen mede te delen dat het een drukke week is geweest. Ralf ... moordgozerHet feit dat hij "onder de wapenen"​ zou willen verbaasd me enigszins, dat betekend dat hij zou willen werken. 
 + 
 +Onderweg naar de vennen gaat het gesprek over de eenden en het jachtseizoen. Ralf is een redelijk jager, in elk geval beter dan ik ben. Ik heb meer met kruiden en thee. Een combinatie van beide is meer dan perfekt. 
 + 
 +Ralf zoekt bij de vennen zijn vaste boom weer op. Hier zit hij altijd als hij eenden wil schieten. Ik zit rustig onder de boom te genieten van de bleke zon. Na een goed half uur besluit ik op zoek te gaan naar een aantal kruiden die hier bij de vennen groeien. Laat ik de kruidenvoorraad van mijn moeder maar eens aanvullen. 
 + 
 +Gelukkig weet ik waar ik zoeken moet en ik weet welke kruiden binnenkort op zijn in het huis van mijn moeder. Mijn moeder is ook heks, van haar leer ik het vak. Zo ben ik bij de bevalling geweest van mevrouw Jansenz, de vrouw van de dorpsomroeper. De jongste telg van dat gezin is nu anderhalf jaar oud, een leuk ventje. Ook help ik mijn moeder met het maken van zalfjes en kruidenextracten die dienen als geneesmiddel voor de lokale bevolking. Soms ga ik langs bij mensen die ziek zijn en help ik een beetje in het huishouden. Maar het leukst vind ik toch als mijn moeder mij laat bladeren door haar toverboek. Spreuken daar ben ik echt verzot op. Spreuken die de mensen kunnen dienen, altijd handig. Ik ben dan wel niet zo'n goede heks als mijn moeder én al helemaal niet als mijn grootmoeder zaliger maar ik merk wel dat ik potentie heb. Het gaat me redelijk makkelijk af dat spreuken leren en doen. 
 + 
 +Plots hoor ik een stem ... gelukkig, die stem ken ik. Het is Mirkov, de zoon van de sherriff. Een jongen die naar school gaat, één die het echte leven niet kent. Maar buiten het feit om dat Mirkov nooit smerig is, zijn haar altijd netjes heeft zitten en soms wat moeilijk uit zijn woorden komt is het een goede gast. Mirkov praat met Ralf. Ook ik besluit maar weer eens richting de boom van Ralf te gaan. Het gesprek tussen beide gaat over de opkomende oorlog -zucht- ... mannen. 
 + 
 +Mirkov moet van zijn vader iets afgeven bij "de Wolf", de landsheer van wie deze gebieden zijn. Zijn vader heeft gezegd dat wij ook maar mee moesten gaan naar "de Wolf". ... En of we even op willen schieten. Sorry? Alsof ik niets beters te doen heb dan "​spulletjes"​ afgeven. Ik ben geen bode heb ik zo het idee. En ook zie ik Ralf bedenkelijk kijken ... tja, zwaffelen hèNee, Ralf meent dat hij óók het dorp moet verdedigen tegen de Noordmannen,​ die staan tenslotte op de dorpel van ons schone, rustige en vredelievende dorpje Freiheit. 
 + 
 +Dan horen we in het struikgewas een gekraak vanjewelste. Uit de bosrand komen een aantal lange blonde figuren die het blijkbaar op ons gemunt hebben. Noordmannen! Snel staat Ralf op de grond, heeft Mirkov zijn pijl en boog en bedenk ik me dat het nu de tijd is om ook eens met een plan te komen ... rennen. Ik til mijn rok iets op en maak me uit de voeten richting het dichtst bijzijnde struikgewas. Ik hoor Ralf nog roepen "bij de oude berk". Da's onze ontmoetingsplek hier in het bos. Ik duik achter een bossage en blijf roerloos liggen. 
 + 
 +Er zoeven pijlen en er volgen een paar kreten. Geen van de kreten komt van mijn vrienden. Ik zie dat ze de Noordmannen achterzich aan krijgen. Ze lopen rechtstreeks naar Leo, de kolenbrander. Leo en zijn zoons Leo, Leo, Leo en Leo (er volgen er dan nog 4 Leo's) weten wel raad met die Noordmannen. Goed plan Ralf ... rennen en jij ook natuurlijk Mirkov. 
 + 
 +Als het een beetje rustig is, sta ik op en zie ik één van de blonde mannen tegen een boom in elkaar zakken. Er steekt een pijl door zijn been. Oeh ... da's even lastig. Dan zie ik een tweede man die aan komt lopen en gaat naar zijn kameraad bij de boom. Ik besluit het erop te wagen. Ik kom achter het bosje vandaan en loop op de mannen af. De man die nog staat leunt op zijn bijl -en die bijl is groot kan ik verzekeren- en staart mij aan. "​Gegroet heerschap"​ waag ik uit te spreken "ik zie dat u wel wat hulp kan gebruiken, laat mij u helpen"​. De staande man staat het me toe. 
 + 
 +Als ik dicht genoeg genaderd ben gooi ik mijn spreuk, een //sleep//, en ik gniffel. De spreuk heeft geen effect op de staande man. De zittende man echter kan geen weerstand bieden en glijdt richting de grond. Kokende vleermuisvleugels nog aan toe, ... de staande man rent op me af woest zwaaiend met zijn bijl. Snel gooi ik een tweede spreuk, dit maal een //​hypnotism//​. Die heeft effect. Hahaha, ik ga even een persoonlijk lolletje hebben. Ik loop op de gehypnotiseerde man af en pak hem bij zijn nek, buig zijn hoofd iets voorover en zeg hem in zijn oor: "vanaf nu ben je bang voor meisjes met een wit hoofdkapje"​ en plant vervolgens mijn knie hard in zijn kruis. Dit wordt leuk ... ik draag namelijk altijd een wit hoofdkapje. 
 + 
 +Ik ontdoe de mannen van hun kleding, en wapens. De dolk en de speer neem ik mee. Ik haal de pijl uit het been van de liggende slapende man en ik bedenk me dat ik beter even naar huis kan gaan om mijn moeder te waarschuwen voor die Noordmannen. Ik huppel vrolijk naar huis. 
 + 
 +Thuis aangekomen staat mijn moeder mij al op te wachten ... waar ik in de naam van Wee Jas uit heb gehangen? "​Gewoon met Ralf bij de vennen"​ en ik geef mijn moeder de kruiden die ik gevonden heb voor haar. Ze is er blij mee. Maar mijn moeder zegt dat ik moet maken dat ik samen met onze spraakzame vriend Diederik Willibrord, een jonge bard die bij mijn moeder en mij intrek heeft gedaan, naar het dorp moet gaan omdat de sherrif vindt dat wij, mijn vrienden en ik, iets moeten doen ... ik voel nattigheid. 
 + 
 +Hoe Diederik aan zijn naam komt is wel een grappig verhaal. Hij stond op een goede dag bij ons mama op de dorpel. Uitgehongerd en vel over been stamelde hij: "Die ... der ... ik wil..euh ... brood" Mijn moeder heeft toen maar besloten dit taalkundige wonder Diederik Willibrord te noemen. Diederik is wel een grappige verschijning,​ altijd lachen met hem. 
 + 
 +Eerst maar eens naar "de oude berk". Wachten, wachten, wachten ... niets. Kronkelende slangestaarten ... waar blijven Ralf en Mirkov nou? Ik bedenk dat ik misschien beter richting het dorp kan gaan. 
 + 
 +In het dorp aangekomen loop ik richting de smidse om Ash eens te vragen of hij Ralf heeft gezien. En ja hoor ... Ralf en Mirkov in de smidse. "​Gloeiende serpentogen nog aan toe ... wat is dit nu weer. Sta ik te wachten bij de oude berk, zitten jullie hier" is het eerste wat ik Ralf en Mirkov meld. "De oude berk? ... BEUK" zegt Ralf en wijst naar de dikke beuk op het dorpsplein. "Ahhh ... ik dacht dat we in het bos zouden afspreken"​ stamel ik nog. Ik kijk even rond en vraag Ash om een kopje warme thee. Dat wordt voor me ingeschonken. 
 + 
 +Diederik, Ralf, Mirkov en ik gaan op "​missie"​. Maar niet zonder onze allerbeste vriend Ash. Snel pakt hij zijn spullen en de sherriff zwaait ons uit. Op weg naar de eerste tussenstop: herberg "het Ranzige Zwijn"​. 
 + 
 +==== 'Het Ranzige Zwijn' ... 'De Ranzige Wijn' zal men bedoelen ​==== 
 + 
 +Als we 's avonds over het pad lopen zien we een kleine 500 meter verderop lichtjes. Het is het licht dat vanuit 'Het Ranzige Zwijn' naar buiten schijnt. Dat blijkt als we het licht, en dus ook het etablissement,​ tot een kleine 10 meter zijn genaderd. Kijk, het staat op het bord "Het Ranzige Zwijn" ... 
 + 
 +Als we binnenkomen zitten er een aantal mannen, 5 in totaal, in het lokaal. Het is hier smerig. De waard, een man met een stevig postuur, oogt mijn louche. 'Geen koper voor de kont waard' denk ik nog, 'die zal zijn eigen moeder nog verkopen als die meer dan 2 koper opleverd'​. We bestellen te eten en te drinken ... oh, en een slaapplaats graag. Géén probleem, geen probleem. Mits we maar betalen, vóóraf, géén probleem. Ik voel een probleem ontstaan. 
 + 
 +Het geld, is geen probleem. Mirkov heeft van zijn pa een aantal zilverlingen mee gekregen. Ik heb zelf nog een budget van 3 kopers en ook Ash heeft nog een paar duiten. Ik maak de waard duidelijk dat we pas gaan betalen ná geleverde diensten. Ik hou de man een stelling voor: "stel, dat wij keurig betalen, vooraf, en u gooit ons vervolgens de straat weer op ... hebben we wel betaald maar hier niet gegeten en geslapen. Dus, als we hier gegeten hebben, betalen wij het eten. Als we hier geslapen hebben, betalen we de slaapplaats"​. Het duurt even maar de man stemt in. Het eten en de drank wordt geserveerd aan tafel. 
 + 
 +Als we aan het eten zijn kijk ik Ralf aan. Dit zijn de momenten dat wij elkaar begrijpen, zonder uit te spreken waar het over gaat. Vluchtwegen ... Als hier de pleuris uitbreekt, waar moeten we naar toe? Wie zijn die 5 gasten die hier nog meer zijn? Ralf staat op en verlaat de tafel. "Even naar het huisje"​ zegt hij. Maar ik weet beter. 
 + 
 +Als Ralf terugkomt geeft hij aan dat er vier paarden en een grote huifkar in de stallen staat. Blijkbaar van de 5 heren die hier ook bivakkeren. De stallen zijn aan de achterkant van deze keet maar we moeten echt via de voordeur, of de ramen, naar buiten om daar te komen. Duidelijk! 
 + 
 +Het wordt al maar drukker en het lokaal sluit de luiken waardoor een eventuele ontsnapping naar buiten door de ramen niet meer gaat. De voordeur is bij problemen onze enige vluchtweg. Het wordt dampiger en de overdaad van mannenzweet penetreert mijn neusgaten, alleen dat al bederft mijn pret. Het bier vloeit rijkelijk en de zure lucht uit de kotshoekjes trekt op naar mijn ogen met tranen tot gevolg. En bier maakt testosteron los bij mannen. Het wordt meppen! Ik glij van mijn stoel en kruip onder de tafel. 
 + 
 +Mijn geluk ... midden in een kroeggevecht. Welke sukkel is dit nou weer begonnen? Vanonder de tafel zie ik dat Ralf z'n mannetje staat. Ralf duikt weg als een vuist naar zijn gezicht gaat. Pijn schiet door mijn hand, iemand stond op mijn vingers, beter om iets verder onder de tafel te kruipen. Maar voor ik het goed en wel besef lig ik over de brede schouder van Ralf en zijn we buiten. - ... mijn held, mijn redder ...- We springen op de paarden en galopperen het duister in … 
 + 
 +==== In het bos, uit het bos, er doorheen? Er doorheen? Ik dacht het niet! ==== 
 + 
 +... na een halfuur galopperen over het pad, houden we halt en gaan bij een pad iets het bos in. We maken kamp op en ik zet een overheerlijke pot thee. We spreken de wacht door en ik heb als laatste de wacht. "​Da'​s wel handig"​ zeg ik, "dan heb ik 's morgens de thee klaar voor het ontbijt"​. Mijn dag begint niet zonder een kopje thee ... of drie, afhankelijk van mijn dromen! Ik ga slapen. 
 + 
 +Heb ik goed en wel mijn ogen dicht ... Mirkov hoort iets en maakt me wakker. Nog geen 20 seconden later stormt een wilde ever op mijn persoontje af. Zwart voor de ogen, groene velden met bloeiende bloemen, een hand die door de halmen van het goud-gele graan gaat ... prachtig ... hier wil ik zijn. ... Bruut gestoord, gaat weer een droom. Ik schijn door die wilde ever naar Limbo gelanceerd te zijn ... "​dhûh,​ echt niet" stamel ik uit. "​Jawel"​ zegt Ash, "Ralf heeft een potion in je mond gedrukt"​. - ... mijn held, mijn redder, mijn alles ...- Ik dank Ralf en ga weer slapen. De gedachten aan Ralf, hoe heldhaftig hij kan zijn maakt dat ik snel in slaap val en prachtige dromen heb. Als ik wakker wordt gemaakt om wacht te houden, blijf ik onder mijn deken zitten om wacht te houden. 
 + 
 +Aan het eind van mijn wacht maak ik de rest wakker, net nadat ik de thee klaar heb. We nuttigen ontbijt en de ongedurige Ash besluit het vuur te doven met het restantje thee ... "Hey, wat doe jij"? vraag ik Ash. "Het vuur doven, dat lijkt me toch duidelijk"​ krijg ik van hem terug. "... en ik heb nog niet eens mijn derde kopje thee gehad" stamel ik nog. "Dan neem je er morgen vier en is het per saldo weer gelijk"​ moppert Ash "... we gaan weg". Ik kijk een beetje beteuterd naar Ash -halloooo, ... ik heb ook gevoel hoor, bruut-. 
 + 
 +Er barst een gesprek tussen de heren los: het bos in? het bos uit? er doorheen? ... "mag ik misschien een kekje van iemand"?​ vraag ik, maar ik word niet gehoord. ".... mag ik misschien een kekje"?​ vraag ik weer maar ... geen antwoord noch een kekje. "... MAG IK MISSCHIEN EEN KEKJE VAN IEMAND!!?"​ ... ah, contact. De discussie gaat voort en Ash, meneertje ongeduld, heeft er tabak van, dwingt ons de paarden te zadelen want we MOETEN weg ... -vent koop schapen, kun je die drijven!- ... Mirkov, de goedzak, loopt als eerste naar zijn paard en bemerkt dat het beest mank loopt. 
 + 
 +Mirkov vraagt mij of ik hier iets aan kan doen. Euhm ... snel loop ik in gedachten door mijn spreuken. "Ja, ik zou een //speak with animals// kunnen doen en daarna een //command// ... daarmee geef ik hem dan in zijn eigen taal het commando dat hij moet lopen en niet zeuren. Is dat een idee?" Voor Mirkov spreek ik abracadabra bemerk ik ... "kun je niet iets van een helende spreuk of zo"? vraagt Mirkov. "​Jawel,​ ... da's de makkelijke oplossing maar niet per definitie beter" zeg ik stellig. Ik kom nog met een ander idee, "​wellicht kan Ash even kijken of het nobele rijdier wel goed beslagen is ...". Geef de doordouwer iets waar hij zijn kunde op los kan laten en het wordt een heel ander mens ... let op. 
 + 
 +Als sneeuw voor de zon verdwijnt zijn haast, vraagt lief aan mij of ik het beest even bij de teugels vast wil houden en behoedzaam tilt hij het been van de ros op. Inspecteert de beslagen hoef, punnikt een beetje met een dolk bij de hoef en het hoefijzer en komt na een klein kwartier tot de conclusie "​prutswerk ..." en laat het been weer zakken. Ik heb ondertussen een //speak with animals// gecast. Ik vraag de prachtige ros, als de uitkomst "​prutswerk"​ duidelijk is, wie deze ernstige verminking hem heeft aangedaan. "Dé smid" zo luidt het antwoord van het nobele beest. 
 + 
 +"​Prutswerk zeg je" meld ik Ash, "weet dat je vader dit heeft gedaan maatje"​. "Dat neem je terug" briest de smidszoon. "Wat? Ik heb het zelf gevraagd aan dit nobele dier ... hij gaf als antwoord dé smid. Jij bent toch de zoon van dé smid, je vader is toch dé smid"? vraag ik Ash. "Mijn vader is een smid, niet dé smid ..." tiert Ash. "Nou, Ash, wacht even ... als jou gevraagd wordt wie jij bent, zeg je altijd héél trots: dé zoon van dé smid, niet een zoon van een smid ..." zegt Ralf en voegt hieraan toe "dus ik denk dat Jasmijn een punt heeft"​. Woest, woest is Ash. Met een ferme klap van zijn hamer op de kol (de plek tussen de ogen) van het nobele dier geeft hij gehoor aan zijn woede. Het beest stort tegen de vlakte ... de ander paarden zetten het op een lopen. -Tja, dat zou ik nu ook het liefst willen ...- Hoewel ik de woede van Ash zie in zijn ogen, blijf ik geloven in zijn goedheid ... hij zal het gedaan hebben om het nobele dier uit zijn lijden te verlossen. Ik weet het zeker ... 
 + 
 +Mirkov rent achter de paarden aan ... "thee dan maar"? vraag ik. "Ja, dat kan nog wel een halve dag duren voordat Mirkov terug is" zegt Ash. Ook Diederik en Ralf stemmen in met een kopje thee. Maar als het water in de pot zit besluit Ash om toch achter Mirkov aan te gaan ... de brute hond. "​Natuurlijk,​ ik zal ook thee voor jou zetten, zonder dat je het gaat opdrinken ..." mompel ik als Ash verdwijnt tussen de struiken. 
 + 
 +Dan is er groot alarm ... het hele leger Noordmannen trekt aan het bos voorbij en Mirkov en Ash worden achtervolgt door een aantal van deze booswichten. Het besluit wordt hier genomen om toch maar door het bos te gaan. "Dat spaart tijd uit" weet Diederik, "een dag of wat ... vier denk ik". -Door het bos?- denk ik -... geen haar op mijn hoofd dat daar aan denkt-. Dan komt alles als een mokerslag binnen ... ik begrijp een beetje hoe het paard dat moet hebben ervaren. 
 + 
 +"Zeg jongens luister eens" zeg ik. "Waar zijn we eigenlijk mee bezig? ... hoe belangrijk is het dat wij zo snel mogelijk het bericht bij 'de Wolf' moeten afgeven? Waarom heeft de sheriff expliciet gezegd 'niet door het bos' te moeten gaan? Zoals ik het zie gebeurt er het volgende: géén paarden mee van de sheriff ... maar we hebben haast! niet door het bos ... maar we hebben haast! De sheriff vreest voor ons leven als wij in het dorp zouden blijven ... Toch Mirkov?"​ Een instemmend knikje van Mirkov. "Ik denk dat de hele opzet van die brief slechts een trucje is geweest van de sheriff om ons uit het dorp te krijgen. Hij verleent tenslotte niet alle medewerking om alles ZO SNEL MOGELIJK rond te krijgen ... dus we kunnen ook gewoon hier blijven zitten en wachten tot de oorlog voorbij is!!!"​. Stilte ... 
 + 
 +... "Ja ... precies"​ zegt Diederik. 
 + 
 +Ash heeft er genoeg van, hij pakt zijn spullen en loopt weg, Ralf loopt mee. Langzaam volgen Mirkov en Diederik. Ik volg nog langzamer. Als we aankomen bij het pad door het bos, loopt Ash over het pad het bos in. Mirkov en Diederik volgen. Ralf wacht op mij. "Kom Jasmijn, laten we nou gewoon door het bos gaan". "Nee, gaan jullie maar ... ik zie jullie hier over een halve dag wel weer. Ik ga niet door het bos ... echt niet. ... Ga nou maar, de anderen lopen al een eind verder op" zeg ik tegen Ralf. 
 + 
 +Ik zet mij tegen een boom en laat de zon mijn gezicht verwarmen. Als ik kijk over het bospad zie ik de jongens bijna niet meer. Ik maak het me zo prettig mogelijk. Ik richt vast een kampje in. Thee ... eerst vuur. Dekentje op de grond, hout sprokkelen ... de avond valt en nog steeds zijn de jongens niet terug. Er is hopelijk niets ernstigs gebeurd … 
 + 
 +==== Een vreemde ontmoeting ==== 
 + 
 +Daar zit ik dan, onder een boom. De avond is al ver gevorderd en ik geniet van mijn kopje thee als ik een eind verderop op het pad stemmen hoor. -Daar zul je ze hebben. Het avontuur door het bos zal voor de jongens ten einde zijn- denk ik nog. 
 + 
 +Maar als ik een beetje beter luister, hoor ik de melodieuze klanken van elven. -Mijn vrienden spreken geen elfs- bedenk ik me. Ik weet niet goed hoe ik me moet voelen, slecht omdat het mijn vrienden niet zijn of juist goed omdat het elven zijn ... elven kom je tenslotte niet elke dag tegen. Ja, ik wel natuurlijk, ik ben zelf een elf dus ja, ik kom elke dag een elf tegen. Maar ik bedoel natuurlijk '​andere'​ elven. En met '​andere'​ elven bedoel ik niet die vervelende drow ... daar wil ik niets mee te maken hebben. 
 + 
 +En er schiet van alles door me heen. Moet ik het vuur uitmaken ... heeft geen zin want ze zullen me vast gezien hebben. Als ik thee zet, en ze uitnodig maak ik in elk geval meer kans op vriendelijke gezichten. Ik loop snel naar het beekje en vul de ketel met water. Als ik deze op het vuur zet, lopen er twee elven mannen op mij af. Het wapen getrokken maar zeker niet dreigend. 
 + 
 +Ik groet de elven en zie aan hun tenue dat ze een soort van patrouille moeten zijn. Ik ken dat, ik zie dat gelijk ... ze hebben beide een gelijkend tenue. Bij ons in het dorp lopen er ook een paar van rond. Fel rood gekleurde pakjes die menen dat ze de dienst uitmaken. Het ergste zijn diegenen met franjes op de schouders ... hun leiders. Hoewel de kleuren van de elventenues véél subtieler zijn, zie ik toch iets van glimmende streepjes op schouder en mouw. Subtiel maar zichtbaar ... 
 + 
 +Ik nodig de elven uit om te gaan zitten en enigszins verbaasd nemen beide mannen plaats. Ze vragen aan mij wat ik doe in het bos en ik vertel ze het hele verhaal over mijn vrienden die thans door het bos dolen. Dat ze niet naar mij geluisterd hebben maar dat ze weer die eigenwijze mensen uit moeten hangen omdat die meestal menen het recht aan hun zij te hebben. 
 + 
 +Al gauw verschijnen er meerdere elven die allemaal om het vuurtje komen zitten. Ik ben druk met thee zetten en inschenken. Druk met vertellen over wie ik ben, waar ik vandaan kom en waar ik woon. Als ik zeg dat ik een heks ben, gaan de ogen wat verder open bij de heren en ik voel dat er spanning in de lucht hangt ... bij de heren weliswaar. Ik zie dat de zwaarden iets strakker in de schede worden gestoken, de bogen worden weggemoffeld en ook de cape gaat wat verder over hun wapenriem. Kijk, dit volk heeft tenminste respect voor een heks zoals ik. 
 + 
 +Na een klein uurtje springen de elven ineens op en ik zie, en hoor, dat er over het pad meerdere figuren aankomen. Ik tel er drie. Het schijnt dat één van de drie gedaantes de kapitein is en de heren springen in de houding. Ook ik sta op, meer uit fatsoen dan uit node. De kapitein wordt ingelicht en krijgt naar mijn idee ingefluisterd dat ik een heks ben. Nederig neemt de man een pas in mijn richting. Een kleine buiging, ... "​vrouwe"​ spreekt de kapitein. "​Heerschap,​ neemt u plaats in deze kring. Ik heb thee voor u en uw manschappen"​ zeg ik als ik een knikje maak richting de leider van de patrouille. 
 + 
 +Na het kopje thee en een kort overleg besluit ik mee te gaan met de patrouille, mee naar de stad midden in het bos. Het gerucht gaat door het bos, zo weet de kapitein mij te vertellen, dat er inderdaad een viertal mensen het hebben gewaagd om in het bos te treden. Ik weet gelijk dat dat mijn vrienden zijn. Ze worden al een tijd gevolgd en zij worden, als het al niet gebeurd is, ook naar de stad gebracht. "​Prima,"​ zeg ik tegen de kapitein "ik ga met u mee zodat ik weer met mijn vrienden herenigd word en dat we dan spoedig onze opdracht zullen gaan afronden"​. 
 + 
 +Als ik aankom in de stad krijg ik te horen dat mijn vrienden er nog niet zijn en dat ik naar de "Heer van het Woud" moet. "Wat? ..." stamel ik "... ik ben slechts een nederige elvenmeid, niet waardig de Heer van het Woud te ontmoeten en te spreken"​. Ja, ik ken mijn plaats! De kapitein denkt hier anders over. "​Want,"​ zo meent hij "de Heer van het Woud spreekt graag met de wijzen van ons volk en dus ook met u. Zeker met de naderende dreiging van de Noordmannen"​. De kapitein heeft in elk geval kennis en doortastendheid. Ik maak een nederig knikje met mijn hoofd en het compliment van de kapitein doet me, figuurlijk, groeien. 
 + 
 +De zaal waar ik naar toe geleid word is groot, impulsant, prachtig gedecoreerd en voorzien van een houten troon. De man op de troon moet 'de Heer van het Woud' zijn vermoed ik en nederig val ik op de grond. "Sta op trouwe onderdaan en raadgever",​ spreekt de man "welk bericht en advies brengt u mij"? Achter mij hoor ik de deur weer dicht gaan. Ik sta op kijk even door de zaal maar ik zie in de vluchtigheid alleen de man op de troon. Geen wachten, geen lakeien, geen hofdames. 
 + 
 +Ik kijk snel weer naar de vloer als ik spreek "Heer, ik ben een nederige meid die u slechts te vragen heeft, geen adviezen noch berichten"​. "En uw queeste, vrouwe"?​ vervolgt de man. "Mijn queeste is slechts het dienen van ons volk, oh heerschap. Zoals u, zij het op een hoger niveau, ook ons volk dient"​. "U spreekt met een tong vol wijsheid en kijkt met een blik vol nederigheid",​ spreekt de man "ik ben blij u te mogen ontmoeten"​. "​Hoewel het niet mijn plaats is u te vragen heer", zeg ik "moet mij iets van het hart, mijn vrienden, zijn zij in nood"? "​Vreest niet, zij maken het goed. Hier en daar een schrammetje maar ... goed", spreekt de Heer van het Woud. "Ik ben blij dit uit uw mond te mogen vernemen, heer" zeg ik "​geruststellende woorden voor mij, een dienaar met een hart vol zorgen"​. "Maar uw queeste ... hoe dient u thans ons volk vrouwe"?​ vraagt de Heer van het Woud. "Vlij neder op de trap onder mijn troon en leer ons wat maakt dat uw hart vol zorgen is". 
 + 
 +Ik loop langzaam naar de trap met drie treden en ga op de onderste trede zitten. Ik vertel over de naderende dreiging van de Noordmannen,​ de bedreiging voor de landerijen om het Woud en de eventuele bedreiging voor het Woud en haar bewoners. Ook vertel ik dat we een bericht moeten brengen naar "de Wolf" dat de vader van Mirkov ons opgedragen heeft. Een klein uur later staat de man op en ook ik sta héél snel op. Zijn hand komt op mijn schouders en raken mijn gezicht. Ik beef maar zijn hand is geruststellend. Zacht spreekt hij "uw zorgen zijn de onze en ik verzeker u dat het verblijf voor u en uw metgezellen aangenaam zal verlopen"​. Ik zak op één knie en kus de hand van de man. Hij pakt mijn beide schouders en kijkt mij aan. "Uw queeste zal een queeste zijn die velen onder ons niet durven te ondernemen. Hoewel ik de afloop niet weet zal ik er alles aan doen het te laten slagen voor ons volk en het volk rondom het Woud. U heeft mijn woord vrouwe. Ga nu zodat ik kan beraadslagen met mijn raadsheren. Blijf in de buurt, u hoort spoedig van mij" zegt de man en doet mij uitgeleide naar de deur.  
 + 
 +In de stad is het druk. Hoewel ik vrij rond kan lopen blijf ik op het plein voor het raadshuis. Ik loop langs kraampjes en kroegen met open luiken. Jawel ... er zijn cocktails, oooohh wat kan een elf daar naar verlangen zeg. Snel neem ik er één ... met parapluutje. 
 + 
 +Ik heb mijn cocktail half op als ik door dezelfde kapitein aangesproken word dat alles rond is en dat het wachten op mijn vrienden is. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek dat er een patrouille aankomt ... met mijn vrienden. Gelukkig, ze leven nog. Ik dank de kapitein met een hand op zijn schouder en loop richting mijn vrienden. Ik word bij hen weggehouden maar ik roep naar Ash -tjonge, wat ziet die er gehavend uit- dat alles in orde komt. 
 + 
 +==== Uitgeleide met eten en drinken ==== 
 +Later, als ik mijn vrienden te spreken krijg en we vrij door de stad kunnen lopen, krijg ik te horen van het wapentreffen tussen mijn vrienden en de elven. Ook van de strijd tussen hen en de orken. -Ah, vandaar dat Ash er zo beroerd uitzag- bedenk ik me. Ash is ondertussen weer opgelapt door een plaatselijke heelmeester. 
 + 
 +We genieten van de drank en van de lekkernijen van mijn volk. Al gauw blijkt dat de heren er moeite me hebben om maat te houden en ik vermoed dat het voor hen een zware ochtend gaat worden. 
 +Als we na het feesten naar onze kamers gaan om rust te pakken, val ik als een blok in slaap, moe en lichtelijk aangeschoten maar héél voldaan. 
 + 
 +De volgende ochtend worden we vroeg gewekt door een elf die meldt dat het tijd is om te gaan. We krijgen uitgeleide en eten en drinken mee. Wat een goed volk … 
 + 
 +==== Een nat pak voor de één, natte voeten voor de ander ==== 
 + 
 +Als we een volle dag gelopen hebben en van de elvengeleide een halve dag geleden afscheid hebben genomen, komen we aan bij de berg waar we rechts omheen moeten. Er gaan stemmen op om er iets overheen te gaan. "Nee, ... we gaan er rechts omheen zoals gezegd door de elven" zegt Mirkov. Fijn dat hij zo standvast reageert anders had ik het Mirkov weer in moeten fluisteren. Maar nee, hij leert daadkrachtig te zijn en dat is goed. 
 + 
 +Na een klein uurtje zie ik in de buurt bij een stromende rivier een overhang waaronder we vanavond kunnen slapen. We maken een vuurtje en in een rustig stukje van de rivier neem ik een welverdiend bad. We laten het eten ons allemaal smaken en de wacht voor de nacht wordt verdeeld. Ik neem, zoals gewoonlijk, de laatste wacht. 
 + 
 +Ergens midden in de nacht word ik door Ash wakker gemaakt want Ralf ligt in het water. Snel haast ik me samen met Mirkov, Ash en Diederik naar de waterkant. Ik zie dat Ralf ergens midden in de rivier spartelt om boven te blijven. Om hem heen zie ik twee gedaantes. Een derde gedaante zit op een steen midden op het water. 
 + 
 +Ash rent zonder enige vorm van veiligheid het water in schreeuwend "hou vol Ralf, we komen eraan"​. Mirkov wil volgen maar hij is slim genoeg om een touw om een boom te knopen langs de waterkant en om zijn middel. Dan rent ook Mirkov het water in. Machteloos sta ik te kijken op de oever. Ik kan niets, de rivier stroomt te snel en ik heb de kracht simpelweg niet om naar Ralf te zwemmen. Ik gooi een spreuk op het touw van Mirkov. Middels de //light// op het touw kan iedereen nu zien waar Mirkov is als hij in de richting van Ralf gaat. 
 + 
 +Dan duiken er voor Ash en Mirkov twee gedaanten op, klaar om met hen de strijd aan te gaan. Geschrokken,​ van het plotseling opduiken van de gedaantes, steekt Mirkov zijn dolk hopeloos de lucht in en Ash verliest zijn evenwicht en valt achterover het water in. Mirkov steekt één van de belagers met een tweede stoot van zijn dolk. Goed gedaan jochie! Ash heeft minder geluk want ik zie de steel van zijn hamer boven komen drijven. Toch weet hij met een ferme stoot de kaak van zijn belager te raken. Ik gooi een spreuk, een //flare//, in de hoop in elk geval één van de wezens op afstand te houden. 
 + 
 +Dan duiken beide belagers weg ik heb het idee dat mijn spreuk haar werking doet. Ash en Mirkov slaan nog even na in het water ... in de hoop iets te raken. Misschien hebben ze geluk. Snel lopen ze het water verder in en zwemmen naar Ralf. Ralf blijft nu een geruime tijd onder water. 
 +Met angst in mijn hart sla ik de reddingspoging gade. Dan zie ik over de rivier een bootje aankomen met daarin een mannetje die met zijn peddels hard op het water slaat. Het mannetje schreeuwt "​scheer hier weg wezens van het water ... scheer hier weg!!" Het bootje is als eerste op de plek waar ik Ralf voor het laatst zag. spoedig zijn ook Ash en Mirkov ter plaatse en na een paar seconden zie ik dat Ralf aan boord gehesen wordt. Gelukkig ... 
 + 
 +Ook Mirkov en Ash klimmen aan boord van het bootje en Diederik en ik halen het bootje binnen. Iedereen leeft nog, zij het met een nat pak en Diederik en ik hebben natte voeten maar dat deert niet. Het feit dat we allemaal nog leven ... daar gaat het om. 
 + 
 +Het mannetje stelt zich voor als "Zit Visjes, the messenger"​ en hij heeft haast. Die haast weet hij ons ook op te dringen en na kort beraad besluiten wij met Zit Visjes mee te gaan naar zijn meester zoals hij ons verzocht heeft. 
 + 
 +Een vreemd boottochtje is ons deel. Van een waterval naar beneden en een draaikolk in. In het oog van de draaikolk staat een toren, het einde ven deze bizarre boottocht. 
 + 
 +==== Een naar bericht ==== 
 + 
 +We leggen het bootje aan aan de steiger bij de toren. We volgen Zit via een lange trap omhoog tot we in een grote zaal komen. Het is onmogelijk dat deze zaal in de toren past dus ik vermoed dat er magie in het spel is. Opzich al veel eerder duidelijk natuurlijk want een toren in een draaikolk, rustig water om de toren ... doet toch het ergste vermoeden lijkt me. 
 + 
 +Vanuit het plafond komt een kooi naar beneden en hierin staat de meester van Zit. We krijgen te drinken en te eten en de man, die zich voorstelt als Ptarias, vertelt dat hij ons wil helpen met onze queeste. Vreemd, hoe weet Ptarias dit alles? En hij weet ook van de brief die Mirkov heeft ... nog veel vreemder! Maar niemand vraagt hoe Ptarias aan deze kennis komt. De vraag brandt me op de tong en ik vraag om de aandacht. Er wordt lacherig gedaan in de zin van "nou, wat zou jij nou te vragen hebben ... het zal me de vraag wel weer wezen"​. Ik laat het rusten. Zoek het dan toch lekker zelf uit, ik hou mijn mond wel. 
 + 
 +-Als ze eens wisten dat ik voor hen een goed woordje heb gedaan bij 'de Heer van het Woud' en dat ze dankzij mij weer zo vlot op pad waren ... dan piepten ze wel anders. Maar nee, ik ben een meisje en ik weet niets van queestes en oorlogen. Ik ben waarschijnlijk te dom in de ogen van de jongens. Wanneer gaan de ogen nou eens open bij die kerels?- denk ik. 
 + 
 +Maar Ash ziet mijn frustratie en geeft mij het woord. "Hoe komt het heerschap aan deze wijsheid"?​ vraag ik Ptarias. "​Ach",​ is het antwoord "ik woon midden in het Woud, ik hoor vanuit het noorden en het zuiden. Berichten krijg ik vanuit het oosten en het westen. Ik hoor nog wel eens wat van de bomen, de bewoners, de wind en het water"​. Maar dat is niet genoeg voor mij. "​Heerschap,​ hetgeen u weet is zelfs te specifiek om dat alles te weten van uw betrouwbare bronnen, vertel ons meer als u wil" zeg ik. "Dan zult u mij moeten volgen"​ zegt Ptarias. 
 + 
 +Ik volg de magiër als de heren nog lekker blijven dooreten en drinken. We komen aan in de kerkers. Hier zijn enkele gevangenen en Ptarias vertelt mij dat zij, wijzend op zijn gevangenen, hem die informatie hebben gegeven. "​Heerschap,​ hoezeer uw verhaal ook klopt, ook zij, uw gevangenen, kunnen dit onmogelijk weten. Er is meer en u vertelt het mij niet". "​Zij,"​ zegt de magiër "zij hebben het uit de meest betrouwbare bron ... Freiheit is gevallen"​. 
 + 
 +-Bij Wee-Jas ... welk één verschrikkelijk lot heeft Freiheit moeten doorstaan? ... de vader van Mirkov moet gemarteld zijn anders had dit volk het nooit kunnen weten ... hoe rampzalig- "Laten we dit voorlopig voor ons houden heerschap, mijn vrienden zullen hierdoor te aangeslagen zijn. Ik vrees voor onze queeste als zij het nu horen. Ik vraag u om uw hulp, spoed is geboden"​ zeg ik kalm, maar met wederom, angst in mijn hart. 
 + 
 +==== De innerlijke tweestrijd ==== 
 + 
 +We worden door Ptarias, middels een brug van water, vanuit zijn burcht naar de oever van het meer getransporteerd. - De man heeft een paar handige trucjes die hij uit zijn mouw schut- bedenk ik me. 
 + 
 +De val van Freiheit speelt door mijn hoofd. Het moet toch iemand opvallen dat ik stil en afwezig ben? Ik kan me niet concentreren en de wetenschap drukt me als een molensteen op mijn maag. Echter, ik weet dat ik het nu niet moet delen met mijn vrienden. Ze zullen te veel in de rats zitten ... en terecht hoor, daar gaat het niet om, maar we moeten door, en snel ook. De priesters en priesteressen van één of andere duistere occulte hebben grote belangen bij deze oorlog en die mogen niet aan land komen zo vertelde Ptarias ons. Ik vrees dat de mededeling omtrent Freiheit de kans alleen maar vergroot dat deze occulte wél voet aan land krijgt. Dus voorlopig moet ik zwijgen hoe moeilijk, hoe zwaar en oneerlijk dit ook mag zijn. 
 + 
 +Aan het einde van de brug komen we op een pad. Een smal pad waar we, hier en daar, met twee personen naast elkaar kunnen lopen maar voor het grootste gedeelte lopen we in één rij achter elkaar aan. "Als vee naar het slachthuis"​ zou mijn grootmoeder zaliger gezegd hebben. Zo voelt het ook bij mij ... als vee naar het slachthuis! 
 + 
 +Mirkov ziet onderweg nog een uitkijkpost in een boom en neemt de moeite om van boven de weg te bekijken. Hier komt hij echter niet uit en de hulp van Ralf wordt ingeroepen. Voor Ralf is het allemaal heel helder en duidelijk maar als Mirkov beneden komt begrijpt hij er nog steeds niets van ... tja, Ralf zit nou éénmaal vaker in bomen te turen naar wegen, eenden en herten. Geen wonder dat hij het wel snapt. Mirkov kan lezen en schrijven, dat kan Ralf dan weer niet ... ieder zijn of haar expertise denk ik dan maar. 
 + 
 +We sjokken voort en de weg slingert door het woud. Nooit geweten dat dit zo groot was én ik besef me dat 'de Heer van het Woud' een machtig man moet zijn. -Zou 'de Heer van het Woud' weten dat het gevaar zo groot is? Dat Freiheit reeds gevallen is?- ... er speelt van alles door mijn hoofd en ik loop bijna tegen Mirkov op. 
 + 
 +Mirkov staat stil, hij praat met Diederik die hoorbaar buiten adem is ... -huh, die liep achter ons en ik heb niet eens gemerkt dat hij ons inhaalde- realiseer ik me. Hoe diep kun je in je gedachten verzonken zijn? Ik begrijp van Diederik dat er iemand achter ons aan komt en dat Ash een hinderlaag heeft gelegd. Het verzoek aan Mirkov en mij om van het pad af te gaan in afwachting wat komen gaat. 
 + 
 +Diederik rent door naar Ralf die een eind voorop aan het scouten is. Ik doe een stap of tien van het pad af en ga achter een struikje zitten. Ik weet dat Mirkov aan de andere kant van het pad zit en bemerk aan mezelf dat ik het nu even niet meer trek. Alles om me heen biedt me de ruimte om mijn emoties de vrije loop te laten en heel zachtjes begin ik te huilen. Het dringt nu pas écht tot me door ... Freiheit is niet meer! 
 + 
 +Na een kleine 15 minuten komt Ash over het pad aanlopen en iedereen, behalve ik, gaat ook naar het pad. -Ik moet mijn ogen drogen, ... ze zullen vast rood zijn- denk ik. -Het mag niet opvallen dat ik gehuild heb. Wat moeten de jongens wel niet denken? 'Wat een stom wicht zeg, een beetje gaan zitten janken in een bos omdat het allemaal niet gaat zoals het moet gaan' ... nee, dat zal me niet gebeuren. Want ik besef dat ik voor hen sterk en dapper moet zijn al weet ik van mezelf dat ik eigenlijk helemaal niet sterk en dapper ben-. 
 + 
 +Ik kijk om me heen en zie een paar kruiden staan. Snel pluk ik ze, ik sta op en struin wat heen en weer, zichtbaar voor de jongens. Weer buk ik voor wat kruiden en zo probeer ik wat tijd te rekken. Ik veeg een paar keer met mijn handen door mijn ogen -zo kan ik perfect verbloemen dat ik gehuild heb- bedenk ik me, -ja, stom van me, nooit met je handen door je ogen gaan als je kruiden aan het plukken bent ... het kan wel eens gaan prikken in je ogen-. Nu weet ik dat deze kruiden absoluut niet prikken in je ogen maar dát weten de jongens dan weer niet. Zoals eerder gezegd, ieder zijn of haar expertise! 
 + 
 +Ash heeft een heel verhaal over Zit, die hem nog even een papiertje kwam brengen. Diederik heeft geholpen het papiertje te ontcijferen. Ik begreep dat het over de nieuw verkregen hamer van Ash ging. Als ik heel eerlijk ben, interesseert het me niet eens. Ik wil door, de hele rotzooi achter me laten, weg ... ik wil naar huis, naar mijn moeder. Bij haar kan ik tenminste zijn wie ik ben. Zij zal mijn innerlijke strijd gelijk hebben gezien. Zij is mij vertrouwd, op haar schoot mag ik huilen en klein zijn, zij zal mij niet veroordelen om dat wat ik doe of niet doe, zij geeft me rust en vrede, veiligheid en geborgenheid. Bij haar hoef ik geen verborgen agenda te hebben en hoef ik niet groot te zijn of dapper en stoer of heldhaftig ... Mijn innerlijke schreeuwt het gewoon uit: ik wil naar mijn moeder want ik, Jasmijn, ben bang! 
 + 
 +==== Een helleveeg tussen de hypocriete moraalridders ==== 
 + 
 +We vervolgen ons pad en we treffen Ralf. Ralf loopt de hele tijd voorop om het pad voor ons te verkennen zodat we niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Ralf wijst naar een driesprong een eindje verderop. Er staat een soort wegwijzer en daar wil Ralf heen. Samen met Mirkov gaat Ralf naar de driesprong en Ash, Diederik en ik blijven achter. 
 + 
 +Na een paar minuten zien we Ralf en Mirkov uit de bosrand het pad op komen. Ook horen we een stem "Laat me eruit, laat me eruit"​. Wat is er allemaal toch aan de hand daar op de driesprong? Ash besluit poolshoogte te gaan nemen en ook Diederik maakt aanstalte om mee te gaan. Ik zeg dat ik hier blijf, zoals van ons gevraagd is. Diederik beseft dat dit misschien niet eens zo onverstandig is en besluit bij mij te blijven. 
 + 
 +Na een kleine tien minuten worden Diederik en ik geroepen want het is veilig en wij, Diederik en ik, moeten naar de driesprong toe, het pad gaat daar waarschijnlijk verder. Als Diederik en ik aankomen bij de driesprong zien ook wij een kooi hangen met daarin een gevangene. -Die was dus zo aan het schreeuwen- denk ik en besteed er vervolgens geen aandacht meer aan. Ook laat Mirkov een papier zien met daarop onze hoofden, behalve die van Diederik. Ralf is veel groter getekend dan hij is en Ash heeft geen baard op de tekening. Nu wel. -Huh ... dat is vreemd, Ash heeft ineens een baard- valt me op. Na enige uitleg hoor ik dat dat komt door zijn nieuwe hamer. -Handig- denk ik, -krijg je daar ook scheermesjes bijgeleverd dan?- 
 + 
 +Ik, dat moet gezegd, lijk sprekend op de tekening, alsof ik in een spiegel kijk. Ik kan het niet nalaten om met een beetje houtskool een baard te tekenen bij Ash. Ook Mirkov is van mening dat het er op de tekening nu een stuk beter uitziet. Mirkov rolt het pamflet op en steekt het bij zich. We krijgen te horen van Mirkov en Ralf dat we een beetje vaart moeten gaan maken omdat er twee boeren hard in de richting van een dorp zijn gerend. Waarschijnlijk hebben ze Ralf en Mirkov herkent van het pamflet. We laten de gevangene voor wat hij is en we gaan in de richting van het dorp dat bij het kasteel van 'de Wolf' moet liggen. 
 + 
 +Dan zien we over het pad een ossenkar met berijder aankomen. De kar trekt voorbij en de boer groet vriendelijk. Als ik tegen de achterkant van de kar aankijk schiet me ineens een plan te binnen. Ik zeg dat de kar van ons is maar dat stuit op hevig verzet bij de heren. "Wat is dat voor een helse gedachte?"​ zo luidt de vraag uit alle vier monden. "Helse gedachte? Pardon? Wat is dit nu weer voor opmerking?"​ vraag ik. "We gaan toch een boer zijn kar en os niet afnemen"​ is het antwoord van Ash en Mirkov, "dat zoiets überhaupt in jou op kan komen ...". "Nou ja zeg," breng ik uit "en hebben jullie je nooit afgevraagd hoe wij bij de herberg aan die vier paarden zijn gekomen? Die waren zeker van ons. Toch? Nee, even vergeten, in ons voordeel, dat we lopend zijn gekomen in plaats van ter paard!"​ Ik merk dat ik fel word. 
 + 
 +Diederik ziet de voordelen ook in van de kar. "​Handig,"​ zegt hij "​iedereen kruipt onder het zeil en ik stuur de kar het dorp in. Ideale schuilplek voor jullie om je ongezien te verplaatsen"​. "​Wat?"​ vraag ik aan Diederik "wat zeg je daar nou? Dat is nog eens een goed plan zeg ... het had mijn idee kunnen zijn"​!! Maar de discussie gaat voort en de kar is al lang en breed uit het zicht verdwenen. 
 + 
 +Toch is deze discussie belangrijk zo besef ik me. Mirkov komt met het antwoord "ja, maar die paarden wilde ik ook absoluut terugbrengen als we klaar waren met onze queeste"​. -Bij Wee-Jas, wat een lariekoek zeg- "Oh wacht even," zeg ik "​terugbrengen natuurlijk, maar wél eerst meenemen ... en wie zegt dat we dat nu dan ook niet kunnen doen? Nou? Wat maakt mijn gedachte dan hels en wat rechtvaardigd dan het '​paardenverhaal'"?​ "Ja zeg het maar Jasmijn,"​ zegt Diederik "zeg het maar ... hypocriet. Precies"​. Ash doet er nog een schepje bovenop. "​Kijk,"​ zo luidt de mening van Ash "ik wist niet dat de paarden gestolen waren maar dacht dat Ralf ze gered had uit de brandende schuur van de herberg ...". "Ach Ash in de naam van Wee-Jas, dat kun je toch niet echt menen wat je nu zegt" zeg ik. "​Nou,"​ zegt Ralf "zijn ze omgekomen tijdens de brand"?​ Verbaasd kijk ik Ralf aan ... -wat is dat nou weer voor vraag?- "Euhm, nee ..." stamel ik. "Zie je wel, dan heb ik ze dus gered ..." luidt, blijkbaar, het definitieve antwoord van Ralf. 
 + 
 +"Wie zouden die paarden daar in de eerste plaats neer hebben gezet" vraag ik woest. "​Hebben wij ze er neer gezet? Nee. Zijn het dan onze paarden? Nee. Of we ze nou gered hebben of niet, het zijn NIET onze paarden. En jullie hebben met die paarden helemaal nergens om gevraagd, deden jullie helemaal niet moeilijk over 'dat is van mij en dat is van een ander'​. Waarom is het paard van een handelaar wel goed om weg te nemen en een kar en os van een boer niet? Is het één minder zwaar dan het ander? In mijn optiek blijft het diefstal én kan de persoon van wie het gestolen wordt niet meer, of minder goed, zijn vak uitoefenen. ... En het feit dat jullie het op deze manier zelfs nog proberen goed te praten is gewoonweg schandalig. Ik heb dan misschien helse gedachten, in jullie optiek, maar als dat zo is, hebben jullie demonische acties gedaan en dat proberen jullie voor de buitenwereld angstvallig verborgen te houden en goed te praten met gedraai en gekronkel om de hete brij heen. En niet zonder reden natuurlijk want jullie weten allemaal dat de paarden gewoonweg gestolen zijn en niets anders ...". Hier laat ik het bij -stelletje hypocriete moraalridders ... gadverdamme zeg-. 
 + 
 +Voor de rest van de tocht houd ik me maar stil. Ik heb zere voeten en wil gewoon stoppen. Rust! Als we een brug zien gaat Ralf weer op onderzoek uit. De kust is veilig en we lopen over de brug en zien in de verte een dorp. Diederik wordt vooruit gestuurd om een plaats in de herberg te bemachtigen. We betalen voor één kamer maar we mogen wel, en let op: de hele groep stemt hiermee in hé, via de brandtrap of een openstaand raam ongezien naar binnen gaan en gebruik maken van de kamer ... -het zal dan wel niet onder diefstal vallen- denk ik. Diederik gaat op weg. 
 + 
 +Ik rol mijn dekentje uit, leg mijn hoofd neer en ga slapen. Diederik komt even later terug. Een stuk in de kraag maar best vrolijk. Hij heeft het echter verkloot want alles wordt ons gratis aangeboden maar dan moeten we wel een optreden doen. -Zucht ...-. De heren vinden het wijs om aan de andere kant van het dorp te overnachten dus ik moet mijn dekentje en alles weer op rollen en me verplaatsen naar een nieuwe slaapplek. -Zucht ...-. 
 + 
 +Eén ding weet ik zeker ... het moraal in deze groep is ver te zoeken! 
 + 
 +==== Occulte zaken in de nacht ==== 
 + 
 +Als we aan de andere kant van het dorp zijn maken we kamp in een bossage. Het is niet groot maar het geeft ons beschutting en we kunnen een klein vuurtje maken. Fijn, kunnen we in elk geval thee zetten. Aldus geschiedde. 
 + 
 +Na het nuttigen van het kopje thee, verdelen we de wachten voor de avond. Ik heb, zoals gewoonlijk, de laatste wacht. Ja, dat heeft te maken met het feit dat ik zulke lekkere thee zet in de ochtend ... daar houden de mannen wel van. We rollen onze dekentjes uit en we gaan slapen. Ralf heeft de eerste wacht. 
 + 
 +Na een paar uurtjes slaap gepakt te hebben word ik door Ralf wakker gemaakt. Hij ziet vreemde dingen aan de horizon. De vraag is wat ik daar nou eigenlijk van vind. Nou, dat hangt er maar vanaf! Ik tuur en tuur maar voorlopig zie ik alleen maar iets wat duidt op brand. Groot, klein ... wie zal het zeggen. Ik heb echt geen flauw idee. Samen komen we tot de conclusie dat er ergens op de landerijen een hoeve in de fik staat. Erg natuurlijk maar zoiets gebeurd wel meer. 
 +Dan, na een minuut of wat zie ook ik een vreemdsoortige lichtflits die lijkt te beginnen vanaf de grond. Het houdt ook hoogte, met andere woorden, het schiet recht vooruit. "​Da'​s vreemd,"​ zeg ik tegen Ralf "ik vind het zelfs zo vreemd dat ik zou denken dat het iets te maken heeft met occulte zaken"​. Ralf kijkt mij aan. "Daar heb jij meer verstand van dan ik Jasmijn",​ zegt Ralf. "Dat is waar" murmel ik. "En ..., zo moet je weten Ralf, occulte zaken, daar moet je je niet mee bemoeien. Geeft alleen maar last, ter zijne tijd" zeg ik, zeker van mijn zaak. 
 + 
 +Plots zien we drie grote ballen vuur, in een boog, door de lucht vliegen. "​Kijk"​ zeg ik tegen Ralf "hier is dan weer niets occults aan. Dat zijn van die ballen die afgeschoten worden door zo'n ballen of stenenwerpmachine. De vader van Mirkov heeft er ook zo één bij zijn hoeve staan. Bij Wee-Jas, hoe heet zo'n ding ook weer"? "Een trebuchet"​ verzekert Ralf mij. Ik geloof hem op zijn woord, wat weet ik nou van dat soort dingen? 
 + 
 +We keuvelen een beetje voort over de strijd die daar gaande is. Zijn het de Noordmannen legers die het dorpje plat gooien of is het een plaatselijke burenruzie? Dan stel ik Ralf de vraag die ik al geruime tijd wilde vragen. "Zeg Ralf, stel nou, dat het de Noordmannen zijn hè die dit doen ... kunnen we dan zeggen dat Freiheit gevallen is? Met name omdat er ook een occult tintje aan het verhaal zit. Je weet dat we die priesters niet aan land moesten laten maar ik vrees nu toch het ergste. Wat jij"? "Tja, het zou onze missie op zich niet veranderen alleen de reden waarom we het doen. Denk ik" zegt hij. "​Nou,"​ zeg ik "dan denk ik dat ik een vervelende mededeling moet doen ... ik weet zeker dat Freiheit is gevallen"​. Ralf kijkt me vragend aan. Ik vertel hem het hele verhaal van wat ik weet en wat ik gehoord heb bij Ptarias in de kerkers. "Het is maar beter dat we dit even voor ons houden, Jasmijn"​ zegt Ralf. 
 + 
 +We nemen nog maar een kopje thee. 
 + 
 +==== Wij zijn geen helden ... we doen gewoon onze plicht! ==== 
 + 
 +Als de thee op is besluiten we nog maar een pot te maken en dan pas de anderen te wekken. -Staan ze tenminste op met een warme bak thee, dat is dan wel zo aardig- bedenk ik me. Na een half uurtje maakt Ralf de anderen wakker en ik schenk de thee in. Dan horen we in de verte het geschreeuw van mensen ... -wat in Wee-Jas naam is dit nu weer? Is de burenruzie zo uit de hand gelopen?- Ik begin me nu toch echt zorgen te maken. 
 + 
 +Ralf duikt achter een boomstam en probeert waar te nemen wat er gebeurd. Ook ik ga plat op mijn buik en ik zie een grote groep mensen op de vlucht ... in onze richting. Dan zien we ook een stuk of zes ruiters, wild om hun heen maaiend met hun zwaarden en, voor mij ondefinieerbaar,​ ander wapentuig. Het is een ware slachting maar we kunnen niets doen, het is te ver weg ... voorlopig! Maar de mensenmassa wordt groter, zo ook het aantal ruiters en daarmee ook het bloedbad. -Wat bezield deze ruiters om weerloze mensen af te slachten?​- 
 + 
 +Een ruiter nadert ons kampement. Voor de ruiter loopt een man met twee kinderen aan zijn zijde. Met een ferme slag van zijn bijl slaat de ruiter de volwassen man tegen de grond, de kinderen rennen door. Ik bedenk me niets, tijd voor een aantal spreuken. Of het gaat werken, geen idee maar ik kan niet blijven staan en niets doen. Ik gooi een //speak with animals// en schreeuw in het '​paards'​ (hoe moet ik het anders omschrijven?​) dat het nobele dier de achtervolging moet staken. Het geeft gehoor aan mijn vraag. Het beest steigert en bokt, en de ruiter heeft grote moeite het dier in bedwang te houden. Mirkov ziet zijn kans schoon en schiet een pijl af op de ruiter, waardoor komt deze ten val komt. Ralf geeft zichzelf de sporen en slaat met een ferme slag de ruiter nog strakker tegen de grond. -Een pracht staaltje teamwork- denk ik. 
 + 
 +Ralf is alleen even vergeten dat hij open en bloot op een open veld staat. -Daar krijgen we zeker problemen mee- realiseer ik me. Ja hoor, Ralf heeft de aandacht van maar liefst zes andere ruiters. Nu gaat het leuk worden ... of eigenlijk NIET!!! 
 + 
 +Snel loop ik weer door mijn spreuken -opvolgende spreuken ... wat kan ik in Wee-Jas naam doen om die gasten uit deze bossage te houden ... opvolgende spreuken ...- Dan zie ik dat Ash een gat in de grond gevonden heeft en dat Mirkov druk gebaard naar Ralf als de sodemieter terug te komen. Ik gooi een //silent image//, gevolgd door een //ghost sound//. -Dat zal ze hopelijk even afschrikken als ze een soort van geest zien en het angstaanjagende geluid van een geest horen ... dat spaart tijd-. De zes ruiters komen snel dichterbij. Diederik en Ash nemen de kinderen, die intussen aan zijn gekomen in de bossage, mee in het, net gelokaliseerde,​ hol. Ralf duikt met een grote sprong achter een boom om samen met Mirkov en mij de vijand af te houden. Weer gooi in een spreuk. Dit keer een //doom// en die lijkt gelijk effect te hebben. Eén ruiter breekt uit de gelederen en maakt rechtsomkeert. 
 + 
 +De andere vijf ruiters zien nu de //silent image// staan en horen de //ghost sound//. Ook nu maken er twee rechtsomkeert. Twee andere paarden gaan steigeren en bokken en de berijders van deze dieren moeten alle zeilen bij zetten om niet van het paard te vallen. De laatste ruiter schijnt nergens last van te hebben. Mirkov duikt intussen ook het hol in en wacht half uit het gat hangend op ons. -Wat kan ik doen?- Een andere poging, mijn befaamde sleep spreuk. Maar ook deze heeft geen effect op de laatste ruiter. De twee andere ruiters hebben het een stuk minder moeilijk gekregen als beide paarden aan de uitwerking van mijn krachtige //sleep// spreuk ten prooi vallen. -Bij Wee-Jas, wat nu?- 
 + 
 +Met een ferme sprong springt het paard over de bossage waar Ralf achter is gedoken. Van achter gooit Ralf zijn bijl naar de ruiter maar helaas mist de bijl zijn doel. Ik moet het nogmaals proberen ... weer een //sleep// spreuk. En deze heeft, gelukkig effect. Ralf rent naar de gevallen ruiter om zijn bijl te halen. Neemt in de gauwigheid ook nog even de buidel én de schoenen van de ruiter mee om vervolgens samen met mij in het hol te duiken. Mirkov dekt het gat weer af en snel dalen we af de '​diepte'​ in. Twee kinderen hebben we kunnen redden van de dood. 
 + 
 +We zijn geen helden, ... we doen gewoon onze plicht! 
 + 
 +==== Een vreemde omgeving met vreemde wezens ==== 
 + 
 +Ik gooi maar even een //light// spreuk want dan zien we tenminste waar we zijn en, zeker niet onbelangrijk,​ waar we naar toe gaan. Diederik en Ash zijn al vooruit gelopen, hebben we het idee, want ze staan niet meer bij de ingang van het hol. Lopen dan maar, we kunnen maar één kant op. 
 + 
 +Na een kleine 15 minuten treffen we Ash, Diederik en de twee kinderen aan in de gang. De kinderen zijn bang en huilen om hun moeder en vader. Ik troost de koters en zeg dat ze bij ons veilig zijn en dat we, als we weer boven de grond zijn, op zoek gaan naar hun ouders. Het oudste kind, een meisje van, ik schat, 9 jaar neemt haar broertje bij de hand en lopen gedwee met ons op in het midden van de groep. Ik loop achter de kinderen om ze te kunnen steunen als het nodig is. 
 + 
 +Dan ziet Ash, die voorop loopt, een paar rode oogjes. Ook van achteren hoor ik dat er vreemde wezens ons bespieden. -Bij Wee-Jas, ... houdt het dan nooit op?- Snel gooi ik weer een spreuk. Dit maal een flare om te zien om welke wezens het gaat. Klein, op twee benen lopend, drakengebroed. Van voren hoor ik dat we gewoon rustig door moeten lopen ... niets aan de hand! Dan horen we zwaar gerommel achter ons in de gang. -Wat is dit nu weer?- vraag ik me af. Dan hoor ik van Mirkov, de laatste in de rij, dat we moeten rennen. Vier enorme stenen ballen rollen achter ons aan. 
 + 
 +Ash en Ralf grijpen de kinderen. Ash rent weg maar komt ten val. Mirkov ziet dit en plant zijn schild ferm in de grond en zet zich schrap ... de ballen naderen. Snel zet Ralf het kind neer en stuurt haar naar mij. Met gevaar voor eigen leven weet Mirkov drie ballen te stoppen. De vierde bal wordt door Ralf gestopt. Dan komt er van voren en van achteren een grote groep met drakengebroed aan. Ik versta, tot mijn eigen grote verbazing, de klein uitgevallen,​ vleugelloze draakjes ... -maar dat is even handig- "Laat ons met rust of we zijn genoodzaakt geweld tegen jullie te gebruiken"​ deel ik de meute mede "en we zijn niet mild, geloof me". Beduusd doen de wezens een stap terug om in '​overleg'​ te gaan. Mijn opmerking wordt na enkele seconden beantwoord met gekletter van wapens op schilden. Mirkov neemt een defensieve pose aan en Ralf laat het eerst bloed vloeien ... voorlopig staan we voor! 
 + 
 +Ik weet dat ik bijna door mijn spreuken ben en ik kan niet anders dan ook een wapen ter hand nemen. De speer, die ik van de Noordman heb gepakt aan het begin van onze queeste, houdt het drakengebroed in elk geval op afstand. Een hevig gevecht tussen ons en de vreemde wezens treft ook onze zijde. Gelukkig vallen er geen doden maar, helaas, wel gewonden. Na een minuut of drie is het gevecht voorbij. Ash ziet er zwaar gehavend uit en ook Mirkov die heeft zware klappen gehad met name van de stenen ballen. Ralf heeft ook een paar vervelende snijwonden en pijlen. Ik heb nog maar één //cure light wounds// spreuk en daar kan ik onmogelijk iedereen mee voorzien. Magie heeft zo haar beperkingen en spreuken kunnen niet eindeloos gegooid worden ... blijkt maar weer! 
 + 
 +We lopen nog een stukje de gang door tot we voor een vreemde ronde deur komen te staan. Twee glazen ramen, glas in lood, naast de deur en daarachter ... er is blijkbaar een feestje gaande. 
 + 
 +==== Het moet niet gekker worden! ==== 
 + 
 +Voorzichtig klopt een van ons op de deur. Geen reactie! Door de ramen heen zien we feestgedruis. Feestgangers lopen in een goed verlichte ruimte met veel zang en dans. Alles en iedereen staat te hossen en te springen naar lieve lust. Nogmaals kloppen, misschien hebben ze ons niet gehoord door het feest wat binnen gaande is. Weer geen reactie. Kijken of de deur open is ... en ja hoor, zonder enig probleem gaat het ronde houten deurtje open. Ralf gaat als eerst naar binnen en de deur slaat hard achter Ralf dicht. -Wat is dit nu weer, ik word hier zo moe van hè!- 
 + 
 +Dan probeert Mirkov de deur ook ... nog steeds kan die open. Iedereen volgt en we komen tot de ontdekking dat er een hele lange gang achter de deur zit. Stil om ons heen. Geen feestgangers,​ geen muziek, geen buffet laat staan een napje met melk. -Ah, geen huiskat- bedenk ik me als ik het napje melk bij de voordeur mis. In de lange gang, die overigens wel goed verlicht is, zien we links en rechts onvoorstelbaar veel deuren. Tja, waarheen? Welke deur kies je als eerste? Gelukkig hoeven we ons daar maar kort zorgen over te maken. Door de gang nadert ons een bekend figuur ... Zit Visjes! 
 + 
 +-Wat in de brandende ogen van Bealzebub doet hij hier nu weer?- vraag ik me af. En het antwoord volgt binnen een paar seconden. Het blijkt de tweelingbroer van Zit te zijn luisterend naar de naam Tsss. Hij leidt ons naar een prachtige serre, of palmhuis hoe je het ook wil noemen, alwaar we voorzien worden van drank en eten. "Mijn meester komt u dadelijk vergezellen"​ is de mededeling van Tsss en hij vertrekt weer. 
 + 
 +Het eten en drinken smaakt prima en we krijgen zelfs een lap om een ever full nicknack bag te maken. Ik pak het vol met een stuk brood, een stuk kaas, een stuk worst, een appeltje en een trosje druiven. Verder vermaken we ons in het palmhuis door een rondje te lopen. De één, met name zij die geen oog hebben voor het natuurschoon,​ op zoek naar een andere uitgang/ ingang dan die waar we door naar binnen gekomen zijn en de ander aanschouwd de prachtige bomen, planten en bloemen. -Wat een heerlijk rustiek plekje- bedenk ik me. Ik pluk wat kruiden die in een apparte sectie van het palmhuis staan en ga vervolgens op het gazon liggen en sluit even mijn ogen ... ahhhh, rust! 
 + 
 +Ik weet niet hoe lang ik heb liggen slapen maar ik word wakker gemaakt als we gaan vertrekken. "Huh, wat? Vertrekken? Maar de Meester van Tsss dan? Moeten we daar niet op wachten"?​ vraag ik beduusd. Dan zie ik een figuur staan die ik niet ken en voor ik het goed en wel besef flitst alles langs me heen ... -Hè, wel verdorie, een teleportatiespreuk,​ dat heb ik weer. Het moet niet gekker worden-. 
 + 
 +==== Het kan allemaal nóg gekker! ==== 
 + 
 +Het eindpunt van de teleportatiespreuk is een voor mij onbekende plek onder de grond. Gelukkig ook voor de anderen want anders had ik me wel heel dom gevoeld. Mirkov laat ons 'dé kaart' zien. -... dé kaart? Het zal wel- denk ik. -Als hij het idee heeft dat dit punt op de kaart van zijn pa staat, vind ik het best, wie ben ik om dit tegen te spreken-. Uit een koker haalt Mirkov een kaart die ik niet ken én ... vreemdsoortige lichtjes blinken aan en uit op de kaart. -Huh ...?-. Het verlossende antwoord komt voordat ik de vraag, die in mijn hoofd plotseling naar boven komt stuiven, kan stellen. "​Kijk"​ zegt Mirkov, "als het dus goed is en we moeten die magiër geloven, is dit de plek waar we nu zijn" en wijst op de oplichtende puntjes. 
 + 
 +Ik kan me niet bedwingen en ik kijk op de achterkant van de kaart ... -nee, geen mechanisme of iets andersoorts vreemds aan de achterkant ...-. Ik vermoed magie. "Tof kaartje Mirkov, gekregen?"​ vraag ik onnozel. "Ja, van die toverkol van daarnet"​ is zijn antwoord. -Hmmm, toverkol zeg je ... make mental note!- 
 + 
 +Na een klein kwartier lopen komen we bij een uitgang en al ras schijnt de zon weer op ons gezicht. -Wat is het toch lekker om buiten te zijn én oooohh wat hebben wij een haast om deze queeste af te ronden- bedenk ik me. -Hoeveel dagen lopen we al achter op schema? Twee, drie, vier? Een week?- Ik ben de dagen kwijt en dat vind ik vervelend. Niet dat we Freiheit nog kunnen redden, daar is het al véél te laat voor, maar de rest van de omringende landerijen, de mensen ... -we moeten echt haast gaan maken-. 
 + 
 +De mannen zijn druk bezig een route op de kaart te plannen om zo snel mogelijk naar het kasteel van "de Wolf" te komen. Gelukkig maar, ook zij hebben het idee dat er schot moet komen in de zaak. Na een half uurtje debateren over de te volgen weg is het besluit gevallen. We volgen voor een kilometer of 20 het hoofdpad om daarna de bossen in te gaan naar 'één van de poortjes'​ op de kaart. Mirkov vermoedt dat dit geheime doorgangen zijn naar het kasteel. Althans, hij zegt dat die '​toverkol'​ (in zijn bewoording hè!) dit gezegd heeft. 
 + 
 +Als we het pad voor een aantal kilometers hebben gevolgd, komt Ralf teruggeslopen richting de groep. Ralf, onze trouwe scout, heeft een groep orken op de weg gezien. Een handje vol ... of twee. We stellen ons verdekt op, op een punt waar we de orken kunnen zien. Op de weg ligt een hert die, vermoedelijk,​ door de orken is geschoten om een overheerlijk maal van te maken. Eén ork is al bezig het beest te villen. -Prima plan orkjes, bemoei je vooral met dat hert en laat ons vooral met rust-. 
 + 
 +De heren echter, denken hier heel anders over. Als een stel hondsdolle wolven stuiven ze af op de prooi van de orken. -Slecht plan jongens .... héééél slecht plan!! Wat zei mijn grootmoeder zaliger ook altijd: ga nooit tussen een ork en zijn prooi staan. Dat was 'em. Toch doen hè! Kijken wat er gebeurd, ik hou me wel afzijdig-. 
 + 
 +Ash stuift op een groep van 5 orken af, ook Ralf en Mirkov naderen een groep van 5 orken. -Waarom heb ik het idee dat dit compleet uit de hand gaat lopen?- Als de eerste klappen vallen en ik zie dat Ash en Ralf flink geraakt worden, druk ik mijn handen tegen mijn gezicht en onderdruk een schreeuw van paniek. -Ik ben met een stel malloten op pad ... dode malloten als dit zo doorgaat-. Ik blijf wachten. 
 + 
 +Na een drie, vier minuten, is het gevecht voorbij. De orken schoppen nog een paar keer tegen de levenloze lichamen aan van Ash, Mirkov en Ralf. Waarom huil ik niet? Drie kameraden gevallen en geen traan over mijn wangen. Begin ik aan dit soort situaties te wennen? Besef ik dat ik voldoende magische krachten heb om dit zooitje weer op de rit en in de benen te krijgen? Waarschijnlijk. De overgebleven orken verlaten bloedend het toneel en nemen hun hert mee. Snel spring ik uit de bosjes en ren naar Ash, die ligt het dichtstbij. Ik geef hem een //cure light wounds//. Dan door naar Ralf en dan naar Mirkov. Ook zij beide een //cure light wounds//. 
 + 
 +Binnen een mum van tijd zijn de oogjes van mijn drie dwaze metgezellen weer open. Glazig, maar open. Het duurt even maar ze richten zich op, krabbelen verder overeind, staan wat beduusd om zich heen te kijken én ... ach kijk, dooie orken. Die zullen vast iets bij zich hebben. "​Hallo,​ heren ... wat gaan we doen? Maken dat we wegkomen lijkt me een betere optie dan tijd verspillen aan lijkepikkerij"​ merk ik op. Maar nee, de heren zijn van mening dat ze toch écht het pantser van de orken moeten hebben. -Het kan dus allemaal nóg gekker!- bedenk ik me. 
 + 
 +We stieffelen nog een kwartier of drie als we een plek tegenkomen waar we kamp kunnen houden. Ralf neemt plaats in een boom, er wordt een klein vuurtje gemaakt en de wachten worden verdeeld. Iedereen valt als een blok in slaap maar in mijn hoofd spookt het ... -stelletje gekken, luister nou eens een keer naar mij!- 
 + 
 +==== Leider ... maak een keuze (ookal is het een slechte keuze!) ==== 
 + 
 +De volgende ochtend staat de thee op het vuur als ik de mannen wek. Een broodje uit de knapzak, stukje kaas, stukje worst ... een prima ontbijt. 
 + 
 +Tijdens het ontbijt heb ik het nog even over het voorval van gisteren. Ik zeg dat ik me er over verbaas dat de drie heren zich zo hebben laten gaan terwijl ze eigenlijk hadden moeten weten dat ze geen schijn van kans hadden tegen die orken. Gelukkig komt Mirkov, de leider van de groep, tot het inzicht dat ik misschien wel eens gelijk zou kunnen hebben. Ik weet dat hij het absoluut met me eens is, al zal hij dit nooit zeggen. Hij is wel van mening dat we een eventuele volgende keer een beter plan moeten hebben en er niet blind in moeten gaan. Precies, dat bedoel ik. Zie hij denkt na, hij heeft blijkbaar wat geleerd én dat alles maakt dat ik gelijk heb. Ik geef Mirkov een klopje op zijn schouders. Tijd om te gaan. 
 + 
 +We volgen het pad en er naderen ons twee mannen. Guur uitziende types. Bontvellen om, bevermuts op het hoofd, ongeschoren ... het type "van dik hout zaagt men planken"​. Ik laat in de groep vallen dat het misschien verstandig is om beide heren om te leggen. Ze zien er dreigend uit en ... we staan tenslotte op een "​wanted Dead or Alive"​pamflet. Laten we geen risico nemen. 
 + 
 +Ralf en Ash bedenken dat het misschien wel verstandig is. "​Jasmijn heeft wel vaker gelijk gehad afgelopen dagen" is hun beider antwoord. Maar onze leider besluit anders, we laten de heren voorbij gaan. -Zie hij plant de risico'​s,​ hij weegt de voor en tegens tegen elkaar af en neemt vervolgens een besluit. Ik denk dat het een héél dom besluit is en dat we met deze heren nog last gaan krijgen maar goed ... er is een besluit en hij heeft het overwogen-. Een schouderklopje voor onze leider. In het voorbij trekken poog ik, zo goed en zo kwaad als ik kan, de heren in me op te nemen. Geen bogen, geen bijlen. Geen zwaarden maar wel een riem met daaraan een groot mes en vol met strikken om wild te vangen ... -ok, stropers dus- concludeer ik snel. 
 + 
 +We volgen het hoofdpad en Mirkov wil graag met mij overleggen waar we het beste het bos in kunnen gaan. "Hier of een eind verderop"​ is de vraag die hij beantwoord wil hebben uit mijn mond. "Ik denk dat we het beste het pad volgen tot we bij het punt zijn dat het dichtst bij 'een poortje'​ ligt. Door het bos lopen zonder pad maakt het alleen maar moeilijker en kost onnodig veel tijd" zeg ik. Mirkov neemt mijn advies over. 
 + 
 +Tegen het einde van de dag komt onze scout, Ralf, melden dat er een klein blokhutje staat een 50 meter verderop. Met z'n allen lopen we er naar toe en Ralf inspecteert de hut aan de buitenkant. Géén teken van leven ... hij probeert de deur. Deze gaat niet open en door de pinnen uit de deur te lichten verschaft hij toegang tot de hut. We wachten af. 
 + 
 +Dan uit het niets grijpt iemand de haren van Mirkov en trekt zijn hoofd hard achterover. Een mes op zijn keel doet Mirkov even beseffen dat het geen grapje of enge droom is. Ash doet niets en ook ik ben verbaasd. -Ah ... als we daar onze stropers niet hebben. Ik wist wel dat we ze nog ergens zouden tegenkomen-. Ik bereid me op het ergste voor. "Wat moet dat hier?" vraagt de tweede die ondertussen Mirkov de wapens ontneemt. "Hey, even rustig heren" meent Ash te moeten zeggen. 
 + 
 +De tweede man loopt naar Ash om ook hem van wapens te ontdoen maar Ash stribbelt naar de mening van de man iets te veel tegen. Ash wordt tegen de grond geworpen. Ik meen dat het nu tijd is om in te grijpen. Met een //charm person// probeer ik de man te bevelen van Ash weg te gaan maar hij besteedt geen aandacht aan mij. Oeps, de spreuk werkt niet ... Ik besef dat beide stropers nog wel even druk zijn met Mirkov en Ash, ze moeten hun aandacht tenslotte over drie personen verdelen ... ik zet het op een rennen. Achter mij hoor ik "laat maar gaan, die krijgen we nog wel". -Oooh, dat denk je maar. Geef me even de tijd en het zal jullie beiden bezuren-. 
 + 
 +Via een omweg kruip ik weer heel voorzichtig naar het hutje. Ik verschans me op een plek zodat ik de deur van het hutje in de gaten kan houden. Als de avond is gevallen vrees ik ook dat Ralf al ontdekt is en dat ik voorzichtig moet zijn met wat ik doe. De deur van het hutje gaat open en één van de stropers loopt naar buiten en gaat het bos in. -Vermoedelijk op zoek naar mij hè etterbak ... je laatste uur heeft geslagen!- De man passeert mij op een tien meter afstand. Ik wacht nog een aantal minuten als ik een kabaal in het hutje hoor. -Wat is dat nu weer?- Ik wacht nog even voordat ik mijn //​invisibility//​ spreuk gebruik van de scroll die ik van mijn moeder heb gekregen. 
 + 
jasmijn.txt · Laatst gewijzigd: 2012/05/23 11:27 (Externe bewerking)