Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


ludwighvonhovd

Inhoud

Ludwigh Sabin Cheville Maximiliaan Ramiro von Hovd Leenheer van Eladria; human Fighter

Ludwigh

Charactersheet

Cohorts / Folowers

  • level 3 Broeder Vehlen » broeder_vehlen.pdf
  • Heeft de zorg voor de dagelijkse gang van zaken op de Heerlijkheid Eladria
  • level 2 Luitenant Franz» lt._franz.pdf
  • Heeft de dagelijkse leiding over alle manschappen op de Heerlijkgeid Eladria
  • level 2 Sergeant Jozef » sgt._jozef.pdf
  • Heeft de dagelijkse leiding over de soldaten op de Heerlijkgeid Eladria
  • level 1 Soldaten » soldaat.pdf * 6

Speler

Party

Ludwigh von Hovd is de “Lawful Neutral” fighter uit de party De Huizen van Sum. 2e zoon van het Huis von Hovd en vastberaden het Huis von Hovd te herstellen naar haar oude glorie. De Party wordt geleid door Simon. Ludwigh reist samen met Jean-Claude de Bruèl (Bertil), Rafael de Rochefort, (Chiquita) en Ibrahim El Amrani (Bart). om het ridderschap te aanvaarden. Later zal hier Yusef Al Gharb El Amrani (Jasper) bij aansluiten.

Reisverslag

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 23e-24e dag Zaaimaand: Een Leenheer van huis (2).

Verder dan de tijd reikt

De avond strekt zich wat verdere uren uit. We hebben het idee dat de vampieren er geen enkele moeite voor doen hun ware aard te verbergen. en gezien hun grote getallen hier en de weinige van ons. waarom zouden ze.

Dan is het tijd om aan tafel plaats te nemen. Als iedereen eenmaal aan de prachtig gedekte tafel zit staat onze gastheer op en neemt het woord: “We hebben vanavond gasten. Zij krijgen de keus om aan onze jachtpartij deel te nemen of hier en nu te streven. De regels zijn simpel. Overleef de jachtpartij tot dageraad of sterf. Iedereen nog leeft bij zonsopkomst kan een geldbuidel tegemoet zien. Bij wijze van sportiviteit krijgen jullie 20 tellen voorsprong”

Het is on vrij snel duidelijk dat we eigenlijk geen keus hebben. We besluiten dat de kerker onze beste plek zou moten zijn om een verdediging op te bouwen. Klein, laag en smal.

We zetten het op een lopen en gelukkig laat Bruel's kennis van kastelen ons niet in de steek. we hebben de kerker snel gevonden en nemen onze wacht. Al snel horen we de stem van onze gastheer. “Ah daar zijn de lekkere hapjes. Toe maar hondjes ga ze maar halen.” Gestommel door de gang voor ons en even later het geschuifel wat kenmerkend voor zombies is. Zonder twijfel pakt Bruel een pot olie en gooit deze de gang in. Gevolgd door een brandende fakkel rekenen we zo snel af met de “honden” de enkeling die doorkomt is al bijna uitgebrand en heeft niet veel meer dan een slag nodig.

Lichtelijk aangedaan horen we onze gastheer snuiven, “Ah, jullie willen spelen. Heinrich speel met ze.”

Er komt een een halfnaakte mannelijke gedaante met een gevederde fedora de ruimte in stappen. Hij lacht een grote grijs en zegt: “Speeltijd” voor hij zijn volwoord goed en wel heeft kunnen afmaken steken de eerste pijlen al uit zijn borstkas en duiken Bruel en ik bovenop hem. Bruel krijgt een nare klap te pakken, ik weet gelukkig die dans te ontspringen. Met vereende kracht weten we Heinrich te verslaan en kunnen we even op adem komen voor we onze jagende gastheer weer horen. “Toe maar meisjes, het is jullie beurt.”

Ik zie in de gang drie wolken op ons afdrijven en er schiet me ineens iets te binnen. in wolkvorm kunnen wij hen niet raken maar zij ons ook niet. Daarvoor moeten ze een vaste vorm aan nemen. Maar een wolk kan ik makkelijker raken. Ik ren de gang in met een houten staak in elk hand. Op het moment dat de de vampieren vaste vorm beginnen te nemen druk ik de staken welgemikt op de plek waar een hart zou moeten zitten en, Jawel op het moment dat ze solide zijn zie ik nog net de totale verbijstering in de ogen van twee van de dames voor ze in stof uiteen spatten. De derde wordt door Bruel opgeruimd.

4 weg 116 te gaan. Dit wordt een hele lange weg.

Dan wordt de frontale aanval door de vampieren gekozen we voelen de druk van de creaturen al voor ze er zijn en voelen ons genoodzaakt terug te trekken in een van cellen. Heer “El Amrani” zien we niet maar vermoedelijk hangt hij nog aan het plafond.

Dan als de vampieren in de ruimte voor de cel beginnen te drommen opent er zich rechts van wij een portaal in de muur. terwijl ik het zie, denk ik meteen dat dit onze ontsnapping kan zijn. Ik roep de rest te volgen en duik in het gat. Alles beter dat dit.

Aan de andere kant van het portaal zien we een mooie jonge dame zitten in een luxueuze stoel. “Hallo jongens. Welkom in deze veilige zone. Jullie willen mij vast wel helpen?” Het blijkt al snel dat de dame die zich voorstelt als Dianaha de Sioen, de nicht van onze huidige gastheer is. Ze wil bij hem weg maar hij laat dat niet toe. Als wij haar veilig naar Hybor weten te brengen zal zij ons vannacht in leven houden. Ze benadrukt maar wat graag dat ze dat niet hoeft te doen. dat de keus aan ons is niet aan haar. Ook benadrukt ze dat haar oom ondanks alles een man van zijn woord is.

Ik was al om bij de woorden veilige zone. en geef haar mijn woord om haar te helpen. Bovendien hoe meer vampieren uit Sömanie weg hoe liever mij het is. Die sodomisten in Hybor zoeken het daar maar uit.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 20e-23e dag Zaaimaand: Een Leenheer van huis (1).

zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten

Nadat Eladria in goede handen is achtergelaten, galopperen wij bij het ochtendgloren te paard naar het noorden. We hebben er allemaal weer zin om op avontuur te gaan na de maanden die we in Baharir en Eladria hebben gespendeerd. Goed voor mij is Eladria natuurlijk heerlijk om mee bezig te zijn maar de spanning en onrust bij de anderen was waarneembaar. Dat lijkt nu allemaal achter ons.

De dagen glijden ook achter ons en we komen in een landschap wat groener, koeler en natter is. 's avonds lachen we wat af rond het kampvuur en overdag wordt er veel gezongen. Na 3 dagen komen we door een kleine stroom te volgen bij een ommuurd stadje. De poorten staan gastvrij open en we rijden zonder oponthoud naar binnen. We zoeken een herberg en als we er een gevonden hebben, bestellen we bij de waard “Dimitri Maakjeknoopjelos” een warme maaltijd en paar flessen wijn.

Onder het eten verteld Dimitri (die ook de Burgermeister is) honderduit over het Festival van de Belasting dat vanavond plaats zal vinden. Het blijkt nog minder leuk dan het klinkt. Het festival bestaat er uit dat een lokale vampier hier in het dorp een eerstgeborene zal ophalen en doden op zijn kasteel. Opeens begrijpen we beter waarom er zoveel knoflook voor de ramen en deuren hangt en het eten er mee doordrenkt is.

Uiteraard bieden we direct aan dit probleem voor het stadje op te lossen. Geen sprake over compensatie. Dat komt later wel. Terwijl we verder kletsen over hoe we dit aan gaan pakken. rijdt er een koets door de straat. Langzaam komt deze tot stilstand en niet veel later wordt er op de deur geklopt.

Bij gebrek aan een beter plan open ik de deur en kijk verrast het lege plein op. Dan hoor ik een kuch beneden mij. Als ik omlaag kijk staat daar een ongelijk lelijk kereltje. die ons, De Edele Ridders, uitnodigt uit naam van zijn heer op op het slot om de festiviteiten bij te wonen.

Natuurlijk zou het onbeschoft zijn om af te slaan en bovendien dient hier zich een mooie gelegenheid aan om zonder verdachtmaking in het hol van de leeuw te komen.

Niet veel later denderen we met hoge snelheid over te smalle weggetjes en even plotseling als we vertrokken komen we ook weer tot stilstand. We volgen de lelijkerd het kasteel in en staan niet veel later voor de charmante gastheer die voor ons een warm welkom heeft in de balzaal die zwart ziet van de gasten. Een klein strijk orkest speelt er serene muziek waar door de gasten een houterige wals op gedanst wordt. er wordt gedronken, gelachen en gepraat. De verleiding is groot om er achteloos in mee te gaan maar we besluiten zoveel mogelijk informatie te verzamelen en het hoofd helder te houden. De meeste drank belandt zo in de ruimschoots aanwezige vazen.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 1e -20e dag Zaaimaand: Een Ridder met een queeste (12).

Een goed begin is het halve werk

Na twee weken van hard werken en plannen maken laat ik Eladria achter in de goede en capabele handen van Broeder Vehlen. Hij is een goede man en zeer goed in staat de dagelijkse leiding op zich nemen. Met aandacht voor het Landgoed en de mensen die er op wonen. Ondertussen hebben we de nodige mensen geregeld.

Er zijn een aantal geschoolden gekomen die een aantal diverse zaken regelen: Een mijnbouwkundige: Onderzoek en opzet naar wat er te mijnen valt (zwavel zou ook welkom zijn) Een architect: Herstel en ontwerp (nieuwe gebouwen) Een waterbouwkundige: Herstel vernieuwen waterwerken / irrigatie systeem Een alchemist: Onderzoek naar het zwarte poeder wat is gevonden en hoe te gebruiken / reproduceren Er zijn een aantal soldaten op de de hoeve. Deze laat ik onder leiding van Lt. Franz. Hij zal indien nodig ook een 30 tal barbaren kunnen aanspreken die we een plek op het lan hebben gegeven.

Daarnaast en wel direct: Er moet, naast snelle gewassen voor consumptie en veevoer, een boomgaard komen waar dadels abrikozen en vijgen kunnen groeien, Er moet kleinschalige veeteelt komen voornamelijk voor eigen consumptie.

De mensen in het dorp en op het land kunnen hun reguliere werk weer doen. Landbouw, kleinschalig veeteelt, Hout en steen bewekring, de molen moet weer draaien, en hun inzet zal ook bij de nodige (herstel)werken vereist zijn. Als er meer mensen nodig zijn zullen deze van buiten aangetrokken moeten worden.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 10e dag Andermaand - 1e dag Zaaimaand: Een Ridder met een queeste (11).

Geen heerlijkheid zo schoon of er zit wel een vlekje aan

Yusef hang stokstijf in de lucht in een soort energie schild wat hem leeg lijkt te zuigen.

Oké, Yusef, is niet altijd de snelste om voor een ander in de bres te springen. Maar we kunnen niet allemaal hetzelfde zijn. Dus ik bedenk me niet stuif op hem af om die energieslurper stuk te slaan.

Ondertussen gaat heer Rochefort het gevecht aan met Oom Amrani samen met Bruel. Ibrahim ondersteund afwisselend mij en de anderen met zijn pijlen. Na heel wat slagen valt uiteindelijk de cocon uiteen en Yusef op de grond. Ik draai me blij om maar zie dat het gevecht bij Rochefort Bruel ook nog wat hulp vereist. Dikke zwarte wolken kolken om het gevecht heen. ik ren er in en begin ook daar mijn bijdrage te leveren. Uiteindelijk valt ook daar de winst aan onze kant. Heer Amrani ontdoet zijn oom van allerlei snuisterijen zodat hij niet weer kan verrijzen. En als we vermoeid neerstrijken op de treden komen de vrouwen van het huis Amrani binnen. Snel staan we weer op om hen te begroeten.

Alles lijkt goed. Het personeel wat weer tevoorschijn komt begint met opruimen en wij mogen ons gaan opfrissen. Een vriendelijke glimlach van vrouwe Amira valt nog mijn kant op. Een moge herinnering om bij in slaap te vallen.

De volgende weken herstellen we en brengen we veel tijd aan het hof door wat weer redelijk in de dagelijkse beslommeringen terecht komt. Heer Amrani houdt veel audiënties met het volk. ik breng veel tijd door met Vrouwe Amira en we worden wederzijds erg blij van de ander. Als ik op een goede dag bij Vrouw Fatima wordt geroepen kan mijn geluk helemaal niet meer op. Niet alleen keurt ze de omgang met haar oudste dochter goed maar, mij wordt als dank voor de vriendschap en bewezen diensten aan huize El Amrani de heerlijkheid Eladria toegewezen. Het ligt hier ongeveer drie weken vandaan maar voortaan mag ik mij Leenheer van Eladria noemen. Welk een Eer.

Samen met mijn vrienden en een kleine groep getrouwen aan heer Amrani reizen naar de Eladria. Omdat de reis toch langs het klooster van de Fraters van het vechtende kind komen wil heer Amrani ook daar nog eerst zijn dank brengen.

Een week later zijn we bij de heerlijkheid. Eerlijkheid gebied mij dat naast ik naast de warme gloed van het voor het eerst aanschouwen van van de heerlijkheid ik ook een zekere teleurstelling te verwerken had. De staat van het huis, de landen, het dorp, de mensen, de inventaris. Alles is zeer, zeer erbarmelijk. een jongeman met de naam “Kleine Ali” weet uit leggen waarom. Gedurende de jaren is de klad er in gekomen. Het aan de overzijde gelegen stadje, Aquille, onderdrukt de bewoners van Eladria, ze mogen nauwelijks water uit de rivier halen, alle jonge mannen worden gedwongen te werken op de landen van Aquille en er is zodoende geen onderhoud of goede landbouw mogelijk in de heerlijkheid.

Er worden snel wat korte, snelle plannen gemaakt om de boel weer op gang te helpen. Er zal heel wat geinvesteerd moeten worden om het weer op de rit te krijgen. Samen met heer Amrani besluit ik in elk geval een bezoekje aan Aquille te brengen onder het mom van inkopen.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 10e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (10).

Hoe dood je datgene wat geen leven heeft?… Generaal Exec Blizzard. Slag op de Akkers des doods

De familie vergadering van El Amrani besluiten wij buitenkamers af te wachten. Het duurt niet lang voor ik een speer tegen me aan voel komen. Ik draai me geschrokken om en zie iets verderop in gang ee monsterlijk insect. Het lijkt op een mier maar dan levensgroot. Ik twijfel geen moment en stuif er op af en samen met heer Bruèl. Yusef onttrekt zich zoals gewoonlijk aan een gevecht. Niet veel later is het wezen dood. vlak achter het beest staan kisten. De schat van de mier? Ik maak een kist open en zien een heleboel goud. en een kleine ring die ik voor ik er erg in heb om mijn vinger heb. Zo veel ik kan neem ik wat van het goud. Totdat Yusef bij ons komt staan en mij er op attendeerd dat de kisten het wapen van El Amrani dragen. Beter maar af blijven dus. Ik knik en werp het goud terug.

Niet veel later komt heer Ibrahim El Amrani de gang in lopen met zijn moeder en zussen. Waar komt die opeens vandaan? Hij verontschuldigt zich en verwijst naar de brief die hij bij Yusef achter gelaten heeft. Ik kijk Yusef met een sneer aan. Waarom heeft hij daar niets van verteld? Maar ik laat het er bij rusten. Nu is er geen tijd voor verdeeldheid in de groep. Er moet nog te veel gedaan worden. Maar: Hoezee Heer El Amrani is terug. We snellen door de gangen en zonder oponthoud komen we in de troonzaal. Nog meer lijken. We worden er een beetje stil van. Wie ziet er de noodzaak van om zoveel doden te maken. In de troon zien we de Oom Tiran zitten. Hij lijkt te slapen. Het lijkt een goed idee om Yusef zijn kwaliteit in te zetten. Langzaam, stilletjes en… Wel als een dief in de nacht, komt hij tot achter de troon van oom Tiran. Met een kilheid van een heuse moordenaar trek hij het lemmet van zijn dolk over de hals van de vorst. het bloed gutst uit zijn hals en we horen het bij de deur nog zachtjes bubbelen. Alles blijft verder stil. Dit lijkt haast te gemakkelijk te gaan. Yusef hakt om een onduidelijke reden nog een hand van de dode Tiran af en loopt daarmee langzaam maar opgetogen terug naar ons. Dan begint hij opeens blauw op te lichten en langzaam te zweven. en een stem die uit de hel zelf lijkt te komen zegt:“DAT VOND IK NIET AARDIG VAN JE JONGEN!”

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard - 9e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (9).

vervlogen hoop heeft een bittere nasmaak.

Een klein beetje later komen we in blauw wit betegelde gang. Aan beide uiteinden zien we deuren. We kiezen op aanraden van Vrouwe Saphira de rechter. Yusef opent de dubbele deur en een zoete rottende lucht treed ons tegemoet. De ruimte is bekleed met kussen en zijden doeken. Vrouwe Saphira zegt zacht “het harem”. We lopen er zachtjes doorheen en passeren een klein bassin waar een vrouwfiguur levenloos indrijft. Het lijkt er op dat wat zich hier heeft afgespeeld het daglicht niet zal kunnen verdragen. Langzaam trekken we onze wapens en lopen door naar een groter bassin Twee Eunuchen verwikkelt in een dodendans leunen op elkaar. hun ingewanden als slingers om hen beiden heen. Dan horen we zachte belletjes. Een verschrikte zucht van Yusef doet mij mijn hoofd omkeren. Het vrouw figuur uit het kleine bassin verrijst uit het water en zeeft op ons toe. Samen met heer Rochefort en heer Bruèl loop ik er op af om dit onheilige wezen haar rust te geven dat het verdient. Vrouwe Saphira en Yusef keizen het hazenpad en vluchten een trap op naar boven. We vechten ons in het zweet want het creatuur blijkt moeilijk te raken met onze wapens. Alsof we tegen een schim vechten maar uiteindelijk weten we het te verslaan en zakt het in rust terug.

Als wij even later de trap opkomen horen we stemmen uit een kamer verderop. Als we het geluid volgen komen we uiteindelijk in een vertrek waar Vrouwe Saphira en Yusef samen met de Vrouwen El Amrani aan het praten zijn.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 8e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (8).

Er is geen grotere ramp dan het onderschatten van de vijand

Als er na een half uur nog niemand terug is, beginnen we ons toch wat zorgen te maken. Moeten we niet zelf gaan kijken oppert Bruél. Vooruit dan maar. Wij gaan ook voorwaarts. We zien als snel een rooster in de grond. Een touw zit vast tussen het rooster en de grond. Alsof het een valhek is. Bruél onderzoekt met Rocheford. ik zie vanuit mijn ooghoek een wachter wegduiken. ik loop er stilletjes naar toe en sla ook deze bewusteloos, knevel hem en loop terug. Ondertussen heeft Bruél, gezien dat vrouwe Saphira en Yusef beneden staan. heel erg stijf. Daarop heeft hij besloten om op het rooster te staan terwijl hij het touw vast houdt. Ik houdt het andere eind vast. Het rooster klapt inderdaad weg maar wel zo snel dat er geen houden aan is. Bruél valt een goed eind naar beneden. Gelukkig langs het touw en hij komt te staan. Ik zie ook direct een Carrion Crawler naar hem toe schieten en voor ik kan roepen is het al gebeurt. De tentakels raken Bruél en ik zie hem verstijven. Ik zie mijn kans schoon en stap een paar passen verder op het rooster met mijn speer in mijn handen. Zo zal ik op de rug van de crawler landen als het rooster omklapt. Het plan werkt en wel met zo'n goed gevolg dat het beest ter plekke overlijdt door impact, schade en shock. Niet veel later komen al mijn verstijfde metgezellen weer bij en ook Rocheford is bij ons gekomen.

We praten snel bij en besluiten de de gang rechts in de gaan op advies van Vrouwe Saphira, deuren worden geopend door Yusef, roosters gevonden door Yusef, en de ondoden die er uitkomen worden gezamenlijk verslagen. Het begint eindelijk ergens op te lijken.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 8e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (7).

In tijden van oorlog zijn begrip en overleg de eerste slachtoffers. Garin de Monglane. Slag bij Sickining

De dag trekt al met aal een beetje aan mij voorbij terwijl ik in overpeinzing zit waar heer El Amrani toch gebleven kan zijn. En zo kan het gebeuren dat je opeens veel later in een restaurant aan een tafel zit en jezelf afvraagt sinds wanneer meester Rashid en vrouwe Saphira erbij gekomen zijn. Schijnbaar is er veel gebeurt tijdens mijn mijmeringen. Opeens staan we op, dringen we het kasteel binnen, waar naar het schijnt de moeder en zussen, en wie weet ondertussen ook wel, heer El Amrani gevangen worden gehouden. Het duurt niet lang of we moeten wachters uitschakelen. Terwijl Bruél en ikzelf dit keurig doen door de wachters snel en efficiënt buiten gevecht te stellen en te binden. vindt Yusef het normaal om elke vorm van tegenstand met het scherp van zijn blad te beslechten. Hoezeer wij hier ook onze afkeer over uitspreken . Hij grijnst haalt zijn schouders op en loopt door alsof het allemaal normaal is in dit land. We lopen door en niet veel later kijken we uit over een binnenplaats waar twee wachters rondt lopen, na veel discussie wordt er toch besloten dat Yusef en vrouwe Saphira, als beste sluipers, de wachters zullen moeten uitschakelen en ons op komen halen als dit gebeurt is. Bruél en Rocheford houden het plein in de gaten ik dek de achterhoede.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 7e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (6).

Een echte vriend zorgt voor vertrouwen, niet voor verraad. Garin de Monglane. Slag bij Sickining

Wat een gedoe allemaal. Heer El Amrani is nog immer niet terug. Ik heb een fles drank besteld om het wachten te verzachten. Het lijk er op dat Jonge heer Bruel het allemaal erg pijnlijk vind van hij blijft maar schenken. Niet veel later valt hij om. Dan komt ineens Yusef binnen (oh, was hij weg?) en gebied ons mee te komen. Hij heeft een veilige plek gevonden. Als ik vraag waar en bij wie weigert hij opeens in alle toonaarden iets los te laten. “Geloof me nou maar gewoon.”

De laatste keer dat ik dat deed werd ik wakker met een behoorlijk zere kont. Dus ik dacht het niet. Maar hoe harder ik aandring hoe koppiger hij wordt. “Ja pas maar op, ze zoeken ons. Kijk, kijk dat groepje mannen daar wat net de kroeg in gaat waardoor ze niet meer ziet.” pfff, Maar dan ben ik de hogere in rang. Ik weiger mee te gaan zonder dat hij zegt waarom. Samen met heer Rochefort til ik de omgevallen Bruel van de grond en neem hem mee naar een veilige herberg. De eerste wil ons vanwege een klein misverstand met Tante. Maar een tweede vinden is geen probleem. Yusef wil niet bij groep horen en vertrekt.

De kamers zijn redelijk en we vallen redelijk snel in slaap op het 'zachte' geronk van Bruel. Maar niet veel later wordt ik bruusk wakker door een onverwachte en laffe aanval. huurmoordenaars. Rochefort, Bruel en ik leveren een behoorlijke slag maar hoe snel ik ook reageer ik kan de schaduw maar niet raken. Hij mij daarentegen wel een flink wat tikken zijn mijn deel. Gelukkig lukt het samen met de hulp van Rochefort. Ik hoor van haar hoe Bruel zeer ernstig verwond is. We lappen hem een beetje op en besluiten onze rust weer te pakken.

De volgende ochtend word ik wakker met een behoorlijk zere kont.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 7e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (5).

Wanneer we thee drinken zijn we op weg naar rust.

Het negeren gaat me redelijk goed af maar ik kan het niet helpen op te vangen hoe Ibrahim een pact lijkt te bekrachtigen uit naam van zijn familie. Ik doe maar net of ik het niet heb gehoord. Dit lijkt me geen fris zaakje. om van de lucht maar te zwijgen. Het goede nieuws is dat niet veel later er een trap omhoog komt uit de stapel botten, en wij onze weg kunnen (mogen) vervolgen. Ik wuif de dame vaarwel.

Na een tijd komen we uit een grotmonding en voor ons ligt het dorre landschap van …. met daar als parel in de woestijn de magistrale stad ….

We besluiten ons om te kleden in de onopvallende kleding en naar de poort te gaan. Naar binnen komen blijkt gemakkelijk en niet veel later lopen we door de stinkende steegjes van de stad. om de goede meter vastgeklampt door verkopers of staartkinderen. We besluiten een Theehuis in te gan om ons zelf te laven. en dan dreigt alles fout te gaan omdat een lokale hork amok wil maken. Ik grijp snel in en kan daarmee, ondanks dat er klappen vallen, erger voorkomen. De rust keert snel weer en de exploitant is ons zo te zien dankbaar.

Heer El Amrani heeft zaken te regelen en vraagt of hier op hem wachten. Een mooi moment om mijn brieven aan te vullen.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 7e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (4).

de gezusters, met hun ontvleesde armen en lange, grijze, dunne haren, kwamen door de lage mist genaderd. Hun ogen lagen diep en hun tanden staken uit als bij een geraamte.

Ik besef me een wapen nodig te zijn om dit helse wezen te kunnen verslaan. Ik ren terug naar de tent om mijn speer te halen en storm af op de plek waar ik de anderen tactische bewegingen zie maken. mijn wapen raakt niets maar voel hoe ik tegen een onzichtbare muur oploop en voel me heel even gewichtloos.

De volgende ochtend word ik wakker. Er wordt me verteld dat het creatuur een Trol was met een magische ring waardoor het onzichtbaar was. Het is verbrandt. We drinken wat hete drank en eten wat. We kijken wat voor ons uit en opeens valt ons oog op een vervallen toren in het water. Het lijkt Ibrahim een uitstekend idee om hier wat tijd in te steken. Het water bij de toren is gelukkig niet diep en we kunne er gemakkelijk heen lopen. We moeten ons wel moeite getroosten om binnen te komen maar met behulp van een touw is de doorgang goed te bereiken. Hogerop in de toren bevindt zich niets van enig belang. Echter in het lager gelegen gedeelte ontdekt ik een ondergrondse ruimte die wel degelijk een architectonische waarde kan hebben. gebouwd op en om een ondergrondse waterbekken / rivier. Ik zie even verderop ook een bootje liggen. Ik klim weer omhoog en sommeer Yusef voor ons het bootje te regelen. Hij regelt er zelfs twee. We varen redelijk vlotjes door de ruimtes die werkelijk prachtig zijn. Totdat we het geruis van waterval horen en we flink aan te het versnellen zijn. Onverschrokken als we zijn laten we ons niet afleiden. Deze vaart is niet gemaakt om te sterven. en met onze voet op de plecht varen we op de mist voor ons af. Niet veel later kijken we triomfantelijk naar elkander als het bootje over een aquaduct verder vaart. diep, diep onder ons vervolgt de rivier zijn weg.

Wij komen terecht in een enorme grot met in het midden een eiland geheuld in mistige flarden, “Als je je ogen wat samen knijpt lijken het net vrouwen” zegt Yusef. En donders, hij heeft gelijk. We horen nu ook een klagend gehuil door de grot gaan. Ibrahim murmelt nog iets over oude legenden. Maar besluit verder te zwijgen. We zien een stenen aanlegplaats en besluiten het eiland verder te onderzoeken. Het midden van het eiland is eigenlijk een soort pilaar en we zien een wenteltrap in het midden daarvan. maar om dar te komen moeten we over een berg van beenderen, en kostbare schatten klimmen. Een poging daartoe strand onmiddellijk met het verschuiven van de beenderen. Niet te doen. Nog wat beter kijkend zien we ook een vermolmde houten troon. Gezeten op de troon zien we de koning van de dood. Ik hoor haar stem in mijn hoofd. Ze kent zelfs mijn naam. Laat ik het maar zo lang mogelijk negeren.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 6e/7e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (3).

…“Zo staat het geschreven: De abrikoos groeit nabij de oase.”…

De volgende dag besluiten we dat het mooi is geweest. De queeste van heer El Amrani moet vervolgd. Het lijkt hem het best om niet als onszelf, maar vermomd als avonturiers naar zijn geboorte stad te gaan. We krijgen Dromedarissen en proviand mee. Als de avond valt vertrekken onder de deken van het duister en daarmee begint een lange, eentonige reis door de kiezel woestijn. Na 16 uren op de rug van de dromedaris bereiken we de eerste oase op onze weg naar de stad. Er wordt kamp gemaakt, we frissen ons op, eten wat en houden de wacht.

We worden naar verrast door een creatuur wat we niet kunnen zien en moeilijk kunnen raken.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 5e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (2).

…“Rijdt altijd samen met je mannen onbevreesd de slag in, Glorieuzer wordt het niet.”…

Nog vreemder is dat er in plaats van oude knokige fraters overal jonge frisse mannen te vinden en er geen spoor meer is van de ouderlingen. Er wordt uitgelegd dat dit door de helende kracht van het vechtende kind komt. Nu zij weer genezen is werkt dat ook weer door op de Fraters. Een mooi iets. En het wordt alleen maar mooier want we gaan eindelijk het leger buiten de poort naar een andere gronden jagen.

Ik krijg een paard een rusting en een compagnie toebedeeld. Bruel zal zich bij mij voegen op de rechterflank zodat ik hem wat kan begeleiden.

We rijden uit waaieren uit en chargeren onbevreesd op het ongedierte in. De eerste klap is een zilverstuk waard en deze is voor ons. Er wordt wat heen en weer geslagen maar al snel is duidelijk dat de “herrezen” fraters van het vechtende kind onder onze leiding compleet O.P. zijn voor het bij elkaar geraapte en ongemotiveerde leger van El Amrani. Jean-Claude doet ook zijn uiterste best om mee te komen en dat gaat hem goed af.

Dan zie ik opeens de generaal van El Amrani aanstalten maken om te vluchten, de laffe hond. Dat moeten we koste wat kost voorkomen. Er moet een boodschap verzonden worden. Ik sommeer de compagnie voorwaarts door de linie op naar de Generaal. Helaas begrijpt Jean-Claude dat te zien als een teken om solo te gaan en laat daardoor gat in onze linie. Gelukkig kunnen we die weer dichttrekken en verder opstomen.

Als ik bij de Generaal aankom is Jean-Claude in een charge dans verwikkeld met de Generaal. En hoewel hij hem mooi bezig houdt, het schiet niet op. Ik besluit in te grijpen en het karwei met mijn zwaard af te maken. Verstandig als hij is houdt Jean-Claude afstand om mij met een welgemikte slag de generaal van zijn stoffelijk lichaam te ontdoen. We zullen zijn hoofd als een signaal opsturen naar de verrader van dit land.

Voor ons is daarmee de slag afgelopen. Ik laat het aan de anderen het karwei waar nodig te klaren.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 2e tot 4e dag Andermaand: Een Ridder met een queeste (1).

…“Het valt me op dat hoe zeer je ook alles onder controle wilt houden, je soms die toch verliest”…

Nog vermeldenswaardig is dat het fort een klooster is van de Fraters van het vechtende kind. Een orde van Heironeous. Maar het kind, wat hier gehuisvest wordt in het 'zomerpaleis', is ziek en wordt steeds zieker. Sterker nog de fraters vrezen voor de dood van het kind. Terwijl de anderen met alle geweld verzorgd willen worden terwijl de fraters het als zo zwaar hebben. besluit ik de helpende hand uit te steken en eens te bezien of hier 's nachts geen zaken plaats vinden die het daglicht niet kunnen verdragen. Ik hoef overigens niet lang te wachten. een duister figuur sluipt snaaks over het dak van het fort. Ik sla direct groot alarm en samen met de orde wordt alles onderzocht. Helaas vinden we niets of niemand die hier niet thuis hoort.

Een beetje beschaamd besluit ik naar mijn cel te gaan om te slapen. Alleen lukt het mij niet om de slaap te vatten in de mij toebedeelde cel. ik blijf spoken zien. Ik besluit een andere cel te nemen en wordt pas wakker als het al weer licht is.

Bij ons bezoek aan het zomerpaleis die middag constateert de Rochefort dat het vechtende kind vergiftigt wordt. Dan valt mij opeens te binnen dat anderen helemaal niets van de nachtelijke gebeurtenissen weten en ik besluit mijn avontuur te delen met de groep. Iedereen begrijpt meteen de bedoeling en we spoeden ons naar het dak om te zien of er in het daglicht nog iets te vinden is. Ik ga samen met Bruèl links om de poort toren door en de Rochefort en Yusef nemen de hoofdtoren. Amrani gelooft dat hij buitenmuurs meer van nut is en besluit naar buiten te gaan. Al snel bekruipt mij het gevoel dat ik bewegende gedaantes om me heen zie, nee voel. pas als ik stil ga staan en goed kijk zie ik opeens een hond recht op mij afspringen ik probeer het beest te spiesen op mijn Shuang te krijgen maar ondanks dat dat lukt weet het mij ook fel in mijn schouder te bijten. Ik krijg het voor elkaar om het ondier van mijn af te schudden maar verlies zelf ook het bewust zijn.

Als ik later weer bijkom hoor ik van de anderen hoe de Rochefort meerdere honden en een toverkol verlagen heeft die, naar zeggen, de gifmengster van het vechtende kind was. Niet slecht Rochfort, niet slecht. Hij wordt dan ook eervol opgenomen in de gewapende Orde van Heironeous en ridder van de Orde. Het zij hem gegund.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 3e dag Overvloedsmaand - 2e dag Andermaand: Een Jongen in wasdom (4).

…“En je had nog zo beloofd te schrijven”…

Het heeft zich allemaal van links naar rechts geslingerd. in onze korte tijd op Cairn Colina Desnuda, werden we overvallen door Barbaren uit het noorden. Deze waren nog maar net verslagen en we besloten ze te achtervolgen. Weldra stuitten we op een leger ondoden. Er was door ons niet tegen aan te vechten maar gelukkig ontmoetten wij het leger van Brennen de Bruel die twee weken geleden vanuit het kasteel van Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix is vertrokken om tegen de ondoden te vechten. Een tijdje vechten we gedreven mee. Heer Brennen maakt mij zelfs tot zijn schildknaap.

Dan als de dagen steeds donkerder worden stuurt hij mij en mijn vrienden terug naar Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix om meer troepen te krijgen. De weg is lang en vol gevaren. We reizen zelfs een tijd door de geheime en veel vervloekte ondergrond. De knaap van Ibrahim blijkt de weg daar verrassend goed te kennen.

Eenmaal terug bij Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix, blijkt dat er geen extra troepen meer zijn. de landen blijken overspoeld met ondoden. Slechter nieuw treft Ibrahim. Zijn Tiraniek oom heeft zijn moeder gevangen gezet en de macht overgenomen. Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix Gebied hem zijn moeder weer te onzetten. Natuurlijk helpen wij onze vriend maar wat graag.

Heerlijk nieuws: Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix heeft het zich laten welgevallen om mij en Ibrahim tot ridder te slaan. Van nu af aan ben ik Heer Ludwigh von Hovfd, Er zijn mij nog geen landen toebedeeld maar ik houd de moed er in.

In de steen woestijn die Heer Ibrahim zijn this noemt treffen we zijn neef Nihayat al Gharb el Amrani, Hij kan ons veel gebruiken en wegen laten zien in dit desolate en door de heer verlaten oord. Van de Moeder van Ibrahim nog geen spoor.

Ze zou in het huis van zijn tante kunnen zitten maar die plek blijkt ook al omvergelopen te zijn door oom Tiran. We vinden wel zijn Tante levend en wel en dat is goed. Zij leidt ons terug naar onze rijdieren en drukt Heer Ibrahim op zijn hart snel te zijn.

Niet veel later ontmoetten we het leger van oom Tiran. Deze blijkt vooralsnog door Heer Ibrahim niet om te praten om voor hem te vechten. We moeten vluchten naar een Fort dat een klooster voor de vechtende orde van Heironeous en in het bijzonder aan het heilige vechtende kind D'Azure is. We worden goed verzorgd maar er bekruipt mij een gevoel dat we hier niet zomaar meer wegkomen. Bovendien ligt het fort onder belegering.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 1e t/m 20e oogstmaand: Een Jongen in wasdom (3).

De volgende ochtend heeft Ludwigh kennis gemaakt met Rafael de Rochefort, Jean-Claude Bruél en Ibrahim El Amrani. Drie zonderlinge jongens met duidelijk te rijke ouders en te weinig fatsoen. Maar het lijken verder wel geschikte kerels. Er zijn nog 8 andere knapen en samen met de ridder rijdt het gezelschap met wapperende banieren het kasteel uit op weg naar de noord kust.

Eenmaal daar bestaat de weg naar ridderschap vooral uit het repareren van de het verdedigingswerk. Zwaar maar nuttig werk en goed voor de spieren en de saamhorigheid.

Dan ziet Ludwigh op een avond, als hij wacht staat op de kantelen, een invasie van barbaarse schepen. ze vallen aan bij een naburig dorp. Snel wordt heer von Siun gewekt en als iedereen gereed rijden rijden ze uit naar het dorp. Eindelijk een gevechts actie waarin Ludwigh zichzelf kan gaan bewijzen. Hij wordt met Rafael, Jean-Claude en Antoine rechtsom gestuurd, terwijl de Ridder met de anderen links gaat. Een duidelijk signaal van vertrouwen. niet veel later heeft Ludwigh met zijn speer twee barbaren omgelegd zonder zelf maar te zijn geraakt. Tot zover gaat alles goed. Jean-Claude en Antoine zijn ook goed bezig met hun bogen, maar Rafael lijkt tot nog toe niet zo getraind te zijn de kunst van het vechten.

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 29e t/m 30e roggemaand: Een Jongen in wasdom (2).

Het kasteel en het ontvangst is alles wat Ludwigh er van verwacht had, groot, groter, grootst. en wat is hij trots als hij wordt uitgekozen door Cheville Clouchard von Siun tot een van zijn gezellen. Er volgt een feest en de belofte op avontuur!

Sömanië, 1059 NT Het jaar van het Rijmende Paard, 26e t/m 28e roggemaand 1059: Een Jongen in wasdom (1).

Na een innig vaarwel met zijn moerder, zieke vader en de abt van de voorzienigheid, heeft Ludwigh afscheid genomen van zijn ouderlijk huis. Na een reis van twee dagen samen met zijn gezel Borvad is hij aangekomen bij Baron van SuprmnSum Eduardus III, Duc de Guille sur Batoix

ludwighvonhovd.txt · Laatst gewijzigd: 2021/11/08 02:59 door 144.76.162.206