Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


mirkov

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Volgende revisie
Vorige revisie
mirkov [2012/05/21 14:05]
epg aangemaakt
mirkov [2012/05/22 13:13] (huidige)
Regel 11: Regel 11:
  
 ====== Reisverslag ====== ====== Reisverslag ======
 +===Op avontuur!===
 +Mijn naam is Mirkov. Ik ben de jongste zoon van de plaatselijke schout in een het fraaie dorp Freiheit. Het dorp ligt aan de grens van het koninkrijk en veel mensen in de grensstreek nemen het niet zo serieus met de wet. Echter mijn vader neemt zijn taak zeer serieus. Hij handhaaft de wet met strakke hand samen met mijn oudste broer Karpov. Ook maakt mijn vader vaak gebruik van de Leo’s om met bandieten in de omgeving af te rekenen. De Leo’s zijn een familie van houthakkers en kolenbranders. Grote sterke kerels waar je geen ruzie mee moet krijgen, maar die het hart wel op de goede plaats hebben zitten.
 +
 +Mijn moeder is gestorven toen ik nog jong was. Sindsdien leidt mijn vader het huishouden alsof het een leger is. Hij verwacht van zijn zoons dat zij hun training en school zeer serieus nemen. Didi (Diederik Willibrord) beweert dat mijn vader in zijn jonge jaren lid was van de persoonlijke wacht van de koning, en dat hij daarom zo streng is. Toen ik mijn vader er eens naar vroeg was zijn commentaar: “Dat heb je vast van die fluitende nietsnut gehoord! Die jongen heeft meer fantasie dan goed voor hem is. Je moet niets geloven wat die fantast zegt.” En daarmee was de kous af.
 +
 +School is saai, en de dagelijkse trainingen zijn hard. Maar als het even kan dan ga ik met mijn vrienden de velden in om te jagen en te kamperen en verhalen te vertellen bij het kampvuur. Didi vertelt dan de meest fantastische verhalen over beroemde avonturiers. Vaak fantaseren we dan hoe het zou zijn om echte avonturen te beleven. Ons avontuur kwam toch sneller dan verwacht.
 +
 +Het is een mooie zonnige voorjaarsochtend. Ik ben nog met de ochtend training bezig als mijn vader terug komt van een meerdaagse patrouille. Hij ziet er gehaast uit en snauwt mij toe dat ik me zo snel mogelijk moet omkleden en in zijn kantoor moet melden. Wanneer hij in zo’n stemming is, moet je hem niet te lang laten wachten. Dus kleed ik me razendsnel om en meld me in zijn kantoor.
 +
 +Vader is zeer ernstig voor zijn doen. Hij lijkt haast bezorgd. (Zo heb ik hem nog niet eerder gezien.) Hij heeft een brief en een leren etui in zijn handen. “Jongen, ik heb een belangrijke opdracht voor je. Er dreigt een grote oorlog. Het leger van de vijand is ons dorp al dicht genaderd. Er is geen tijd te verliezen. De koning moet zo snel mogelijk gewaarschuwd worden van het dreigende gevaar. Neem deze brief en bezorg hem persoonlijk aan de koning. Laat je niet afschepen: het zegel moet voldoende zijn om op audiëntie te mogen bij de koning. Vertrek direct, maar ga niet alleen. Neem je vrienden mee, en zorg voor wapens. Je zult ze beide nodig hebben.”
 +
 +Hij stopt de brief in het etui en hangt het om mijn nek. Verder geeft hij mij nog een beurs mee met zeker een dozijn zilverlingen en hij geeft me ook een kaart mee. “Jongen, let goed op. Vertrek zo snel mogelijk en neem de noordelijke weg. Volg deze weg tot aan de herberg ‘Het Ranzige Zwein’. Neem dan de oostelijke weg om het bos heen. Ga onder geen beding door het bos! De weg door het bos is gevaarlijk. Neem deze niet weg niet. Het is belangrijker dat je heelhuids aankomt. Volg de weg om het bos en om de bergen heen en probeer zo snel mogelijk in Prodat aan te komen. Ga daar naar het kasteel van de koning en zorg dat je persoonlijk de brief overhandigd.”
 +
 +Ik ben verbaasd dat mijn vader mij vraagt. Normaal vertrouwt hij dit soort dingen alleen toe aan mijn oudste broer Karpov. Dus ik vraag hem waarom hij mij stuurt?
 +
 +Mijn vader legt een hand op mijn schouder en zegt: “Je broers zijn nodig voor de verdediging. Jou kan ik missen. Bovendien ben ik dan ook meteen die vrienden van je kwijt: ze deugen dan wel niet, maar ze hebben je nog nooit verraden. Ga nu snel, elke minuut telt.” Dit is wel heel veel vaderlijke liefde ineens.
 +
 +Vol trots en spanning ren ik naar mijn kamer. Ik trek mijn wambuis aan en verstop de brief eronder. Verder pak ik mijn rugzak die altijd klaar staat voor een trektocht. Ik ren naar de keuken voor wat proviand en daarna door naar de wapenkamer voor mijn wapens.
 +
 +Als eerste ren ik richting het huis van Ralf. Ralf is zelden thuis, maar vaak weet zijn moeder wel waar hij uithangt. Onderweg loop ik WD en zijn maat tegen het lijf. Ik leg ze het verhaal uit, en natuurlijk zijn ze enthousiast. We spreken af bij de oude beuk. (Onze vaste ontmoetingsplaats.)
 +
 +Ralf is natuurlijk niet thuis, maar zijn moeder denkt dat hij weer bij de eendenvijver is. Ze roept me nog na dat Ralf zich als de donder thuis moet melden om zijn vader te helpen. Maar ik ben al weg.
 +
 +Bij de eendenvijver vindt ik zowel Ralf als toverkol. Eigenlijk heet ze Jasmijn, maar meestal noemen we haar gewoon Toverkol. Ze is de dochter van de plaatselijke genezeres, kruidenmengster en orakel, kortweg ook wel heks genoemd. Toverkol is soms wat vreemd maar verder wel ok.
 +
 +Ik hijg nog van de het rennen, wanneer ik hun begin te vertellen van mijn opdracht en hun vraag met mij mee te gaan. Ze aarzelen en zitten vol vragen. Echter voor ik die kan beantwoorden,​ vliegt er een pijl vlak langs mij heen. Aan de overkant van de vijver komen een paar woeste kerels uit het bos, waarvan er een op mij heeft geschoten.
 +
 +Ik bedenk me geen moment, trek mijn boog en schiet terug. Dit geeft Ralf de tijd om uit de boom te springen waar hij in zit. Vervolgens zetten we het op een rennen.
 +
 +Ondertussen zijn er wel 7 kerels uit het bos komen zetten. Toverkol duikt in diep struikgewas om zich te verstoppen. Echter, ik hoor nu geblaf: die kerels hebben honden bij zich, en zullen Toverkol zeker vinden. Dus roep ik naar Ralf dat we ze af moeten leiden. Hij heeft mijn gedachte al geraden en roept: “lok ze naar de Leo’s, we zien elkaar bij de oude beuk.”
 +
 +Dus stop ik, en schiet weer een pijl op de woeste kerels. Het heeft het gewenste effect: ze komen achter mij aan. Tijd om weer te gaan rennen. Ik ken hier het bos op mijn duimpje en loop snel uit op mijn achtervolgers. Dus kan ik af en toe stoppen om te schieten. De honden baren mij de meeste zorgen: zij kunnen gemakkelijk mijn spoor volgen, en als die kerel ze loslaat, dan kunnen ze me gemakkelijk achterhalen. Dus schiet ik als eerste de honden neer. De hondenkerel stopt bij zijn neergeschoten honden, maar drie anderen volgen mij op de voet.
 +
 +Ik lok ze snel naar de Leo’s. Samen met de Leo’s worden deze kerels snel een kopje kleiner gemaakt. Ik dank snel de Leo’s, en roep dat er nog een in het bos zit, en dat ik die levend naar mijn vader wil brengen.
 +
 +Samen met de Leo’s wordt de laatste woeste kerel snel gevonden en overmeesterd. Helaas had ik één hond nog niet gedood, en wist de hond mij nog een nare beet toe te brengen voor ik de hond kon doden. Daarna brengen we gezamenlijk de gevangene naar de Schout.
 +
 +Hoewel mijn vader tevreden is dat ik een gevangene heb gemaakt, spoort hij mij opnieuw aan zo snel mogelijk te vertrekken. Hij geeft mij nog een amulet mee dat hij van de gevangene heeft gehaald: “Hier jongen, neem dit mee, en laat het aan de koning zien als bewijs. Laat het verder aan niemand zien.”
 +
 +Ik ga snel naar de oude beuk: dit is een grote beuk in het midden van het dorpsplein. Helaas zie ik niemand. Dus loop ik maar naar de smidse. De zoon van de smit, Ash, is een goede vriend van mij en vaak is de rest daar ook te vinden. En inderdaad Ralf is al bij Ash, die de smidse staat aan te vegen. Ook zie ik Toverkol net een kopje thee inschenken. Ik begin net aan Ash uit te leggen dat ik een belangrijke missie heb gekregen en dat ik hem graag mee wil nemen. Helaas is mijn vader erg ongeduldig en hij trekt mij mee naar buiten voordat ik mijn verhaal kan afmaken. Snel roep ik nog naar Ash dat we op avontuur gaat en dat hij zijn gebruikelijke spullen mee moet nemen en wapens!
 +
 +Mijn vader brengt me naar de poort en maakt nogmaals duidelijk dat we haast moeten maken. We zijn nog niet lang onderweg of Ralf krijgt een enorme tak in zijn gezicht geslagen. Een half naakte woeste kerel met een enorm zwaard springt te voorschijn. Echter voordat we iets hebben kunnen doen, kijkt de kerel verschrikt naar Toverkol, laat zijn zwaard vallen en rent gillend weg het bos in. Wanneer ik vraag wat zij met die kerel gedaan heeft, glimlacht ze en zegt: ach ja, mannen….
 +
 +We lopen de rest van de dag over de weg naar het noorden. Onderweg vertellen we aan Didi en Ash onze avonturen in geuren en kleuren. Goedgeluimd lopen we stevig door en tegen de schemering zien we in de verte licht.
 +
 +Na nog een kwartiertje lopen komen we aan bij de herberg ”Het ranzige Zwijn”. De herberg doet zijn naam eer aan: het is er inderdaad ranzig. Maar moe als we zijn, zijn we blij dat we een dak boven ons hoofd hebben en een maaltijd kunnen nuttigen. Dus we ploffen neer bij de tafel die de waard ons heeft gewezen. De waard doet wat moeilijk over geld, en wil dat we een hele zilverling vooruit betalen voor onze kamers! Dit vind wat al te gek. Ik geef hem een zilverling voor het eten en het bier (wat ik al een Gods vermogen vind) en beloof hem morgen ochtend de andere voor de overnachting.
 +
 +Ash is erg moe en vertrekt als eerste naar de kamers. Hij is nog nauwelijks vertrokken of er breekt een bargevecht uit bij de deur. Hier zit ik nou niet echt op te wachten. Ralf is echter altijd in voor een gevecht en slaat meteen de eerste die te dicht bij hem in de buurt komt neer. Dan probeert een dronkelap mij te slaan. Ik ontwijk de klap moeiteloos en schakel hem vervolgens uit met een welgemikte rechtse hoek op zijn kaak. Maar dan breekt in de hoek brand uit. Ralf is als de dood voor brand en springt meteen van de tafel en stelt voor om de tafel het raam open te breken. Goed plan, dus zo gezegd zo gedaan.
 +
 +Ralf springt meteen door de opening heen. Ik help Jasmijn naar buiten toe. Maar ik mis Didi. Ik zag hem voor het laatst richting de bar gaan. Na even zoeken heb ik hem gevonden onder een verdoofde dronkelap. Didi is ook nog wat verdoofd, dus breng ik hem ook naar buiten. De kroeg begint al behoorlijk leeg te lopen en het vuur grijpt steeds verder om zich heen. Ik zie echter nog een aantal slachtoffers van het bargevecht op de grond liggen. Ik kan deze mensen toch niet levend laten verbranden! Dus help ik ze naar buiten. Het gaat wel niet zachtzinnig,​ maar ze overleven het in ieder geval.
 +
 +Wanneer ik zelf ook naar buiten spring, zie ik Ralf klaar staan met een aantal paarden. Ik heb een donkerbruin vermoeden waar hij die vandaan heeft, maar ze zijn nu meer dan welkom. Bovendien hebben we haast en het is voor een goede zaak. Iedereen zit al op de paarden en ook Ash zie ik gelukkig al zitten. Ralf reikt me de teugels van het laatste paard aan en hij vertrekt direct. Ik spring te paard en rijd achter de rest aan. Ralf houdt rechts aan en kiest het pad wat het bos in gaat. Ik roep nog heel hard dat we niet door het bos moeten gaan, maar hij hoort me niet. Ik kan mijn vrienden natuurlijk niet alleen door het bos laten gaan. Dus ik volg ze.
 +
 +Na een half uur door het donker draven houden we halt en zoeken we een overnachtingsplek in het bos. Iedereen is erg moe en gaat snel slapen. Maar eerst heb ik de wachten verdeeld en neem zelf eerste wacht. Ondanks mijn vermoeidheid houden de geluiden van het bos mij wakker. Ook hoor ik steeds weer de stem van mijn vader in mijn hoofd: “Ga onder geen beding door het bos! De weg door het bos is gevaarlijk! Neem deze niet weg niet.”
 +
 +Dan hoor ik wat geknor en gewroet in het bos. Het beweegt zich langzaam om het kamp heen. Ik wordt erg ongerust en maak Jasmijn wakker. Ze weet veel van de natuur. Na even luisteren komt ze tot de conclusie dat het waarschijnlijk een everzwijn is. Dit is niet fraai. Ik ben vorig jaar met mij vader en broers mee geweest op wilde zwijnen jacht. Dit heeft 5 honden het leven gekost. Bezorgd maak ik de anderen wakker. Net op tijd. Woest komt de everzwijn ons kamp binnen gestormd. Het zwijn mist Ralf op een haar maar kegelt wel Toverkol omver en ze komt met een enorme smak tegen een boom terecht. Ash weet het beest hard te raken in de flank en het zwijn zakt door de achterpoten. Ik ben geenszins van plan het dier hiermee weg te laten komen en met een paar flinke houwen vel ik het zwijn.
 +
 +Wanneer ik me weer omdraai zie ik net hoe Ralf een klein flesje in Jasmijn’s mond drukt en vervolgens met een klap de hals van het flesje breekt. Voordat ik iets kan zeggen begint Toverkol weer bij te komen. Gelukkig, ze leeft nog. Dat was toch wel wonderbaarlijk. Als iedereen weer een beetje bekomen is vraag ik Ralf hoe hij aan dat flesje komt? “Oh, gevonden in de herberg. Ik heb er nog een.” Hoewel ik eigenlijk vind dat Ralf niet zomaar andermans spullen moet meenemen, ben ik toch wel blij dat hij het gedaan heeft. Het had er anders toch wel slecht uitgezien voor onze Toverkol. Dus besluit ik er maar geen punt van te maken.
 +
 +Ik snij wat mooie stukken vlees van het zwijn af en braad het op een klein vuurtje. Dan begint te vermoeidheid toe te slaan en maak ik de volgende wacht wakker. Die moet het braadwerk maak afmaken. Tijd om te gaan slapen en een bewogen dag achter me te laten.
mirkov.txt · Laatst gewijzigd: 2012/05/22 13:13 (Externe bewerking)