Hybor I
Start
Inkomsten
Uitgaven
Huidig
19 jaar geleden geboren in een gezin met alleen maar broers. Ik, Svetlana, de jongste heb mijn hele leven tegen mijn 5 oudste broers (os Per, os Mikov, os Alex, os Boris en os Dmitri) op moeten boxen … letterlijk. En ik was ook nog eens een nakomeling ook. Iedereen zal beseffen dat dat geen pretje is, je jongste broer 12 jaar ouder. Maar tegenwoordig zijn ze best aardig tegen me.
Mijn ouders wonen in de stad (naam nog in te vullen iom Simon). Mijn vader werkt voor een merchant en mijn moeder herstelt en maakt kleding in haar eigen naaiatelier. We hebben het niet slecht en kunnen prima rondkomen. Mijn broers zijn allemaal getrouwd en 2 broers zijn vertrokken naar een andere stad. 2 Andere broers wonen op de landerijen rond de stad en hebben gekozen voor een boeren bestaan. Mijn jongste broer woont ook in de stad maar is gekwartierd bij het granizoen van de wacht.
Mijn jongste broer spreek ik het meest van al mijn broers. Af en toe, als hij geen dienst heeft, gaon we dur eene vatten in onze favoriete kroeg “In Den Koperen Pul” en kletsen we honderd uit over wat er speelt in de stad en omgeving van de stad. Maar ook over ons eigen leven. Os pap en os mam vinden het tijd dat ik ga trouwen …
Moar ik goa nie vur un stukske worst un hil vèrrukke in haus hoalen!… Ik ken best een aantal mannen met wie ik zou willen trouwen hoor, maar niet nu. Er is nog zoveel wat ik wil doen.
Erstens: Den tiet is nog nie vet; ik wil rijk zijn. Dat is best een goed doel. En om rijk te zijn heb je geld nodig, veel geld. Dus je moet werk hebben waarmee je geld verdient, veel geld. Ik heb wel werk, ik vecht bijna elk weekend, op inschrijving, in “De Kooi”. En van een arenavechters bestaan word je niet rijk, althans niet in deze stad.
Tweeds: heb ik net een eigen plekje gevonden in deze stad. Leuk ingericht en geen gezeur van os paps en os mams aan mijn hoofd. Heerlijk, maar zij vinden het maar niets … dè is toch wè?!
Dus … op zoek naar ander werk dat wellicht beter betaald.
Vanochtend komt Berndt het lokaal binnen met een blij en opgewekt gezicht. Dit is het moment … “Hey Berndt, goed dat je er bent, tijd om mijn opslag te bespreken” begin ik als ik hem een klop op zijn schouders geeft. “Nou, … kom allen eens aan de stamtafel zitten” is zijn antwoord. -Huh, dit is zorgwekkend te noemen- bedenk ik -geen nee, en nog steeds een blij gezicht. Ik weet dat we een goed jaar achter de rug hebben, dat weet je als barmeid annex uitsmijter, maar zo'n directe vraag en geen boze blik … Daar word ik argwanend van-. Ik zoek mijn plaats tegenover Bernt en kijk hem eens strak aan. “Wat …”? vraagt Berndt. “Nee niks” zeg ik “… benieuwd wat jij te vertellen hebt”.
Naast mij zit Soshi, een priesteres die samen met mij de bediening doet en mij oplapt als ik tijdens een kroeggevecht, waarin ik slechts ingrijp, gewond raak. Naast Soshi zit Rudi, Wodger the Wicked Wanger [Wodjer de Wikkit Weejndjer] die is verantwoordelijk voor het leveren van wild en gevogelte, aldanniet gerookt. Hij woont bij de rookhut verderop in het bos. En we hebben nog Jan (of Kees, of JanKees) die is verantwoordelijk voor het innen van de schadevergoeding en de barrekening na mijn ingrijpen bij betreffend persoon. Hij heeft intrek bij de stallen. De 4 andere meiden (namen volgen) houden nu de herberg draaiende dus zitten niet aan tafel.
Berndt begint zijn verhaal met dat het weer een goed jaar is geweest -weet ik- en dat het een beter jaar was dan vorig jaar -weet ik ook, get to the point!- ook dit jaar zal er weer de 'Herfst-brouw-dag' zijn. Herfst-brouw-dag is de dag voor de winterklusjes in de herberg. Een dag waarop we, op kosten van Berndt, mogen eten en drinken dat het een lieve lust is. Een leuk feestje voor het personeel die dag zelf, maar minder leuk, de dag later, als de klusjes beginnen. Maar hoe dan ook … altijd gezellig.